maandag 3 maart 2014

On my way home

Lekker ingestopt in mijn knusse bedje bedenk ik me, met een frisse neus, dat de ducktapereparatie van Rune aan het afvoergat van de verwarming mogelijk iets met het defect te maken heeft. Wanneer ik na het opstaan de dop een paar meter verder in het gras zie liggen, weggeblazen tijdens een van de zuchten van gisteren, zie ik dat hij in zijn zorgvuldigheid het aanzuiggat voor lucht mee heeft afgesloten et voila, bij deze werkt de verwarming terug en kunnen we onze laatste dagen met ons beperkte comfort doorbrengen. We rijden naar familieleden in de Perigord en ik vraag me onderweg af of in deze streek de eenentwintigste eeuw al is ingezet. We kronkelen langs kleine baantjes langs bastides en bourges en wanen ons in de tijd van prinsen, al dan niet op witte paarden, die draken verslaan om prinsessen te redden uit schilderachtige torens. Helaas zien we in plaats van stijlvolle figuranten uit sprookjes eerder griezelige wegpiraten die methoge snelheden arrogant het midden van de weg claimen waardoor ik een paar keer ademhappend tot stilstand kom om mijn hartslag even onder controle te krijgen en na te gaan of de linkerkant van ons busje nog aanwezig is. Het kan de pret om de uitzichten niet drukken en in al die schitterende groene golven zien we bordjes die, in andere seizoenen, noten, perzikken, meloenen, pruimen en vooral noten beloven. We logeren een paar dagen bij twee goden in frankrijk en krijgen een idee van het foie gras-gevoel door de heerlijke watten die onder ons gelegd worden en de zalige ovenschotel op ons bord. (een ovenschotel, dat ik dat weer mag meemaken!) We bezoeken een paar charmante dorpjes en  
genieten van de rust en de traagheid van dit tijdloze gebied. We ploegen, uit pure dankbaarheid, de oprit bijna om door ons vast te rijden in de drassige bodem en laten hier een duidelijk spoor achter. We slingeren ons dan verder door plaatsjes waarvan de naam langer is dan de dorpsstraat en zoeken ons een weg naar het Noorden. De boeren waar we willen overnachten zijn geen boeren meer, of ontvangen geen campers meer of zijn niet thuis en het wordt een beetje zoeken naar een plekje om te slapen. Tenslotte vloek ik me heldhaftig de Parijse ring rond om in de Champagnestreek een laaste Franse nacht te slapen. Met een hartslag die records breekt en een stuk zeep in de mond om mijn verbale agressie weg te spoelen, en een dweil onder elke oksel om het angstzweet op te vangen, komen we dus opnieuw in een prachtig stukje Frankrijk aan. Ik kan een champagneproefbeurt wel gebruiken na dat stukje Periferique maar helaas is deze wijnboer ook carrosier en vandaag staat hij duidelijk ,met zijn handen vol smeerolie, niet te wachten op een degustatieklant. We mogen van zijn erf en zijn gastvrijheid gebruikmaken en we flansen met vissoep uit een zakje en croutons van oud brood een 'laatste avondmaal' in elkaar. Zaterdag zijn we in Rumbeke bij Schoonbroer en Schoonzus. Grappig hoe we naar huis rijden van verre familie naar dichter, naar thuis. We maken de kring rond door aan te komen waar we vertrokken zijn, ik hou wel van zulke dingen.
Het is een beetje vreemd, dat laaste stuk, elke kilometer brengt ons dichter bij geliefden en vrienden maar ook bij dagelijkse dingen en routines en verder weg van het reizen en onderweg zijn, van de uitzichten en de ontmoetingen, de gesprekken en de grapjes met elkaar. Ik neem afscheid van alles wat ik zie en zuig me tegelijk nog helemaal vol met landschappen die steeds herkenbaarder worden. In het Noorden van Frankrijk, nog voor het aftellen naar de grens begint, zien we een vlucht trekvogels huiswaards vliegen. Het kan niet symbolischer en het raakt me ongelooflijk, hoe synchroon dingen kunnen gaan.

Dit weekend blijven we nog in Rumbeke en maken een prachtige wandeling in de omgeving van Ieper. Ik zie weer knotwilgen en slijk met stoppels mais, ik zie weer vette, volle Vlaamse grond en vluchten spreeuwen. Ik zie stevige boeren kerktorens en intrieste soldatengraven die serreen proberen te blijven bij een gruwelijk verleden waar ze stil van getuigen. Ik zie mensen die ik graag zie. Het is fijn om even frisse lucht te ademen en eigen bodem, het is weer voet aan de grond krijgen.
Ik moet nog een afscheidsbrief schrijven; afscheid van een reis.

woensdag 26 februari 2014

Bienvenue mon ami

Het is een prachtige dag, met vogeltjes om wakker te worden en een warm zonnetje, met een douche zonder drukknop en lekker warm water (douches met drukknop zijn na douches met een gelimiteerde tijd onze mindere favorieten, ze dwingen je in onnodige houdingen om tegelijk vochtig en ingezeept te geraken, en dan heb ik het nog niet over de interessante situatie waarin je probeert je oksel te scheren of een onderbeen zonder de watertoevoer te onderbreken, en maken dat je jezelf belachelijke dingen oplegt als 'nog vijf keer drukken en dan stop ik ermee' om dan vervolgens nog vijf keer te drukken...) en met een uitzicht op de Spaanse heuvels en de Pyreneeen aan de grens. Met een lichte emotie steken we de grens over die aan de Spaanse kant nog echt van douanes voorzien is om het vrachtverkeer aan een onderzoek te onderwerpen. En daar is Frankrijk. Links van ons blijven de hele dag de besneeuwde kammen van de Pyreneeen in beeld en tot Narbonne zien we rechts de zee. Een schitterend uitzicht over een uitgestrekt landschap vol wijnranken en zachtroze bloesems. We genieten van het verre blauw van de zee en de schorregebieden die er langzaam in verdwijnen en merken dat aan deze kant van de bergen de grond duidelijk minder droog is. Kilometers later wordt de wijn onderbroken met graslanden (groen gras!) en akkers. De geploegde aarde wacht vol vertrouwen op wat regen, hoe anders dan de gebarsten en gekloofde brokken dorre grond in het Zuiden. De lieflijke lentekleuren, het lichte glooien en de schilderachtige dorpjes en steden in het decor geven de uitdrukking 'la douce france' een frisse betekenis. Het ademt hier een zekere zachtheid waar we ons graag in koesteren. We werpen nog een paar laatste blikken op de zee, die ons nu al een paar weken vergezelt en draaien het binnenland in, het land van de katharen, burchten en abdijen. Onderweg komen de vragen over wie en wat de katharen waren en het waarom van kerkelijke inquisities en executies. Zoveel boeiende gesprekken en zoveel interessante vragen, ik word daar zo blij van. We stoppen even om Carcasonne in zijn volle glorie te bewonderen. Op heuvels liggen kerkjes of kloosters en kleine dorpen, die omwille van hun typische bouwstijl opgaan in het landschap, en hun verspreidheid geeft een soort gemoedelijke geborgenheid. Met Rune vooraan geraken we met de wegenkaart en een korte beschrijving met wat nummers van banen bij onze wijnboer in de buurt van Montauban. Uiteraard hebben we eerst nog een potje rillette gekocht (Poulet roti) om onze baguette mee te beleggen, daar dromen onze jongens al sinds december terug over dus hun dag kan niet meer stuk. Zelf heb ik me omwille van alweer een technisch probleem met de verwarmging op gas nog eens in de donkere spelonken van de kofferruimte geplooid om handleidinggewijs knoppen en kleppen te bedienen maar meer dan een kreunende zucht kon ik het toestel niet ontlokken. Nu we naar het Noorden beginnen rijden en vooral bij boeren gaan staan, en dus niet van onze electrisch verwarmingsvriendje gebruik kunnen maken, is dat niet zo'n prettig vooruitzicht. Opgevouwen in een ingewikkelde houding vloek ik tegen het busje en merk lachend op dat ik er meteen een sorry achteraanmompel. Ik ben het busje heel dankbaar voor alle bewezen diensten en wil het niet tegen de ruitenwissers instrijken omdat het even niet doet wat ik vraag. Ik ruim de rommel terug op, draai de verwarmingskraan dicht, tik vriendschappelijk tegen het verwarmingstoestel en bedenk dat het gelukkig een zachte winter is en ik ook water kan koken om mijn haar te wassen. Ik ken een paar mensen die het niet erg vinden als ik door de kou gejaagd terug vroeger thuis ben, maar zo ver zijn we nog niet!

afscheid van een land, deel 3 Adios Espanja

Hoewel ik je van de eerste blik meteen in mijn hart gesloten heb laat ik je nu achter met een dubbel gevoel. Ik moet er natuurlijk eerlijkheidshalve bijzeggen dat we slechts je randen gezien hebben en niet tot je vlakke en uitgestrekte binnenland zijn doorgedrongen, wat ons spijtig genoeg werd afgeraden in de winter, en dat ons beeld daardoor gekleurd werd. Door onze manier van reizen en het seizoen waarin we u bezochten hebben we niet zo vaak als ik zou willen contact gehad met uw oorspronkelijke bevolking tenzij u de Noordelijke inwijkelingen als de uwen bent gaan zien. Bovendien kan ik niet ontkennen, en dat was initieel niet de bedoeling, dat bij het doorkruisen van verschillende landen de reiziger, al dan niet bedoeld, vergelijkingen gaat maken tussen dingen die hij ziet en ervaart. Dat slaat werkelijk nergens op en is ook niet terecht maar blijkbaar enigzinds onvermijdelijk. Ik wil dit allemaal gezegd hebben omdat deze dingen mijn ervaring mee bepalen en mogelijk erg vertekennen. Uw landschappen hebben een diepe indruk nagelaten op ons alle drie. Uw steile klifkusten in het Noorden die in hun ruige schoonheid weerstand proberen bieden tegen het eindeloze beuken van de Atlantische Oceaan en de kleurrijke visserdorpjes die zich in de baaitjes nestelen en de prachtige toppen van de Picos de Europa met lieflijke dorpjes en grappige drooghuisjes op hoge poten. De adembenemende binnenlanden met witte dorpjes op hoge hellingen en machtige uitzichten over rotsige landschappen die verrassende schatten uit een ver Moors verleden herbergen. Uw schitterende kusten aan de Cabo da Gata met indrukwekkende kalk en lavaformaties in het Zuiden die ons terugvoerden naar de tijd van goudzoekers en piraten en waar we een schattenverzameling aan mineralen meesmokkelden uit de vulkanische bodem. Uw prachtige gebergtes Sierra Nevada en Pyreneeen en alle Serra's ertussen die ons deden mompelen en slikken omdat wij, van de vlakte, toch onwennig blijven bij besneeuwde wolkenkrabbers (letterlijk, niet de gebouwen die toch nooit echt tot aan de wolken komen) en ons dan kleine mensjes doen voelen naast zoveel grootsheid. U bent een machtig land, niet alleen wat uw landschappen en oppervlakte betreft. Dat u ooit de helft van de wereld heeft bezeten, zelfs het vlakke Vlaanderen waar ik zelf vandaan kom, vormt daar ongetwijfeld een deel van maar ik weet niet wat de oorzaak en wat het gevolg was. Het thema heersen en overheersen kom ik overal terug tegen ; in gebouwen, landschappen, forten en torens, in de manier waarop u het water probeert te dwingen naar plaatsen waar het niet is, uw dansen en menselijke torens, uw snelle en drukke talen. Het spanningsveld tussen uitnodigen en uitdagen, dat ik in uw flamencomuziek en dans zo mooi vind lijkt zich in zoveel andere dingen door te trekken. Zoals er plaats is voor de vlucht van een solitaire roofvogel en hij de ruimte kan innemen die hij verdient in uw bergland, kunnen ook kunstenaars ruimte krijgen voor een bijzondere en individuele vleugelslag. Ik denk aan namen als Picasso, Miró, Gaudi, Dali en doe er nu velen onrecht aan door ze niet in dit rijtje op te nemen, waarvoor mijn oprechte verontschuldigingen. Het blijft me verwarren, en hier kom ik het machtsthema weer tegen, dat sommige van uw kinderen kunnen schitteren in hun individualiteit en anderen verdwijnen in soms onmenselijke onzichtbaarheid. Het lijkt, mijn oordeel kan er ver naast zitten, dat men groots moet zijn om zichtbaar te worden en dat er een grote uitdaging is om bestaansrecht te verwerven. Individualiteit dus en dan aan de andere kant, de anonieme uniformiteit van witgekalkte huizen in bergdorpen en aan de Cabo da Gata. Slechts verschillend door een huisnummer of een naam en de diversiteit aan plantenbakken aan het raam. Terwijl uw landschappen en kunstenaars mijn hart beroerden heeft uw droogte me beklemd en geboeid bekeken we de diepe geulen in het landschap die een belofte of een herinnering, mogelijk beiden, naar levend water zijn. Planten, die we enkel kennen van hun verre kleine familieleden die zich ophouden in plantenzaken en bejaardenflats, staan hier metershoog in hun natuurlijke habitat en stellen ons voor raadsels over water en droogte en aanpassing aan de omgeving. Maar ook dat water wordt beheersd met handig aangelegde systemen komt het waar het zijn moet en is het land blijkbaar vruchtbaarder dan ik kan vermoeden. U kan hard zijn, voor mensen en dieren en ik denk dat het niet makkelijk is om hier een hond te zijn, zwervend, ontworteld en op zoek naar iets of iemand om trouw aan te zijn. Aangehaald en weggetrapt, soms door dezelfde baas, het lijkt een beetje een spiegel van uw politieke en religieuze geschiedenis. Maar dan misschien nog liever een zwerfhond dan een van uw dochters, op een klapstoel langs de kant van de weg wachtend op een klant of een van uw zonen, uitgebuit onder het plastic. U hebt ons meegevoerd op duizenden jaren geschiedenis, langs beschilderde grotten en celtische dorpen, dolmen, Romeinse theaters en Moorse forten en paleizen, langs Cartageners en Feniciërs voorbij Tempeliers en kruisvaardersburchten, romaanse en gotische kerken en nog veel meer. Een duizelingwekkende tijdreis is mogelijk op uw grondgebied en recent beseft u zelf ook welke schatten u in huis hebt en waarvan wij met volle teugen genoten hebben en dankbaar voor zijn. Ondanks alle gemengde gevoelens, van betoveringen door uw verleden tot soms schokkende waarneming van uw heden zijn we uw dankbaar voor alles wat we gezien en ervaren hebben en beloven we onszelf een terugkeer om ook uw weidse binnenlanden verder te verkennen. Kortom, Spanje, ik heb u liefgehad en u gehaat, u kwam dichtbij en ik duwde u weg en omgekeerd. We hebben elkaar gemeten en gewogen, feitelijk hebben we dus de flamenco gedanst. Olé

zondag 23 februari 2014

Wandelen op de grens

De rit van Barcelona naar Capmany is een van onze laatste trajecten in Spanje. Wie de kaart erbij neemt ziet dat we pareltjes als Gerona en Figueres en de prachtige Golf des Roses naast ons laten liggen maar wij kijken uit naar een paar dagen tussen de kurkeiken aan de grens met de Pyreneeen op de achtergrond. Deze rit voert ons weg van de palmen en de Aloë Veras en alle gevarieerde cactussen. Helaas blijven ook de zachte amandelbloesems achter. Maar er groeien terug bomen langs de weg en op de heuvels en er is terug gras en de eeuwig droge geulen maken plaats voor echte rivierbeddingen met water gevuld en zelfs een beetje slijk aan de kant. Er staan terug populieren, zelfs met klimop rond gevlochten en later ook kurkeiken. De Pyreneeen verschuiven van verre achtergrond naar voorgrond en we zien de sneeuw op de hoge toppen de zon weerspiegelen, ik ben blij dat we toch maar niet naar Andorra rijden. We rijden langs de wakende blik van talloze forten en kastelen en zien prachtige kloosters hoog tegen heuvels aan kleven en de huizen krijgen langzaam terug bakstenen muren. Capmany zelf is een lieflijk stil dorpje waar het ritme van de dag bepaald wordt door de klokken van het kerkje en de hoogte van de zon. Op de heuvels liggen hier en daar dolmen en menhirs in hun eeuwige verstilling te wachten op een verdwaalde wandelaar. Mensen die hier kamperen zijn op weg naar huis of naar het Zuiden. Het tempoverschil in de ochtend maakt duidelijk of ze de duizenden kilometers in een stevige ruk willen afwerken of, zoals wij, met een zekere traagheid het landschap willen bewonderen onderweg en genieten van de reis op zich. Wie van verder Zuidwaards komt kleedt zich warmer nu de zon iets in kracht afneemt, wie van het Noorden komt gooit alles uit en tankt zich vol met verse vitamine D. Deze bosrijke omgeving trekt ons naar buiten en we lopen onze neuzen achterna langs wijngaarden en kurkeiken die duidelijk allen nog sporen dragen van een grote bosbrand in 2012. De uitzichten op de bergen en het klokje op de achtergrond, de stilte van dit platteland, het had geen mooier afscheid van Spanje kunnen zijn dan hier in de natuur met de zon op ons gezicht en 's avonds een onwaarschijnlijk heldere sterrenhemel.

zaterdag 22 februari 2014

La Sagrada Familia

Na een paar dagen zwerven langs de costa Brava komen we in Vilanova I la Geltrú. Dichter bij Barcelona is er niets open waar we op een veilige manier kunnen overnachten en de horrorverhalen over diefstallen en overvallen in de omgeving van deze grootstad doen ons kiezen voor een een gerust gemoed. Rune heeft last van stevige buikkrampen en ons plekje in de buurt van het toiletgebouw komt goed van pas. Er stopt een bus naar Barcelona voor de deur van de camping en daar maken we dankbaar gebruik van om niet overgestresseerd te moeten rondrijden met ons eigen busje tussen het chaotische spaanse stadsverkeer. Bovendien hebben we door de krampen en een nachtelijke broedertwist die iets te maken had met kleverige handen, te dicht bijliggen en nachtelijke zenuwtrekjes eigenlijk alledrie weinig tot niet geslapen en kan ik nu een uurtje pitten op de bus. Omdat de jongens zich niet helemaal lekker voelen beslissen we enkel de Sagrada Familia te bezoeken en de politieman die ons de weg uitlegt kijkt ons vreemd aan wanneer hij hoort dat we die hele weg te voet willen doen (een half uurtje!) Hij wil ons in de metro krijgen en Joran wil geen stress in verband met onze portemonnee in een door criminele beeldvorming aangevreten metrosysteem dus het wordt wandelen en wat voor een wandeling. We vallen van de ene architecturale verbazing in de andere en kijken ons de ogen uit het hoofd naar kunstige gevels en fraai uitgewerkte balkons en wanen ons in een stad vol paleizen. Het modernistische, rationale stratenpatroon brengt ons een beetje in de war en dat wordt nog versterkt door de duizenden scooters die er als gekken doorheen suizen. Volgens mij is het Spaanse verkeerssysteem gebaseerd op de chaos die pakweg een vlucht spreeuwen aan boord legt, het ziet er slordig en onbeheersd uit en toch botsen ze wonderwel niet. Een half uur later staan we voor het hoogtepunt van het oeuvre van Gaudi, la Sagrada Familia, en vallen onze monden open (wat ook te maken kan hebben met een lichte ademnood van de stevige wandeling in combinatie met de door scooters verzuurde lucht in deze grootstad en niet in het minst met de eindeloze rij mensen die aanschuiven voor een ticket) De buitenkant is al indrukwekkend maar verdwijnt in het niets na de eerste stap binnen. We hebben onderweg al veel mystieke plekken en religieuze gebouwen bezocht, elk met hun eigen specifieke kwaliteiten en charmes, maar wat Gaudi hier heeft neergezet grenst werkelijk aan elke verbeelding. Diep ontroerd en met tranen in de ogen wandelen we rond in dit wonder. Gotiek krijgt hier een nieuwe dimensie, schoonheid trilt hier in de lucht en verheft eenieder naar een transpersoonlijk gevoel. Natuurlijk is de buitenkant overdadig gedecoreerd en uitbundig van versiering maar het concept van de architect was om een kerk te maken als de bijbel en werkelijk alle verhalen en archtypische lagen uit de Bijbel krijgen hier een plaats. Het gebouw, de bouwwerf eigenlijk, verbindt op verbluffende wijze hemel en aarde en het pad van de mens naar het hogere, mannelijke en vrouwelijke aspecten van religiositeit en met een duidelijke kennis van de esoterische stromingen van andere wereldgodsdiensten en heilige geometrie kan het geen mens onberoerd laten. De architect die dit gebouw ontwierp was duidelijk een meester in wetenschap, in vakmanschap en een gevoelsmens die de schoonheid van natuur en mystiek wist te vatten en te vertalen in een rijke beeldentaal. De Sagrada Familia is niet alleen prachtig om naar te kijken maar ook voelbaar in je lijf, ze doet iets met ons en zelfs Joran, die eigenlijk echt niet lekker is en steendoodmoe is diep onder de indruk. Zo'n gebouw moet je eigenlijk meerdere keren kunnen bekijken en liefst van al zou ik een schetsboek meehebben om details uit te werken dus met een belofte aan mezelf om zeker terug te keren schaf ik me alvast een gids met foto's en uitleg aan. We wandelen het hele eind terug en zijn net op tijd voor onze bus waar we lekker misselijk afstappen na een uurtje schudden. Uitgeput en diep geraakt gunnen we onszelf een maaltijd in het restaurant van de camping. Zoveel moois moet de tijd krijgen om te verwerken dus de geplande uitstap naar Montserrat laten we maar zo. Het moet niet teveel worden en we zijn nog zo vol van dit en het laatste dat ik wil is een culturele indigestie (zeker na die paar dagen darmklachten in het busje).

maandag 17 februari 2014

Peñiscola

Reizen met twee tieners geeft een aparte dimensie aan namen op een kaart en na Cabo da Gata leek Peñiscola een niet te vermijden bestemming. Met de kaart op de knieën loodst Joran mij over autowegen en door dorpen, langs heuvels vol amandelbloesems en kilometers sinaasappels naar onze camping. Het hedendaagse stadsgedeelte even negerend is de oude stad van Peñiscola, langs drie kanten omringd door de zee en helemaal ommuurd, een streling voor het oog. We klimmen naar het kasteel van Papa Luna en lezen het verhaal van twee pausen en de Kerkelijke politieke intriges en herkennen het teken van de Tempeliers in het fort. Wanneer we terug naar beneden wandelen door de smalle, middeleeuwse slingerstraatjes waar de witte gevels verborgen worden door bloembakken, lopen in het haventje de vissersboten een voor een binnen met hun vangst. Meeuwen in hun zog en mensen op de kade die benieuwd komen kijken naar de zeebonken die hun waren afspoelen en aan wal brengen. Er gaat een soort alarm af in de haven, gevolgd door klokkengelui uit de toren en aan de horizon verschijnen nog meer vissers. We zetten ons op een terrasje en proeven een bordje gevarieerde gefrituurde visjes. Et voila, meer moet dat niet zijn om terug in Spanje aan te komen.

heimwee naar Spanje

  Het prachtige, zonovergoten Cabo da Gata achterlaten zonder eerst onze zakken en het busje vol te laden met indrukwekkend knappe stenen en kristallen was geen optie. De kleurrijke blokken roepen nog om een naam en vooral ook om een mooie plek om ze uit te stallen thuis. De krater waar de granaatbrokjes voor het oprapen liggen hebben we helaas niet gevonden of was onbereikbaar met ons busje. Het blauw van de zee en de lucht, de spierwitte huisjes met ronde broodovens naast, de cactussen en de groenbruine heuvels blijven tijdloos liggen terwijl wij onze reis verderzetten gejaagd door de felle wind. (7 beaufort, de was is blijven hangen en was na een half uur droog) Met een dringende behoefte aan een zwembad zoeken we een camping in Isla Plana, die volzet blijkt, en komen terecht op een plek met een mineraal zwembad dat half vulkanisch grondwater en half zeewater bevat en met zijn temperatuur van 32 graden C alle mogelijke huid en spierziektes moet verzachten. Een heerlijke ervaring maar geen plek om te blijven en we zetten verder langs de kust naar Catral waar we ons in een campeerreservaat wanen. Een zalig zwembad met voor mij een lekkere sauna maar in zijn grootheidswaan geen plek voor Rune's verjaardag dus na twee nachten belanden we in een klein campingske waar we een zeer gevarieerde tapamaaltijd bijeentoveren en kaarsjes op een ijscoupe voorzien om de vijftiende verjaardag niet zonder enige bravoure te vieren. Ik mis de natuur en de authenticiteit hier ongelooflijk. De hele kuststrook is op verschrikkelijke wijze volgebouwd met troosteloze, ontzielde dorpen en toeristengetto's. We hoeven natuurlijk niet aan de kust te blijven maar we hebben een afspraak in Altea en de bergen die de kust en het binnenland van elkaar scheiden zorgen voor een veel killer klimaat waar vaak nachtvorst is en waar bovenal geen campingplekken open zijn. Het is triest om te zien hoe prachtige citrusbomen in eindeloze kwekerijen vaak vol afval liggen en het blijft moeilijk om de barakken te zien waarin de plukkers leven terwijl op de achtergrond de shoppingcentra van de grote kuststeden een cordon leggen rond de luxueuze toeristenflats. Ik verlies mezelf een beetje in deze streek en denk vol melancholie terug aan Portugal en Schotland, plekken met een ziel en een verfijning. Heel het Noord-Zuid vraagstuk speelt zich life voor onze ogen af met uitgebuitte slaven in de bio-industrie op land en op zee en welgestelde gepensioneerden die hier overwinteren of blijven en hun eigen winkels, horeca, dokters, klinieken, kappers, ...meebrengen en daardoor de kustplaatsen een heel eigen gezicht geven waar geen betaalbare plaats meer is voor de doorsnee Spanjaard. Ik hoor op straat in Altea meer Nederlands dan Spaans en vraag me af wie hier komt zeuren over integratie. Er wordt in dit deel van Spanje vooral 'genomen'. We nemen de zon, we fokken de Sardienen kunstmatig volwassen op zes weken in kweekbakken, we nemen de kuststrook in met nog hogere buildings met nog meer luxe, we pompen nog meer troep in de serre om toch nog meer smakeloze tomaten vol pesticiden te kunnen telen, we nemen de waardigheid van arbeiders en boeren,... Ik voel me er leeg bij, alsof de ontzielde omgeving mij ook tekent en leeghaalt. Het lijkt een beetje een groot onwaarachtig circus. Geef mij dan maar eenzame en eindeloze uitzichten, een paar vogels in de lucht, een bos om in te dwalen, een rots om op te klimmen, het geluid van de zee die zich even terugtrekt van een keienstrand en daarbij de stenen over elkaar doet rollen, de verwondering van twee tieners bij het vinden van een kristal in een steen onderweg... In Altea ontmoeten we een Belgische inwijkeling die ons met veel gastvrijheid rondrijdt door de bergen om een waterval te bekijken en ons met zijn motorboot meeneemt op zee. De zeilboot lag helaas voor renovatie op het droge maar de jongens kunnen het snelle scheuren wel waarderen. We bezoeken een nederlandtalige dokter omdat Rune uit zijn oor bloedt en betalen letterlijk een stevige prijs voor zijn Nederlands. Op de camping worden we uitgescholden door de Nederlandse buren omdat we de doorgang belemmeren, die volgens de receptioniste geen doorgang is. Ik bewonder haar jeugdige assertiviteit die duidelijk opgewassen is tegen het grijze geweld van deze overvolle tweede thuis voor Nederlanders. Ik moet het mij vooral niet aantrekken, dat is met die overwinteraars alle dagen klagen, ze denken dat de camping van hen is, drukt ze me nog op het hart. Ik wou dat ik af en toe eens een dergelijk aangenaam gebrek aan empathie kon opbrengen dat niet oplossingsgericht naar compromissen wil zoeken maar resolute grenzen kan trekken. Ik hoop voor haar dat de zon nog veel schijnt want zelfs dat wordt haar bij wijlen kwalijk genomen. Altea zelf heeft op de heuvel nog een authentieke oude stad met een prachtige kerk en gezellige witte straatjes om in te verdwalen maar de uitzichten van op die heuvel illustreren alleen maar de onsmakelijke stadsuitbreiding tot ver op de omringende heuvels. Op de dijk kan je Duitse Kaiserschmarren eten naast Italiaanse Pizza's en English Breakfast of haring en stampot in 'het haventje'. Het strand wordt gerenoveerd, de witte keien worden weggeschraapt en maken plaats voor opgespoten zand (een nederlandse firma uiteraard) omdat dat aangenamer is voor de toeristen. Ik wil hier nu weg!

zaterdag 8 februari 2014

het leven zoals het is; de reiziger deel 2

Het is uiteraard niet al schoonheid en diepe ontroering onderweg, er zijn ook de kleine ongemakken en ergernissen die af en toe de kop op steken maar die ons in het hier en nu en met de voeten op de grond houden. Zo is er het dagelijks weerkerende conflict over de vulpen voor het schoolwerk. Met pennenzakken vol schrijfmateriaal en winkels die het ontbrekende gerei kunnen aanvullen blijven we een rituele discussie houden over die enige vulpen die voldoet aan alle eisen om schoolwerk te maken. Onze jongens, opgegroeid in de spirit van de vrije school, schrijven al jaar en dag verplicht met vulpen en weigeren hun werk aan kwaliteit te laten inboeten door pakweg met een balpen of een rollerstift of... te schrijven. Om een of andere reden is er in de loop van onze reis een vulpen niet goed genoeg meer of verdwenen of wat dan ook en vinden we in de winkels niet een geschikte vervangmiddel dus start elke dag het schoolwerk met een hele onderhandeling over die pen. Daarnaast hebben we in ons bezit maar één tabletcomputer die gebruikt dient te worden voor; het aflezen van schoolopdrachten, opzoekwerk voor schoolopdrachten, het invullen van schoolopdrachten bij gebrek aan een printer, het overschrijven van lessen uit schriften van andere kinderen die opgeslagen zijn, het fotograferen van schoolopdrachten om ze door te sturen naar school, het online invoeren van franse vocabulaire in een oefen en testprogramma (wrts is een aanrader voor wie vocabulaire in gelijk welke taal moet oefenen) het vraagt bijgevolg een hele regie om wie, wat en wanneer op elkaar af te stemmen. Jammer om te zien is dat twee intelligente en creatieve geesten die voortdurend uitvindingen doen en oplossingen bedenken voor hun zelfverzonnen knutselwerken en allerlei problemen er niet in slagen een eenvoudige situatie even met een open mind te bekijken. Ik denk dat de school op dit moment niet zozeer wakker ligt van het gebruikte schrijfmateriaal als wel van het gedane werk en vele dingen kunnen op de Ipod ook opgezocht worden maar in hun mindsetting is die voorbehouden voor spel en ontspanning. Meestal wordt het opgelost met een schuldinducerende zucht van deze of gene en worden woorden als opoffering en spast gebezigd voor we dan eindelijk aan de slag gaan. Alle dagen dus! Andere dingen vallen gelukkig maar uitzonderlijk voor. Gisteren ging ik de eerdervernoemde kakbak leegmaken waarbij ik nadrukkelijk de drukfacebookende kids had ingelicht over de tijdelijke afwezigheid van de toiletmogelijkheid. Volledig gebiologeerd door het sociale netwerk was Rune erin geslaagd mijn belangrijke boodschap niet te horen en toch te plassen. Voor mensen die niet vertrouwd zijn met de technische aspecten van een campertoilet is het belangrijk te weten dat wanneer de toiletcassette, die ik de kakbak gedoopt heb, niet onder de toiletpot zit, bijvoorbeeld tijdens het legen ervan, er een holle ruimte is onder het toilet, die meer dan een meter diep in de camper loopt en een opening heeft waar met gemak die cassette en met wat moeite een arm met een vod en een hoofd in kunnen. Normaal is die opening niet bedoeld als menselijke ingang maar na de volle blaasinhoud van Rune is er geen andere optie dan met gigantische hoeveelheden toiletpapier het vocht te verwijderen (wat hij uit eigen initiatief zelf heeft gedaan) en daarna met een vod met detol de zaak te reinigen. Dit alles, om het helemaal hilarisch te maken, in het donker met begeleiding van een zaklamp. Nu ik erop terugkijk ben ik blij dat het in het donker was omdat het dan niet opviel voor de talloze andere campingburen en je lekker kan sakkeren in alle discretie. Verwonderd over mijn eigen kalmte, het gebeurde natuurlijk niet expres, was ik toch heel blij dat het niet over een grote boodschap ging. Belangrijk detail is dat we tegenover het toiletgebouw staan en het eigenlijk maar twintig meter wandelen is naar een toilet die niet moet geledigd worden. Verder lukken we er wonderwel in om met drie op deze kleine ruimte onze spreekwoordelijke draai te vinden.

vrijdag 7 februari 2014

Plasticville en Cabo da Gata

Na zoveel schoonheid onderweg in klank, kleur, beeld, muziek, natuur en cultuur is het een beetje schokkend om in het plastic-landschap rond Almeria terecht te komen. De oorspronkelijke droge woestijnachtige grond is daar zover het zicht rijkt toegedekt met plastic-serreachtige bouwsels waartussen resten plasticfolie en afval een onderkomen vinden in struiken, cactussen en bomen waar ze door de wind bespeeld worden. Alsof de landschappelijke en ecologische impact van deze fruit en groentenkwekerijen op zich nog niet groot genoeg is merken we ook krottenwijken en bouwsels op waar de 'arbeiders' van deze bio-industrie leven. Het is een beeld dat ik ken van reportages over sloppenwijken in verre derdewereldlanden maar we zitten in het Zuiden van Spanje aan de meest toeristische kust van Europa en mogelijk is dat nog het schrijnendste. Hier komen onze goedkope tomaten en komkommers vandaan die we in seizoenen die daar niet voor geschikt zijn toch graag aan een betaalbare prijs consumeren. Het is schokkend om te zien wat niet enkel de ecologische maar ook de sociale voetafdruk van ons ontwortelde eetpatroon betekend in de realiteit. Het blijft een complex gegeven want de vriendelijke Zweedse buurman vroeg zich ook af wat het zou betekenen voor de streek en de mensen die er nu werken wanneer die groenten geen afzet maar zouden vinden omdat we ze plots zouden weigeren in onze supermarkten. Mogelijk is de regio dan hetzelfde lot toebedeeld als het kleine goudmijndorpje dat we bezochten waar na het sluiten van de mijn in 1966 de bevolking van 1700 mensen terugliep naar 75 en het nu vol met spookhuizen staat en de bevreemdende restanten van een ooit succesvolle mijn. Het is vreemd om te zien hoe dichtbij alles komt wanneer je reist en hoe makkelijk(er) ver het is vanuit de zetel, kijkend naar een reportage.  Ik, die met mijn luxebusje (even ter verdediging, ik ben maar een minitje op de campings en ik reis met een minibudget), tijd kan nemen om te reizen en prachtige dingen te zien en te ontdekken naast de wantoestanden die met plastic toegedekt worden en waar we in de verre supermarkten niet bij stilstaan. Een schuldgevoel knaagt mijn sociale betrokkenheid wakker. Voorbij deze wansmakelijke plastictrook ligt het wonderlijk natuurpark Cabo da Gata. Een oud vulkanisch landschap begroeid met cactussen en vetplantjes verbergt met hoge ronde toppen idyllische strandjes waarnaast witte huisjes verkoeling bieden wanneer de zon te heet wordt. Het is hier rustig en toeristen die hier komen zijn wandelaars en een sporadische fietser. Kilometers lange wegen voeren door het droge en schrale landschappen naar heerlijke uitzichtpunten met grillig gevormde kalksteenrotsen en vulkanische gesteenten. We vergapen ons aan de veelheid aan vormen en ik trek eindeloze reeksen foto's van boeiende formaties die me inspireren voor de beeldhouwlessen thuis terwijl de jongens in zwembroek het frisse middellandsezeewater inspringen en formidabele stenen vol kristallen vinden. Het water is heerlijk om kniediep in rond te slenteren en we zien zeeëgels en anemonen in de ondiepe rotsplassen. Een vlucht lawaaierige ooievaars en een koppel zeearenden kijken of de kust veilig is. Het is hier zalig rustig en het strand is voor ons alleen, genietend van de zon stuur ik heel veel liefde naar de mensen onder het plastic.

on the road, ik zie u graag

De campinguitbater raadt ons de weg langs Guadix aan in plaats van de kustweg en we zijn hem daar alle drie ongetwijfeld tot het einde van onze dagen dankbaar voor. We rijden eerst kilometers met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada, die het tweede hoogste gebergte van Europa is en waar we eigenlijk nog nooit van gehoord hadden, waarna we in een okerkleurige gatenkaas rond Guadix terechtkomen waar nog steeds drieduizend mensen in huizen onder de grond wonen. Wonderbaarlijk om de witte schoorsteentjes te zien die tussen de cactussen naar boven komen, als uit het niets, en dan toch een nette gevel tegen een rotswand aan te zien staan. De kaas wordt hier en daar ingesneden met diepe groeven en geeft het gele landschap een bijzonder filmische uitstraling. Nog steeds met de sneeuwtoppen op de achtergrond gaat de kaas, kilometers verder over in een groen breed dal waar zonnewarmte geoogst wordt op metershoge zonnepanelen en hier en daar een wit dorp zich tegen een flank aan vlijdt. Een poos later rijden we door de enige woestijn die Europa rijk is en verwonderen ons over het westerngehalte van deze Desierto de Tabernas. (is dus niet het dessertje van de Taverne mocht u dat denken). Eindeloos wanen we ons in de Grand Canyon of iets dergelijks en we zien diepe dalen die het zandlandschap insnijden. Hier zijn filmsets te bezoeken waar Sergio Leone een paar bekende westerns heeft opgenomen en na onze eigen fotoshoot in geïmproviseerde cowboyhoudingen horen we de muziek van the Good, the bad and the Ugly al in ons hoofd en op de Ipod. De stereotype indianententen die we in de verte op een van de te bezoeken sites zien staan zien er zonder de filmcast wel wat lachwekkend uit. Over de rijke variatie in het landschap van Andalusia zijn we het alle drie roerend eens en de periode Geologie die Rune net bestudeerd heeft voor school komt in al zijn facetten voor onze ogen tot leven. Het gebeurd meermaals dat een van ons de anderen aankijkt en met een blik vol liefde het wonder van onze reis uitspreekt.

Alhambra, een toverspreuk voor een tijdreis

Een taxi pikt ons op bij de camping. Ik vind het overdreven luxueus maar het is goedkoper dan met drie met de bus en we moeten niet overstappen en uiteindelijk bezoeken we een paleis dus het past wel om er op gepaste wijze aan te komen. Over ons bezoek aan het Alhambra kan ik heel kort zijn; zoveel schoonheid heb ik zelden gezien. De woorden van de nederlandse buren op een eerdere camping 'het schijnt dat je het met een bezoek aan de tuinen ook wel zo'n beetje gehad hebt', kunnen niet anders dan uit de mond van iemand met een zware beschadiging van de zintuigen komen. Een indrukwekkend fort, het Alcazaba met een weergaloos uitzicht op de omgeving, een zomerpaleis met ontroerend mooi aangelegde tuinen en rustplaatsjes, het Generalife en als kers op de taart, de Palacios Nazaries die als decor voor de vertellingen van duizend en een nacht niet zouden misstaan. Daartussen staat ook nog een verblijf van Karel V maar dat hebben we niet meer bezocht omdat de indrukken van alle andere schoonheid ons teveel werden. De Palacios Nazaries vormen het meest bekende beeld van het Alhambra met zijn ranke zuilen die met een kunstig uitgesneden kantwerk aan decoraties zichzelf spiegelen in waterpartijen. De geometrische patronen in de kleurige alicatado mozaieken en de arabische epigrafie aangebracht in het eindeloze pleisterwerk, het kunstige inleg- en houtsnijwerk verbinden op een indrukwekkende manier mystiek en wiskunde en geven een beeld van de hoge intellectuele en ambachtelijke ontwikkeling van het koninkrijk Granada in de dertiende eeuw. Het is verbluffend om te zien hoe verfijnd de motieven elkaar aanvullen en herhalen en in hun herhaling een rust brengen die een meditatieve sfeer oproept. Associaties met stalagtieten in de grot van Mohammed en bossen met palmbomen worden kunstig vertaald in stucwerk en zuilen die getuigen van een onwaarschijnlijke kunde van de vakmensen die ze vervaardigd hebben. De bladmotieven en teksten die als linten in elkaar overvloeien blijken slechts 'behangpapier' te zijn dat even vlot aangepast werd aan de smaak van de elkaar opvolgende vorsten en hun huishouding. Nochthans is het geheel van wat we nu het Alhambra noemen een opeenstapeling van jaren geschiedenis en ontwikkeling en hebben verschillende heersers en dynastieen er een architecturale stempel op gedrukt. Rondlopen in het gebouw voert me terug naar een vroegere tijd en ik hoor in mijn hoofd de muziek en zie de hofhouding hier rondlopen. Mogelijk heb ik een te romatische beeld maar het moet een bijzonder leven geweest zijn, regeren en rusten omringd door zo'n prachtige tuin en met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Het is duidelijk dat hier mensen woonden die schoonheid wisten te waarderen en ik kan me de milde Islam van die tijd en die heersers wel voorstellen. Heel anders dan Napoleon die hier zijn paarden stalde en per ongeluk met een explosie een deel van het gebouw in de as legde.

vrijdag 31 januari 2014

ontmoeting met de Moren in Ronda

Gegeseld door wind en water, getekend door de tijd en erosie richten de bergruggen zich massief en scherp op om zacht uit te lopen op hemelse malse stranden die verdwijnen in de zee. We slingeren er bewonderend en soms ook een beetje benauwd doorheen en de jongens genieten van het prachtige uitzicht terwijl ik met de handen stevig om het stuur mijn bochtenwerk train en vooral probeer niet in een van de diepe geulen terecht te komen die de afwatering van de weg moeten vormen maar het einde van mijn carosserie als ik erin terecht kom. Enya en het zonnetje zorgen voor de nodige gemoedsrust die ons probleemloos tot in Ronda voert. Een arend volgt ons even mee op gelijke hoogte (duidelijk hoger dan zeeniveau dus) en ik weer janken. Ronda zelf is van een betoverende schoonheid. Hoog gelegen op een loodrechte rotswand heerst de witte stad over het berglandschap errond. Een diepe kloof snijdt de stad doormidden en wordt op indrukwekkende wijze overwonnen door een machtige brug, de Puento Neuvo, die niet in een fotoalbum kan ontbreken.  Door de unieke ligging is deze plek al sinds de prehistorie bewoond en de Romeinen richtten er als eerste een grote nederzetting op die als een echt bolwerk hoog op de rots lag. Maar de meeste gebouwen en herinneringen die Ronda vorm geven voeren ons terug naar de tijd waarin de Moren hun stempel drukten op het Iberische schiereiland. Met aangepaste muziek en badgeluiden wanen we ons bij ons bezoek aan de hammam zelfs helemaal terug in de achtste eeuw. Doorheen onze reis door Spanje en Portugal krijgt het begrip reconquista, ooit een begrip voor een examen geschiedenis, meer en meer betekenis en waar we de plekken zagen in de Picos de Europa waar de eerste aanzetten gegeven werden voor de opstand zien we met Ronda een van de laatste bolwerken van het koninkrijk Granada in Al Andalus. Het eeuwenoude spanningsveld tussen christenen en Moslims is zelfs in de architectuur voelbaar en voert ons al duizenden kilometers mee van Noord Engelse kruisvaarders tot lokale gebruiken hier in het Zuiden en tot aan de kust van Tarifa. De stad en de eindeloze uitzichten op het berglandschap errond hebben menig dichter en kunstenaar tot inspiratie gebracht en dat is niet moeilijk te geloven. Een mens wordt er klein van en de steeds wisselende kleuren in dit eindeloze en betoverende decor maken iets dromerigs los. Helaas niet bij de campinguitbater die een wansmakelijk hoog bedrag durft vragen en de receptioniste die dan gelukkig met een lichte knipoog wel de wificode gratis toeschuift. We slaan de grote stierenvechtersarena over en kiezen voor een zandpad dat ons naar de bodem van de kloof voert voor een volle blik op de machtige brug in de hoogte en de sprookjesachtige waterval die er onderuit stroomt. Terwijl we gisteren onder een stralend zonnetje door Ronda liepen en de stad zich in alle licht uitstrekte voor onze lenzen en ogen worden we vandaag wakker in een wolk. De weg die we willen volgen naar Humilladero staat groen ingekleurd op de kaart, wat normaal garant staat voor prachtige uitzichten, maar hij voert ons door een mistig landschap toegedekt onder een wolkendek. Wanneer we later onder de wolken terecht komen krijgen we een helder gekleurd land te zien dat zich als een mantel met veel plooien over het lichaam van moeder aarde drappeert hier en daar doorsneden met een stijle rotswand. Tussen de dorre en ruwe plekken in de okselholtes van deze uitgestrektheid wordt elk vruchtbaar plekje ingenomen met piepjonge gewassen en mathematisch nauwkeurig aangeplante olijfgaarden. De aarde onder deze bijzonder heldere begroeiing is terracottakleurig, mosterd, oker of krijtwit en heeft duidelijk iets van de zonnewarmte te leen gekregen. Ver uit elkaar en soms op griezelige steile plekken kleven witte huisjes of dorpjes tegen rotswanden aan. Het landschap doet ons aan Schotland denken alleen zijn de kleuren anders en daar hebben we geen cactussen gezien. De mist blijft de hele dag bij ons en perkt het gevoel van onbegrensde weidsheid van dit land in. Je verliest hier de tijd aan de ruimte en ik kan geen synoniemen meer bedenken die uitdrukken wat zoveel oppervlakte met me doet. Tegelijkertijd blijven we in al die uitgestrektheid dicht op elkaar zitten, door regen en mist gegijzeld tot de paar vierkante meter binnen. Morgen rijden we naar Granada waar we wachten op de zon die ons zondag een gidsbeurt zal geven langs veelbelovende sprookjespaleizen.

Tarifa en het Rif

We wandelen door een Moorse poort het oude stadsgedeelte van Tarifa in en kijken over een wonderschoon blauw naar het Rifgebergte aan de overkant. Op het strand van deze surfhoofdstad van Europa wordt druk gekite door mensen van letterlijk alle leeftijden en je kan hier alle mogelijke uitrustingen voor surf, snorkel en kitetoestanden aanschaffen in winkeltjes van de grote merken. We slenteren langs een paar oude fortmuren naar een versterkte vuurtoren die een landbrugje vormt met aan de ene kant de middellandse zee en aan de andere kant de Atlantische oceaan. Aan de achterkant van de vuurtoren lopen ze natuurlijk gewoon in elkaar over maar hier worden we natgespat door de oceaan die ondersteund door de wind graag over de dijk slaat. Dat dit een bijzondere plek was wisten ze in de prehistorie al maar we gaan de grottekeningen niet opzoeken en kiezen een keer voor een indrukwekkende romeinse stad, tenminste de ruïne die ervan overblijft. Een mooi (en gratis)museum geeft ons achtergrondinformatie bij de bijna intact gebleven stadsplattegrond en we bewonderen het theater, het forum, de visfabriek, de huizen en de tempels voor Jupiter, Juno en Minerva en zelfs Isis en we worden goed in de gaten gehouden door de zes bewakers die zich duidelijk staan te vervelen zonder toeristen. Fascinerend om te zien dat romeinse steden naar eenzelfde patroon gebouwd werden over een immens groot rijk (beetje zoals de ikea er overal gelijk uitziet dus) en dat er duidelijk een voorkeur is voor vierkante vormen en rechte lijnen, zo anders dan de celtische ronde huizen in de organische stad die we zagen in het Noorden. Ergens in de geschiedenis heeft de vierkant het van de cirkel overgenomen in bouw, organisatie en relatie. Boeiend wat de Moren deden die we nog gaan ontdekken.

grenzen en daar voorbij

Na Portugal belanden we niet ver van de grens in Isla Cristina. Een plaatsje dat een soort van eilandje vormt tussen een riviermonding en de Atlantische oceaan. Er worden krabben gevangen en zout geoogst en nog een paar interessante activiteiten die we helaas niet te zien krijgen. Op het uitgestrekte en tamelijk verlaten strand verzamelen we glinsterende schilfers schelp en zien oesterschelpen waar reuzen van zouden smullen. De jongens worden het water in getrokken en trotseren daarbij de eerste koude rilling om daarna met kippenvel en verrimpelde vingers op een handdoek van het zonnetje te genieten. We wilden hier eigenlijk een dag vroeger vertrekken maar een loopwedstrijd die op het terrein van de camping doorgaat gijzelt ons op het terrein en zorgt ook voor de aanblik van smakelijk en minder sportief vlees dus rijden we maandag een lange dag. Met een grote bocht leidt de weg ons rond het uitgestrekte Doñana natuurpark, waar we omwille van de prijs, toch niet naartoe gaan. Met een beetje spijt denk ik aan de uitzonderlijke kans om zoveel grote roofvogels en watervogels van dichtbij te kunnen zien maar ik stel mezelf gerust dat de geleide jeep niet meteen voor rust zal zorgen en de lynxen waarschijnlijk niet liggen poseren langs de kant. In het landschap zien we grote landerijen met vierkantshoeves die uitgerust met kantelen en een torentje (zijn de sinaasappels al rijp schat?) en vooral een prachtige toegangspoort in de witte muren rusten tussen kilometers sinaasappels. Van glooiend wordt het weer vlak, heel vlak zelfs, en later terug glooiend en bergachtig. Onderweg zien we lange irrigatiekanalen op pootjes die het gewas in de zomer moeten bevloeien. Vreemd nu alles ongeveer fluoriscerend groen is. Dichter bij het zuiden ontvouwt zich een schitterend bergland met ruwe rotspieken en scherpe kammen boven de mossige hellingen en plots zien we reusachtige vogels indrukwekkend cirkelen. Een kolonie vale gieren (met spanwijdtes van meer dan twee meter) zweeft in bronskleurige tinten hoog en lager aan ons voorbij en we zien zelfs een steenarend. (ik ben nergens tegengereden) Ik weet niet wat die dieren met me doen maar dan hou ik het niet droog waarop ik een overgedrammatiseerde huilbui hoor op de achterbank om even te spotten met mijn ontroering. Na ons dieet van ooievaars, wouwen en reigers die hier in grote getalen nestelen is dit een adembenemende afwisseling. Dit landschap en zo'n vogels, mijn dag kan al niet meer stuk. En dan, een paar bochten verder zien we een zeestraat met aan de overkant, tastbaar dichtbij, Marokko. Weer een brok in de keel.

zaterdag 25 januari 2014

afscheid van een land 2 Bem vindo

'Ik heb niets met het Zuiden, ik ben benieuwd' waren mijn woorden voor mijn vertrek thuis en in het spoor van uw ontdekkingsreizigers heb ik uw landschap veroverd, opgenomen en gesmaakt. Na Feniciërs en Moren, Romeinen, kruisvaarders en Spanjaarden en god weet wie nog allemaal waren wij een klein en bescheiden gezelschap en het mag duidelijk zijn dat u meer sporen bij ons achterlaat dan wij bij u.
Je kleedde me uit Portugal, je haalde me vanonder mijn vel zoals je gewoonlijk bij je prachtige kurkeiken doet.
Je spoelde de restjes bitterheid, die me niet eigen is maar die soms aan mij blijft kleven, uit me weg zoals je de tannines uit de olijven wast om ze klaar te maken voor de pers.
Je voedde met met ademgevende uitzichten en vooral ook met authentieke, eenvoudige en verse voedingswaren die nog op echte markten van mens tot mens verhandeld worden. Ik blijf je eeuwig dankbaar dat je onze kinderen weer de rijke smaak van verse vis liet waarderen en het verlangen om er nog een keer te eten. Je liet ons genieten van de kleine dingen van het leven, een kort koffietje en een eindeloze keuze aan lekkers voor daarbij. Dingen waar de innerlijke mens plezier aan kan beleven. We hebben je doorkruist van je zanderige stranden tot je diepingesneden Serra's, van je vochtige groene Noorden tot de droge heuvels in het Zuiden en je spectaculaire kleurige rostkusten droegen onze verbeelding naar verre oorden. We hebben door je kleine dorpjes geslenterd en genoten van de weldadige eenvoud en we hebben ons laten betoveren door forten, kerken en bouwwerken en ervaarden in het overweldigende aanbod een even barok gevoel als de inrichting van menige Sé. Uw rijke en nog levendige geschiedenis liet duidelijke sporen na en terwijl je in de grote steden nog de grandeur van een voormalig wereldleider kan zien, wat is dat lang geleden, is uw achterland een tijdloos gegeven waar de verre Braziliaanse kusten en het gouden koloniale verleden weinig impact hebben gehad. In het tedere en wonderschone Alentejo is de grote wereld ver weg maar de aarde heel dichtbij. Daar wordt het nieuws niet bepaald door stoere zeevaarders in verre oorden maar door kleine bewegingen in het dorp en op het land. Voor mij, maar noem mij maar naief, ligt daar het echte goud in verse sinaasappels en geurige olijfolie, in bloemrijke landschappen tussen kurkeiken en in witte dorpjes met namen die toverspreuken kunnen zijn, je spreekt ze uit en je bent weg. Tijdloos en buiten de tijd verstilt alles daar en de zachtglooiende uitgestrektheid zalft en streelt de ziel. We hebben van kust tot binnenland en van Noord tot Zuid de rijkdom van uw eigen fauna en flora mogen smaken en gezien hoe u, zonder grof te willen zijn, net zoals u ooit met eigen kolonieën deed, regels en plantages opgelegd krijgt die u mishandelen en verkrachten en die u eigen waardigheid ontnemen en u ontsieren en verarmen. Het is bizar om te zien hoe u, die ooit de helft van de wereld bezat, nu nederig moet buigen met een opgehouden hand voor grotere machten. Het is vreemd te weten dat u ooit zonen uitzond die vol lef en heldenmoed in verwegistan volkeren aan hun voeten dwongen die nu in stilte het juk van het harde werk dragen voor een minimumloon. We hebben ze gezien, de school van Hendrik de Zeevaarder en de plaats waar de karvelen gebouwd werden, we hebben het kerkje gezien waar Vasco kwam bidden voor een behouden terugkomst en we hebben ook de bedelaars gezien daarnaast, de vrouwtjes met baardjes die voor hongerloontjes kastanjes poffen en de dappere klimmers die pijnboompitten oogsten. Je hebt me geborduurd, met de hand zoals de prachtige kleurige sjaals uit het Noorden, en in het bloemrijke patroon heb je een lach genaaid, een speelsheid en een diepe rust, een relativering en een vredigheid met wat er is. Het ziet er mooi uit en ik streel de aangebrachte franjes, de lintjes vertellen grappige anecdotes van momenten dat ik slechts met beeldspraak en wat geluiden mezelf probeerde uit te drukken en dat de toehoorder mij wou verstaan, of van de dennenappelplukker die een heel verhaal deed over zijn werk in zijn eigen taal maar van hart tot hart verstaan mensen elkaar wonderwel. Je hebt me meegevoerd op de melancholische klanken van uw magische muziek die zonder twijfel een dromerig verlangen opwekt, een heimwee naar de toekomst zoals uw volk zegt. Met die muziek, uw landschappen en de hartelijkheid van de mensen, en niet te vergeten uw pastel de natals, ontvangt u mensen en ontsluit u harten op een manier die niet anders is dan pure poëzie. U bent een land waar hard gewerkt wordt maar ook waar dromen vormen kunnen krijgen, ik denk daarbij ook terug aan de quinta da regaleira, en ik ben eindeloos dankbaar dat u mij geraakt heeft. Ik heb mezelf in u herkend.

vrijdag 24 januari 2014

o fim do mundo

Stilletjes rijden we door slapende witte stadjes en langs een droge, kale steenachtige vlakte naar de Zuidwestkaap van Portugal en bij uitbreiding van Europa. Het landschap voert ons terug naar het Noorden van Schotland met een duidelijk verschil in het specifieke licht van de beide streken. De weg eindigt bij een groot witgekalkt fort met dikke muren. De legende gaat dat in het Fortaleza de Sagres Hendrik de zeevaarder vanop een reusachtige windroos instructies gaf en zijn ontdekkingsreizigers inwijdde in de verre windrichtingen. Een beetje verder zwaait de vuurtoren op de Cabo de São Vicente de zeevaarders uit en leidt hen langs de torenhoge mosterdkleurige kliffen. Dit is het laatste wat ze nog zien voor ze in het eindeloze blauw van de oceaan opgaan. Op de kliffen balanceren vissers op onmogelijke plaatsen om vervolgens een lijn uit te werpen die twintig meter lager in zee een vis aan de haak moet slaan. Dit is een mooi landschap met stevige begroeiing die zich met alle macht vastklampt wanneer de zeewind over het land raast. Op onze camping zien we mannen met meterslange stokken pijnboompitjes oogsten (eigenlijk zien we ze pijnappels oogsten en we leren dat ze daaruit de bekende pitjes halen) die om onverklaarbare redenen niet in Portugal maar in Italië verkocht zullen worden. Het heet hier het einde van de wereld en ik hou wel van die naam. We horen nergens meer bij. We vallen niet in de groep grijzende overwinteraars die hier al dan niet met grote luxe verblijven en we horen ook niet bij de kleurige, vaak vervallen en veel bestickerde, busjes van surfers, we zijn jonger of properder of we zijn voorzichtiger of net extremer (iemand noemde me deze week nog radicaal)(ben het woord nog aan het naproeven, past het of niet?) We horen niet meer bij het klassieke verhaal over getrouwd en alles samen en altijd naar school zoals het hoort en eigenlijk voelt het heel ontspannen om tenmidden van dat nergens bijhoren gewoon een eigen plek te ontdekken. Na Sagres zijn we doorgereden naar Lagos om naar de wonderlijke zandsculpturen te kijken die door de diepblauwe, met momenten turqoise zee, zijn uitgesleten. De geologieperiode van Rune speelt zich voor onze neus af en we blijven maar kijken en foto's trekken van deze magische plek. Woensdag zagen we op het strand van Luz aan de andere kant van Lagos een heuse regenboog in steen. De rotsformaties hebben hier werkelijk uitzonderlijke kleuren en vormen en spreken enorm tot de verbeelding. Uren kan ik daar naar kijken omdat de kleuren door het bijzondere zonlicht telkens anders en soms zeer intens worden. Na Lagos ontvouwt zich een toeristengetto waarbij we ons even aan onze eigen kust wanen. Flatgebouwen en attractieparken liggen naast grote wegen die afgeboord worden met winkelcentra en grote bedrijven. Hier is de authenticiteit van de voorbije dagen ver te zoeken. We plaatsen ons een laatste maal op een Orbiturcamping, een betaalbare keten in dit land, en merken dat we hier echt in een overwinteringsparadijs zijn beland. De gemiddelde leeftijd van de hoofdzakelijk Britse en Nederlandse medekampeerders is ver boven de pensioenleeftijd en er staat een hele huiselijke opstelling van handige spulletjes opgesteld rond de campers. We denken met plezier terug aan de betovering van de rotsformaties aan de Ponta de Piedade en verdringen de bridgewedstrijden naar de achtergrond. Spanje begint te lonken en Quarteira is geen plaats voor ons om te blijven. Omdat dit vermoedelijk onze laatste avond in Portugal is hebben we verse sardientjes gekocht die we dadelijk op traditionele wijze gaan klaarmaken en morgen eten we ons laatste pastel-tje op een terrasje in Tavira in het zonnetje . Ik maak nog tijd voor een afscheid.

 o fim do mundo

 Hierna is het eindeloze
niets
het niet weten
in al zijn uitgestrektheid
of een zee van
mogelijkheden

 Met een karveel
opgetrokken uit
vertrouwen en koppigheid
met zeilen bol van
moed een laatste blik
op de gouden kliffen
een stevig baken
vaste grond

loslaten
overgave
aan een deinende blauwgrijze kim
gekken en dromers
durfals
wanhopige zielen
het einde van de wereld
is vaak het begin

woensdag 22 januari 2014

joran vertelt over het zuiden

Er valt zoveel te vertellen over de voorbije maand maar ik zal de mooiste plaatsen eruit halen. Spanje, ik ben er nog nooit eerder geweest. Onze eerste camping lag op een zonnige klif boven een heldere maar woeste zee. Zittend op mijn penny-board schuurde ik naar het strand via een asfaltweggetje. Een prachtig uitzicht, gigantische golven mete surfers op de top. Onderweg naar de stad Bilbao, reden we door allerlei kleine haventjes met kleurige huisjes en bootjes. San Juan de Gaztelugatxe: een kerkje gelegen op een rots in het water. Na de tweehonderdeenendertig treden naar boven, konden we de Spaanse kust volgen met onze ogen. Het kerkje zelf was niet zo geweldig maar het was een mooie en rustgevende plaats om te zijn. Bilbao: Onze eerste grote Spaanse stad. de Spaanse metro was nieuw voor ons, we stapten dan ook te vroeg af. Het bekende Guggenheimmuseum is vanbuiten een modern meesterwerk maar de kunst binnenin was zijn naam niet waard. Een stapel borden is voor mij geen kunst. De grotten van Altamira is de oudste europese kunst. Deze tekeningen zijn 36000 jaar geleden gemaakt door onze voorouders. De originele grot is niet toegankelijk meer, maar je kan een fanastisch nagemaakte grot bezoeken waar alle tekeningen te zien zijn. Picos de Europa; de picos de europa zijn de bergen die de Spaanse zeevaarders als eerste konden zien vanop zee.  Hoog in de bergen lag sneeuw = gevecht. Na het prachtige uitzicht en het sneeuwballengevecht hebben we een sneeuwbal in de vriezer gestoken.  Hij heeft de naam Ramon gekregen. De grot. We hebben een grot bezocht van voor de tijd van Altamira.  De grot stond vol met nep-prehistorische dieren waar ze beenderen van hebben gevonden. In deze grot leefden geen mensen maar alleen oude dieren van vroeger. Het was zeker de moeite waard. De Horrorcamping; we hadden een camping gekozen voor de feestdagen (in het laagseizoen zijn veel campings gesloten = weinig keuze).  Het was een reusachtig vakantiepark met wc's om in verloren te lopen. In de wc's stond schlagermuziek op (we waren helemaal allen in deze stille en grote camping.) We stonden tussen verlaten bungalows en vieze stacaravans. Na het eten kropen we onder de dons. Eens we half sliepen stak er een stormwind op. Het busje ging heen en weer, ik dacht (aan het geluid en de kracht van wind) dat er windhozen waren. De enorme wc's gingen snachts niet op slot = de enorme deuren sloegen open en dicht, het glas van de deuren sloeg eruit na een hevige windstoot. Als de deuren opengingen kon je zacht de muziek horen = ECHT EEN NACHTMERRIE. We zijn de volgende dag dan maar direct doorgereden naar Portugal. Caminha: deel 1; de feestdagen hebben we in Caminha gevierd. Ik en Rune hadden heel ons busje versierd met kerstversiering de ramen waren beplakt met kerst-raamstickers, boven de tafel hingen lichtjes en er waren hapjes. Knus in ons busje aten we ons kerstmaal. de camping van Caminha was een gezellige en mooie camping. Op het strand achter de camping, hebben we een geweldig kamp gemaakt met wrakhout dat was aangespoeld. Ik heb er een tekening van gemaakt. Vanop het strand kon je Spanje zien en een fort in het water.

maandag 20 januari 2014

carinhoso mao

Er valt wat te vertellen op de hoek van een straat in een godvergeten gat waar stoppelbaarden als God zelf op zondag kijken of het goed is. Ze hebben ons gezien en kijken ons lang na we zijn een dankbare gebeurtenis in deze tijdloze uitgestrektheid. Ons passeren markeert een punt in de tijd op een beschouwende zondagmiddag. Achteraf bekeken heb ik spijt dat ik niets gevraagd heb, dat ze dan konden oplossen en waardoor dit momentum een nog langer verhaal zou zijn geworden dat dan in de dorpsgeschiedenis verder kan leven als 'weet je nog die zondag, toen dat belgisch madammeke'... maar ik had niets nodig (ook wel een fijn gevoel) en ik heb deze week al een keer een kip en een koe nagedaan in de winkel om iets duidelijk te maken aan de slagerij en daar wordt nu al genoeg om gelachen waarschijnlijk dus de drang om iets als een rubberen rondelletje om de gasverbinding te beveiligen te gaan uitbeelden laat ik maar even daar, dat zoek ik wel eens ergens anders. (dat zou ik nu eigenlijk wel kunnen gebruiken voor de volgende gasfleswissel). Alentejo voelt voor mij als een soort van moederland, het draagt je golvend door zich heen en geeft voedsel voor de ziel. Velden vol madeliefjes die zich als gestolde ochtenddauw tussen het frisse groen nestelen dat de kurkeiken aan elkaar lijmt. Er hangt een zeer bijzondere sfeer met al die ontblote eiken waartussen koeien en schapen (en eindelijk eens een zwart varken) schaduw vinden. Een stel witte reigers links en ooievaars rechts en hoog in de lucht regelmatig een acrobatische wouw en uiteraard ook buizerds. Dit binnenland is zeer dun bevolkt en waar mensen wonen lijken ze samen te kruipen in onooglijke kleine spierwitte dorpjes waar iets tijdloos heerst. En toch moeten er ook hier mensen zijn, hun aanwezigheid wordt verraden door wijngaarden, olijfgaarden en kurkgaarden (ik weet niet of dit woord bestaat maar nu dus wel) en hier en daar een lange rij cipressen die naar een eenzaam landgoed voert. Verder lijkt het leven hier hard maar simpel, eindeloos groen onderaan, daarboven een even eindeloos blauw en daartussen wordt gewerkt, geplukt, gezaaid, geploegd, beschouwd en volgens mij ook veel gedroomd. De witheid van de dorpjes wordt gebroken door kleurige raamkozijnen en bloementuinen en overal wappert was. We hebben geen GPS meer en hebben het even overwogen er een aan te schaffen maar een goede kaart en vooral de vlotheid waarmee Joran ze leest zijn veel aangenamer. We volgen een landelijker weg, de kortste in afstand, en reden daardoor tolvrij en zagen eindeloos veel plekken om te wonen. We zitten nu terug aan de kust van Alentejo in een natuurpark in Vilanova de Milfontes en zakken morgen tot het zuidelijkste puntje af. Wie prikkertjes heeft geplaatst merkt dat we een beetje een slingerbeweging gemaakt hebben, dan weer flirtend met de atlantische kust en toch weer naar het binnenland getrokken en net dat gaf ons de kans de diversiteit van dit prachtige land te ontdekken. Het is wat anders dan de Britse en Franse grijsaards die we soms laat in de avond op de camping weten aankomen om de volgende morgen schiellijk vroeg te vertrekken om zo snel mogelijk aan de Costa del huppelepup te zijn. Ieder zijn manier van reizen. Ondertussen hebben de jongens zich bekwaamd in het bespelen van de harp in onze cockpit. De zessnarige waslijn die daar hangt sinds Caminha ontlokt allerlei melodietjes en zorgt voor de nodige, en soms overbodige, muzikaliteit in ons busje. Het is eens wat anders dan een conflict in de douches vijftig meter verder dat omwille van de akoestiek van het gebouwtje tot binnen in de bus te horen was. Gevoelige luisteraars die het nederlands machtig zijn hebben waarschijnlijk , in lichte choque, hun vocabulaire aan beledigende uitdrukkingen kunnen updaten terwijl ik, met een licht schaamrood op de wangen, in de mannentoiletten binnenging om kort en duidelijk een einde te maken aan dit gekibbel. Tien minuten later kwam er erkenning voor de goede bedoeling van het werpen van een bus douchegel over de hoge stenen tussenwand en de overdreven reactie die dat voor gevolg had en was de lucht weer helderblauw en werd er weer lekker gefratst en gelachen.

zondag 19 januari 2014

Tijdloze schoonheid

We zijn het er met ons drie roerend over eens, de weg van Lissabon naar Èvora toont ons het mooiste stuk Portugal dat we al gezien hebben. Licht golvende groene uitgestrektheid met kurkplantages veraf en dichtbij, een heuveltje met een vervallen fort, en overal staan tussen de bomen diepbruine koeien zich aan lentegras tegoed te doen.(volgens mijn gids over Portugal kunnen we onderweg massa's zwarte varkens zien scharrelen maar dat is niet de weg die wij volgen blijkbaar) Het is ons meteen duidelijk dat de Shire uit de Hobbitfilms niet in het Zuiden van Engeland ligt maar hier en we zien af en toe een paar hobbits tussen de bosjes wegspringen al dan niet op de rug van een ruigharige ponny. De uitgestrektheid van dit lieflijke land ademt een diepe serene rust uit en Joran merkt, zonder voorkennis, op dat dit een streek is voor dolmen en dergelijke en hij krijgt gelijk. Onverwacht (of toch niet helemaal) komen we zo bij de Cromeleque dos Almendres terecht waar een pracht van een stenencirkel achtduizend jaar geleden opgericht werd. Vijfennegentig monolieten vormen samen een van de belangrijkste megalitische monumenten van het Iberisch schiereiland en sommige ervan dragen tekeningen, die door te tijd verbleekt of geërodeerd zijn en mateloos fascineren. Niets infocenter en merchandising hier maar een eenvoudig bord met degelijke uitleg en de heerlijke eenzaamheid van de stenen, het kurkbos errond en de jagende Wouw in de lucht erboven. Heerlijk om zo'n plek niet te moeten delen met mensen van nu en helemaal de energie van de voorouders te voelen en te onderzoeken. Een eindje verder staat ook een eenzame Menhir, die volgens de overleverving, samenhangt met de Cromeleque en zo een zonnewijzer vormt. Joran komt op het idee om te kijken of we er met drie rond kunnen wanneer we handen geven en het voelt wel heel  bijzonder zo met die Reuzesteen zo tussen ons in. Bij het spotten van overvliegende ooievaars, die hoge nesten op electriciteitspalen en kerktorens bouwen, merken we op dat het toch heerlijk is zoveel moois te zien onderweg en dat door zo lang te reizen de samenhang tussen dingen in de geschiedenis en aardrijkskunde en biologie veel duidelijker aanwezig is. Alles komt zoveel meer tot leven. Een beetje later struinen we door de witte straatjes van Évora op zoek naar de romeinse Dianatempel die er staat en kan Rune, met dank aan de lessen esthetica, ons uitleggen hoe de eerste romeinse tempels eruitzagen. Deze stad kan mij met zijn charmante witte straatjes en prachtige gebouwen, pleinen en kerken, helemaal bekoren. Een stevige muur omsluit het geheel en voert ons terug naar andere langvervlogen tijden. We herkennen Romeinen, Moren en later christelijke invloeden en genieten van een terrasje met een uitzicht op het weidse Alentejo en een greep uit de gevarieerde geschiedenis van deze stad. We slaan de kerken over deze keer, wat een licht gevoel van opluchting ontlokt, waardoor we ook de Sao Fransisco, die met beenderen gedecoreerd is maar laten gaan en bekijken een straat met huisjes die gebouwd zijn onder de bogen van het indrukwekkende aquaduct dat tot ver buiten de stadsmuren loopt. Évora is terecht uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed en is een absolute aanrader. In de supermarkt vergapen we ons aan het ruime en bijzondere aanbod aan verse vis; in tijgerprint, op slangen lijkend, zwaar gedroogd en gezouten, haaitjes, drieduizend soorten schelpdieren en garnaalachtigen, allemaal vers en gezond en bovendien heel betaalbaar. (ik weet het juiste woord voor haai niet in het portugees maar het leek op cachoe en ik vrees dat het ook zo smaakt dus hebben we maar niet gedaan) Met drie, voor ons vers gekuiste, dorades keren we huiswaards en met een schepje algentartare van Mont Saint Michel erbij smullen we ons buikje rond. Zelfs de mindere visliefhebbers onder ons kunnen niet langer ontkennen dat verse en gezonde vis heerlijk is en met een luchtig stuk Pão de Ló sluiten we dit goddelijke dagje af. Zoveel heiligdommen en zo lekker eten, dankbaar wordt een mens daarvan.

donderdag 16 januari 2014

axis mundi in sintra

We reizen niet langs de hoofdsteden van de landen die we doorkruisen en maken daarbij geen uitzondering voor het veelgeprezen Lissabon. Zonder GPS en met een kleine hint op de wegenkaart en in de campinggids hebben we het toch maar gehaald tot in Cascais. Cascais ademt gratie en nestelt zich met prachtige gebouwen aan het diepe blauw van de Atlantische kust naast Lissabon. Het Atlantische sop en vooral de kracht waarmee de golven vanuit de oneindigheid op de kusten beuken blijven indrukwekkend en nog meer wanneer we de Boca do Inferno zien, een gat dat door de oceaan uitgesleten is tot tientallen meters in het land. Dappere vogels nestelen tegen de klif en duiken tussen opspattende golven naar hun plekje tegen de wand. In het stadje liggen vissersbootjes tussen jachten te lonken naar de negentiendeeeuwse villa's die met bloemenpracht omringd worden naast appartementen. Het heeft iets van den Haan met een zuiders accent. Vanuit het prachtige en beschermde duinengebied volgen we eindeloze bochten en adembenemende versmallingen naar Sintra. Het is een beetje zoals naar een Pateleria gaan; het staat er vol heerlijkheden die er allemaal verleidelijk uitzien en je kan ze niet allemaal opeten omdat overdaad schaadt en het plezier dan plaats maakt voor een indegestie. Sintra biedt eindeloos veel interessante dingen en om het Pateleria effect en budgetaire redenen kiezen we gevoelsmatig een paar lekkernijen uit. Met een licht daver op het lijf van het autoritje hiernaartoe, nochtans aangeraden door de toeristische dienst ook voor een camper, laten we ons helemaal betoveren door de Quinta Da Regaleira. Dit tart werkelijk alle verbeelding en het is van in Engeland geleden dat een plek, een gebouw, mij nog zo gegrepen heeft. Hier is duidelijk een architect aan het werk gegaan met een boeiende esoterische kennis van alchemie, gnostiek, vrijmetselarij, hermetiek,... en dan ook nog met een uitzonderlijk gevoel voor schoonheid om die sprituele inzichten te koppelen aan een ontroerend ontwerp van tuin en gebouw. We volgen de duistere tunnels, met een meegebracht zaklampje, om in de inwijdingsbron spiraalsgewijs naar het licht te klimmen. We beklimmen torentjes met uitzichten over de schitterende plantengroei in de tuin en de unieke setting in het landschap rond Sintra. We verdwalen speels tussen de kleine weggetjes en kijken met open monden naar beelden en ornamenten en vermoeden dat hier veel meer verteld wordt dan mogelijk op het eerste zicht te zien is. Ik ben blij met de tentoonstelling, in het huis, van de oorspronkelijke tekeningen en onmiddellijk klinken er weer bouwplannen uit twee monden naast me. Deze plek is hemels en vol verrassingen en ik geniet later in het busje nog lang na in het aangekochte boekje met tekst bij de plaatjes. Het doet wat met ons alle drie want we zijn het erover eens dat dit een uniek gegeven is. Omdat ik ook twee ridderachtigen meevoer kunnen we niet anders dan naar het hooggelegen Castelo dos Mouros te gaan. Rond de achtste eeuw was het een Moorse burcht, vierhonderdvijftig meter boven de stad op een rots gelegen, die in 1147 heroverd werd. Er blijkt ook nog een Noorse Koning een tijdje 'op bezoek' geweest. Door voorstdurend veroveren en verbouwen is er niet zo veel van de originele structuur meer zichtbaar maar de muren staan er nog en het is bijzonder indrukwekkend om eroverheen te lopen. Ondertussen een beetje stijf in de kuiten van zoveel klim en daalwerk vandaag genieten we toch van het panorama dat tussen de wolken door komt piepen. Het Palacio da Pena, bekend om zijn bizarre combinatie van stijlen kleuren, blijkt volgens de gidsen en de mevrouw van de camping een echte must-see maar we zien er amper iets van tussen de wolken. We zijn helemaal voldaan met deze twee bezoeken en steendood maar heerlijk voldaan stress ik mij langs de bochtige weg terug. Ik heb nog een hele nacht van de Quinta da Regaleira gedroomd. Om terug in de echte natuur te komen hebben we vandaag het meest westelijke punt van Europa gezien, Cabo da Roca. We hebben op tussen een Japanner, die van geen ophouden wist, en een Rus, die amper dierf beginnen, een foto genomen van onszelf bij het gemarkeerde bord en toch maar niet betaald voor een certificaat dat we daar geweest zijn. Wie het niet geloofd met een foto mag ons nareizen. Een wandeling door het duinenreservaat maakte iedereen terug fris genoeg voor het nodige schoolwerk. En nu snel, de zonsondergang gaat weer beginnen en dat willen we niet missen.

maandag 13 januari 2014

route naar Cascais

In den beginne was er niets dan een fantastische sterrenhemel
miljoenen witte glinsters in een indigo uitspansel.
Later kwamen de vogels, ze wekten de dag.
Vluchtig trok de damp uit de grond en ging op in grotere mistflarden die langzaam het landschap ontbloten.
De eerste zonnestralen strelen kleine bloemblaadjes open en we zingen met Cat stevens dat de zon weer komt.
Dennengeur, eucaliptus en Mimosa geuren voorzichtig onder het uitbreidende hemelsblauw en dan
is er koffie
Een verse, heerlijke, nieuwe ochtend na een paar fijne dagen met de ouders en de kids op de Quinta da Cerca in Midões. We zijn er gastvrij ontvangen, hebben er lekker gegeten en kort maar stevig gewandeld (deze plek is echt een aanrader voor al wie graag op adem wil komen in het Portugese binnenland) en hebben vooral plagerig en speels genoten van elkaars gezelschap en het weerzien. Vandaag vlogen Moena en Koen naar Eindhoven terug en wij zetten na het schoolwerk de tocht verder richting Sintra bij Lissabon. Het landschap dat aan onze ogen en wielen voorbijtrekt is eerst bergachtigen ruw, diep ingesneden door Rio's en meertjes en hoofdzakelijk begroeit met eindeloze Eucaliptusplantages. Een ingevoerde boomsoort die met aandrang van de Europese regering massaal wordt aangeplant om economische redenen. Kilometers zuidelijker hebben de ruwe rotsen plaatsgemaakt voor een zacht glooiend gebied dat zich lieflijk koestert onder olijfbomen, wijngaarden en bolkruinige naaldbomen. De grote reuzekeien zijn verdwenen naar een verre Serra in de achtergrond en roestkleurige aarde laat zich beplanten en beploegen in de wijngaarden door mannen met petten, die mogelijk aan hun hoofd gegroeid zijn, en vrouwen met baardjes. We laten Fatima rechts liggen (aardrijkskundig kan dat beter dan spreekwoordelijk). De zon heeft voor ons vandaag persoonlijk drie rondjes gedraaid en ik ben ook wel een beetje bang voor de teleurstelling van het groteske van zo'n massabedevaartsoord, ik verlies dan de band met waar het om gaat. Rune en Joran zouden het voor mij nog gedaan hebben maar gaven in Coïmbra al subtiel en minder subtiel aan even genoeg te hebben van kerken en kloosters. Bovendien wil ik ook geen afvinklijstje afwerken onderweg en het gaat tenslotte meer om wat we wel dan om wat we niet gezien hebben. Geef mij maar het goddelijke uitzicht waar we vandaag mee opstonden (en gisteren ook mee gingen slapen) en de adembenemende aarde waar we over en door rijden. Een gebed op zich, zo'n uitzicht. Onderweg zien we op hoge electriciteitsmasten ooievaars nesten boven elkaar bouwen als in een echt Portugees appartement en bruggen die niet over het water gaan maar water over het land vervoeren. Het is hier onwaarschijnlijk fris en groen nu dat ik mijn verbeelding moet aanspreken om de dorre droogte in de zomer te zien. Een paar natuurgebieden later hebben we ook de oorspronkelijke flora van Portugal gezien die veel kleuriger en  gevarieerder is dan de monoculturen van Eucaliptus doen vermoeden. Terugblikkend op ons bezoek aan Porto en Coïmbra de voorbije dagen werd ik daar helemaal gecharmeerd door de kleurigheid van het straatbeeld en kerken in allerlei stijlen, afgewerkt met barok houtsnijwerk en bladgoud (en dat nog wel in de San Fransisco kerk, hij moest het weten, de patroonheilige van de eenvoud) en boeiende taferelen in blauw-witte azulejo's uitgevoerd. Over de Dom Luis 1 brug staken we de rivier over en belanden tussen de porthuizen. Op het water liggen de traditionele portschepen als divas te wachten op een fotograaf. We namen een kabelbaan naar boven, uiteraard nadat we porto geproefd hebben, en wandelden vijftig meter hoger over dezelfde brug terug naar de andere oever. We hebben de oudste boekenwinkel bezocht, die nog voor inspiratie zorgde in de Harry Potterfilms en ons laten overgieten door het zonnetje op een terrasje, een paar zelfs, en bewonderden de typisch veelkleurige bootjes op de Douro en de vele bruggen die de oevers verbinden.
En toch, hoe kleurig en speels en gevarieerd de azulejo's en de kleurige gevels in Porto en Coïmbra ook zijn en hoe wonderlijk dat alles en mengeling van blijheid en weemoed weet op te wekken (de ingrediënten voor fado zijn in het straatbeeld duidelijk te zien, een heimwee naar een mogelijke toekomst en een trots op een vergane glorie) voor mij haalt het een magere plaats naast de eindeloze landschappen onder de in blauw uitgesmeerde wolken. Alleen maar alle zintuigen open en diep inademen en dat moet ik vooral in een stad niet doen. Tenzij op een zonnig terrasje met een Pastel de Belém met wat Fado in de oren, life natuurlijk, in het gezelschap van goe volk.

zondag 12 januari 2014

aanloop naar Porto

We laten, in alweer een regenbui, het schilderachtige binnenland van Noord-Portugal achter ons en zetten koers richting Porto. Onderweg houden we halt in het prachtige Guimaraes, wat in een ver verleden nog de hoofdstad geweest is, en bezoeken daar, gehuld in allerlei regenkledij, de oude stad. We struinen langs een portie werelderfgoed met pittoreske pleintjes waar terrasjes druipend op betere dagen wachten, bewonderen het machtige kasteel en vluchtten het paleis van de graven van Braganca in waar een Engelse fotograaf, wachtend op de zon voor de pr foto's van het gebouw, uit pure verveling ons spontaan een rondleiding geeft. De Brit is duidelijk erg op de hoogte van de tentoongestelde objecten en van de Europese geschiedenis in het algemeen, hij weet ons te boeien met grappige middeleeuwse fait-divers en het mag duidelijk zijn dat hij heel blij was iets om handen te hebben. Doorweekt en mopperig lunchen we nog in ons busje en rijden verder naar de kust, toch blij met deze indrukwekkende tussenstop. Omdat we bezoek van het thuisfront verwachten binnen een paar dagen werken we maar even goed door voor school en gaan in de grote periferie van Porto in een shoppingscentrum op zoek naar die beloofde lego voor de kerst. Het is bevreemdend dat we tussen een H&M, een Zara, een ikea, Mango, Fnac, ...net zo goed in ons eigen land konden zijn en was het niet om een paar details in de etiketten en de taal van de verkoopsters dan zou je je helemaal in Wijnegem wanen. Uit pure nieuwsgierigheid en omdat Rune een nieuw hoofdkussen nodig heeft lopen we toch die Ikea even binnen en zelfs de interieurpresentaties zijn identiek als bij ons. Daar gaat mijn ideaal over de diversiteit en uniciteit van mensen, groepen, volkeren,...Over heel de wereld koopt iedereen op dezelfde plek, hetzelfde kussen met diezelfde zweedse naam, rekent op dezelfde manier af en neemt dezelfde hotdog met dezelfde saus en kijkt daarbij naar dezelfde foto's van een ver zweeds landschap. Het kussen ligt prima, de lego ontlokt massa's creaties die we zorgvuldig fotograferen en terug afbreken omdat er geen plaats is om hem te laten staan. De wasmachine van de camping blijkt stuk en ik word naar een lavaria in het dorpje verwezen waar een vriendelijk vrouwtje alles wast en droogt voor een belachelijk laag bedrag. Het lijkt of het hele dorp hier tegelijk alles heeft binnengebracht en we vragen ons verwonderd af hoe ze nog weet wat van wie is. Het strandje van Angeiras dat we bezoeken is ronduit smerig en tussen de knap gevormde rotsblokken en de kleine vissersbootjes spoelt duidelijk een afvalbelt aan van de nabijgelegen haven van Porto. Pijnlijk om zoveel vuilnis op zo'n helder zand te zien liggen en mensen die ertussen dingen oprapen om te verkopen. Voor de mensen met de prikkertjes we zitten in Lavra, Angeiras, een plaatsje om over te slaan maar wel met een goedkope camping, open in de winter en met een bus naar Porto voor deur. Het is niet erg de moeite om het dorpje te bezoeken, je kan ook gewoon keihard voor school werken zonder echt buiten te komen maar sla zeker de zonsondergang niet over want die is hier hemels.

zondag 5 januari 2014

tusssendoor; het leven zoals het is...de reiziger

De onderstaande tekst is een beschouwing van wat er aan de binnenkant van de reiziger gebeurd, u hebt daar geen prikkertje voor nodig en mogelijk kwam u tekstdelen al eerder tegen. Het is al wat u niet leest in prachtige reisfolders en verkoopspraatjes van landen en busjes. Het is het leven zoals het voor ons nu is.

Na bijna drie maanden reizen lijkt het of ik me nu pas op een of andere manier pas echt een reiziger begin te voelen en er een boel niet meer moet. Ik heb heel wat dingen losgelaten een een daarvan is wiskunde. Dat we deze week (tussen kerst en nieuw)vrijaf nemen van het schoolwerk helpt ook wel aan dat gevoel. Sommige dingen zijn heel gewoon geworden; het ritueel van het opbouwen en afbreken van het derde bed met het bijhorende gedoe met aanbrengen van allerlei isolatiedingen; folie aan de ramen, een deken op de grond, folie op de grond in de cockpit, fleecedekentjes tussen het derde bed en de voorzetels en daarbij hoort het over en weer manouvreren van dingen die overdag op het achterbed liggen en 's nachts in het voorste deel moeten. Een operatie die toch telkens makkelijk een kwartier in beslag neemt. Andere terugkerende dingen zijn het legen van de kakbak, officieel heet dat ding 'toiletcassette' of iets dergelijks neutraals maar bij het legen met je gezicht boven de vloeibare drab en hopen dat je geen spetters op je krijgt blijkt kakbak een heel toepasselijk woord, het vullen van allerlei tanks en het nakijken van dingen als raampjes die gesloten moeten worden, trapjes die ingetrokken moeten, ijskast die op een bepaalde stand moet staan,... Een van mijn favorieten is de wekelijkse poetsbeurt waarbij ik kinderlijk gelukkig kan worden van de lichte detolgeur in de kleine badkamer en de frisse vleug allesreiniger die stand houdt tot de eerste kookbeurt. Bij de poetsbeurt hoort ook een wasbeurt van alle in de badkamer opgestapelde vuile was en dus is het zoeken naar een wasmachine op de camping. Meestal werkt zo'n ding op een camping met munten of jetons die er op een speciale manier inmoeten. Tot nu toe hadden we ook altijd een droogkast die met wisselende kwaliteit de was droogt. Soms is het meteen goed maar ik heb me ook al blauw betaald aan droogkasten waarnaast ik hele boeken heb gelezen voor uiteindelijk de was droog was. Op de camping in Portugal is er geen droogkast en ik hang met veel moed de was buiten op aan een door Joran ontworpen touwenconstructie. Drie regendouches later is de was ondertussen natter dan toen hij meteen uit de machine kwam en beslis ik om een touw te spannen in de cockpit tussen de twee handgrepen naast de zetels. Ik slaap vervolgens een nacht onder drie rijen onderbroeken en moet terugdenken aan ons bezoek aan Dover Castle de eerste dag na onze overtocht naar Engeland. We stonden toen geparkeerd naast een Mobilhome waar voorin onderbroeken hingen te drogen en ik vond dat wel grappig maar tegelijk ook wel een blijk van reizigers-overleven. En hier hangen ze nu bij ons dus drie maanden later. De sokken hebben we buiten laten hangen in de hoop op morgen een drogere dag en dat blijkt ook zo te zijn. Sommige basisdingen gaan de invulling van de dag mee bepalen; we hebben nog brood nodig, hoe zou dat hier zijn op een zondag? Anderzijds hebben we ook nog nooit zonder eten gezeten en een middagmaal van krisprols en oatcrackers met een restantje confituur is ook niet dodelijk. Je wordt blij met heel eenvoudige dingen en normen veranderen. Wij spreken van een goede douche als er warm water met een redelijk debiet uitkomt en je niet tot je enkels in het sop staat bij het afdrogen en er een plek is waar je droge kleren droog blijven tot je ze weer aan hebt. Luxueuze douches zoals in Edinburgh met vloerverwarming en aangename muziek zijn zeldzaam en worden daarom nog meer naar waarde geschat maar anderzijds zijn er ook plekken geweest waar het echt heel schraal leek maar je een supergoede straal had. We houden nu een soort van 'top tien' van beste campings bij en daarbij hanteren we verschillende criteria; sfeer en gezelligheid, prijs/kwaliteit, luxe, voorzieningen, en tegenwoordig een nieuwe; creepyness. Voor de laatste rubriek hebben we gelukkig nog maar twee genomineerden; de parking in Bankfoot en de camping in Ribeira. In onze kleine omgeving bestaat er weinig privacy. Het gebruik van het toilet zorgt niet meteen voor veel discretie, omkleden is steeds iets heel dichtbij en daardoor krijg je een ander soort nabijheid. Waar de ene zich zorgen maakt of de hoeveelheid (doorzichtig)haar op de bovenlip nog niet de norm van de probeersnor heeft gehaald kijkt de ander vol bewondering (mogelijk lichte afgunst) naar zoveel vertoon van mannelijke ontwikkeling en op mijn kin kan geen haar ongemerkt blijven staan. Wat ik verder nog probeer los te laten is het idee dat ik voor een bepaald uur naar de douche moet wandelen om niet teveel tegen een bepaalde sociale code in te gaan. In Engeland werd dat gevoel versterkt doordat douchegebouwen daar vaak op vroege tijdstippen gepoetst werden wat een lichte hint was om voor die tijd de zaak te verlaten. Ik ben nog niet zover, en dat zal ook niet gebeuren, dat ik in badjes en slippers over de camping loop met de champoo onder de arm, maar het kan me ondertussen minder schelen als ik daar sta te douchen op het uur dat mij nu best uitkwam. Ik probeer om niet meer te voldoen aan mogelijk vermeende verwachtingen van anderen en dat maakt het minder vermoeiend allemaal. Wat niet echt blijkt te wennen is het koken op twee kleine pitjes in kleine potjes. Ik mis om te beginnen een oven, die ik blijkbaar zeer vaak gebruik merk ik nu, en het gehannes met wat in welk potje kan en niet maakt dat we vaak een variant op het thema rijst of pasta met iets dat in een pannetje kan eten en soms snak ik naar knapperig gestoomde groentjes met een gegrild stukske vis of vlees. Ik wordt megacreatief in het verzinnen van gevarieerde prut en ruik in de winkels de heerlijke grote stukken verse vis en lekker gezond ogende vleeslappen die helaas allemaal niet door ons bereid kunnen worden wegens gebrek aan plaats op het vuur en in de ijskast. Het diepvriesje wordt nu ook al voor een derde gevuld met een sneeuwbal in een tuperwarepotje die tegen alle ratio in de hele reis zal moeten meemaken volgens Rune. Bij het reizen zelf hebben we een goede regeling rond wie vooraan zit en wie wat in orde brengt voor we kunnen vertrekken. We vinden het persoonlijk hilarisch als onze overduidelijk verouderde GPS ons niet kan vinden op de kaart en we rijden op een weg die voor haar niet bestaat. Het vergroot het gevoel een soort van ontdekkingsreiziger te zijn in een land dat door ons nog niet in kaart is gebracht. Het zegt anderzijds ook wel iets over de verwoede bouwdrang van de Spaanse overheid om het land nog verder toegankelijk te maken met moderne en zeer recente autovia's die soms klaar zijn tot in de middle of nowhere en dan overgaan op een kleine dorpsweg. Maar toch blijft het fijn om het pijltje dat ons moet voorstellen op het scherm te zien rijden op een plaats waar geen weg is, zoekend naar waar we dan kunnen zijn. Ooit, lang geleden dachten onze jongens dat zo'n GPS bestuurd werd door een mevrouw die ergens in de lucht in een satteliet naar ons keek en ons zei wat we moesten doen. We maken nog steeds grapjes die daarop terug te voeren zijn en dat blijft prettig. Heerlijk vinden we dat, dat wij mensen slimmer, actueler en meer geupdated zijn dan zo'n apparaat. Ondertussen hebben we ze door totale onbetrouwbaarheid maar op rust gesteld.

Quintas en Vinho

Volgens de wegenkaart is het grootste deel van de weg tussen Braga en Vila Nune een prachtige route met uitzichten over heerlijke natuurlijke landschappen dus we kijken uit naar het ritje na een, voor mij veel te lange, pauze van een aantal dagen op dezelfde plek. Mistflarden worden vastgeprikt door naaldbomen en wolken hangen stil en loodzwaar in de dalen, pas als ze helemaal leeggeregend zijn kunnen ze de heuvels over. We zwemmen door Noord-Portugal en alle cliches die ik heb over dit land zijn duidelijk gebaseerd op zomerbeelden. Soms vangen we een glimp op van het landschap maar veel laat het ons niet zien. Er wordt op dit moment vooral veel water bij de wijn gedaan. Verder van de kust af komen we in een authentieker stuk landschap met oudere bebouwing en kleine dorpjes en kronkelige baantjes die ons van wolk naar wolk bochten. We zijn letterlijk in de wolken! Onderweg naar een warenhuis in Fafe, een paar dagen en een schitterende wandeling later, horen we de donder nog nagrommen in sommige dalen, het blijft een flauw afkooksel van wat hij vannacht liet voelen toen de aarde onder onze wielen meetrilde van het gebulder. Hoog op het plateau rijden we van de mist naar de zonneschijn en krijgen eindelijk een beeld van het prachtig groene Portugese binnenland. In tientallen tinten mosgroen worden heuvels vager en vager tot ze versmelten met de verre horizon. Huizen en dorpjes met hoog opgebonden wijnranken kleven er steil tegenaan. Ooit, voor hier enige bewoning was, heeft het hier reusachtige keien geregend en op de kale ruggen lijken ze klaar om naar beneden te rollen. De gele bloeiende bremstruiken en een hele flora aan naaldbomen houdt het geheel bij elkaar. Palmen, citrus- en olijfbomen omringen de huizen die op gruwelijk irritante wijze bewaakt worden door schrale honden aan lange kettingen. Het blijft wonderlijk om sinaasappels en citroenen in hun zonnige jasje vers aan de bomen te zien hangen en hun frisse citrusgeur maakt het helemaal af. Met een paar oudere ruw geschoren mannen in een veldje, met een stuk roestig gereedschap in de hand en een barret op het hoofd, lijkt elk postkaartbeeld bevestigd. Hun groezelige sigaretje dat ze rollen en de gedeeltelijk wantrouwende knik met het hoofd zet het puntje op elk vooroordeel dat nog uitgediept wordt door het vrouwtje met hoofddoek en wandelstok dat met een paar geiten het bruggetje oversteekt. We logeren op de quinta dos Moinhos, in Vila Nune, die door een Nederlands echtpaar een tiental jaar geleden van een jonge ruïne in een paradijsje werd omgetoverd. De restanten van de voormalige olijfmolen werd stijlvol geïntegreerd in een van de huurhuisjes, waar je nu slaapt tussen twee gigantische persen, en ons busje staat tussen de olijfbomen. Na een korte stiekeme smaakproef van Rune kregen we uitleg over de bereiding van olijven en meteen werd duidelijk waarom de vrucht sneller terug uit zijn mond dan erin was. Olijven moeten na de pluk minstens drie weken gespoeld worden om de overdreven aanwezige tannines eruit te wassen. De kleurstof in de zwarte olijven op het erf inspireerd onze jongens tot bloederige spelletjes. Het verhaal van het echtpaar is er een van veel te hard werken als ondernemer tot de burn-out bijl je neerhaalt om dan een paar duizend kilometer van huis een nieuw en vooral ander leven te beginnen. Met veel trots en enthousiame tonen Erik en José hun huisjes en dromen voor de quinta.
Vandaag stonden we op na wat de stilste nacht was in weken, gebulder van zee, winderig gehuil of het schudden van bomen tot zelfs het aan en afpringen van een drankautomaat hebben onze nachten opgeluisterd en nu horen we niets dan een eindeloze sterrenhemel en een klein beekje in de verte dat verdwijnt als het raampje sluit. Met heerlijke verse broodjes op de motorkap, we hebben ze toch maar tijdig binnengehaald om ze niet vochtig te laten worden, ontbijten en na het schoolwerk een stapke in de prachtige omgeving. Een heerlijke wandeling door voornamelijk eucaliptusbossen en tractorpaadjes gunt ons een blik op het Portugese hoogland en Joran merkt een wolk op die over een berg probeert te kruipen. Snel terug naar de trampoline en de schommel waarmee je blijkbaar tot aan de overkant van de vallei kan schommelen, zo lijkt het tenminste. Met veel dank aan Erik en Jose voor het gebruik van de paraplu's en het mogen meerijden achterop de pick-up truck (wat twee stralende gezichten opleverde) en hun gastvrijheid rijden we morgen richting Porto. We hopen daar naast een doos Lego ook een kapper te scoren die we uitgelegd krijgen hoe het precies gewenst wordt. Spannend.