vrijdag 31 januari 2014

ontmoeting met de Moren in Ronda

Gegeseld door wind en water, getekend door de tijd en erosie richten de bergruggen zich massief en scherp op om zacht uit te lopen op hemelse malse stranden die verdwijnen in de zee. We slingeren er bewonderend en soms ook een beetje benauwd doorheen en de jongens genieten van het prachtige uitzicht terwijl ik met de handen stevig om het stuur mijn bochtenwerk train en vooral probeer niet in een van de diepe geulen terecht te komen die de afwatering van de weg moeten vormen maar het einde van mijn carosserie als ik erin terecht kom. Enya en het zonnetje zorgen voor de nodige gemoedsrust die ons probleemloos tot in Ronda voert. Een arend volgt ons even mee op gelijke hoogte (duidelijk hoger dan zeeniveau dus) en ik weer janken. Ronda zelf is van een betoverende schoonheid. Hoog gelegen op een loodrechte rotswand heerst de witte stad over het berglandschap errond. Een diepe kloof snijdt de stad doormidden en wordt op indrukwekkende wijze overwonnen door een machtige brug, de Puento Neuvo, die niet in een fotoalbum kan ontbreken.  Door de unieke ligging is deze plek al sinds de prehistorie bewoond en de Romeinen richtten er als eerste een grote nederzetting op die als een echt bolwerk hoog op de rots lag. Maar de meeste gebouwen en herinneringen die Ronda vorm geven voeren ons terug naar de tijd waarin de Moren hun stempel drukten op het Iberische schiereiland. Met aangepaste muziek en badgeluiden wanen we ons bij ons bezoek aan de hammam zelfs helemaal terug in de achtste eeuw. Doorheen onze reis door Spanje en Portugal krijgt het begrip reconquista, ooit een begrip voor een examen geschiedenis, meer en meer betekenis en waar we de plekken zagen in de Picos de Europa waar de eerste aanzetten gegeven werden voor de opstand zien we met Ronda een van de laatste bolwerken van het koninkrijk Granada in Al Andalus. Het eeuwenoude spanningsveld tussen christenen en Moslims is zelfs in de architectuur voelbaar en voert ons al duizenden kilometers mee van Noord Engelse kruisvaarders tot lokale gebruiken hier in het Zuiden en tot aan de kust van Tarifa. De stad en de eindeloze uitzichten op het berglandschap errond hebben menig dichter en kunstenaar tot inspiratie gebracht en dat is niet moeilijk te geloven. Een mens wordt er klein van en de steeds wisselende kleuren in dit eindeloze en betoverende decor maken iets dromerigs los. Helaas niet bij de campinguitbater die een wansmakelijk hoog bedrag durft vragen en de receptioniste die dan gelukkig met een lichte knipoog wel de wificode gratis toeschuift. We slaan de grote stierenvechtersarena over en kiezen voor een zandpad dat ons naar de bodem van de kloof voert voor een volle blik op de machtige brug in de hoogte en de sprookjesachtige waterval die er onderuit stroomt. Terwijl we gisteren onder een stralend zonnetje door Ronda liepen en de stad zich in alle licht uitstrekte voor onze lenzen en ogen worden we vandaag wakker in een wolk. De weg die we willen volgen naar Humilladero staat groen ingekleurd op de kaart, wat normaal garant staat voor prachtige uitzichten, maar hij voert ons door een mistig landschap toegedekt onder een wolkendek. Wanneer we later onder de wolken terecht komen krijgen we een helder gekleurd land te zien dat zich als een mantel met veel plooien over het lichaam van moeder aarde drappeert hier en daar doorsneden met een stijle rotswand. Tussen de dorre en ruwe plekken in de okselholtes van deze uitgestrektheid wordt elk vruchtbaar plekje ingenomen met piepjonge gewassen en mathematisch nauwkeurig aangeplante olijfgaarden. De aarde onder deze bijzonder heldere begroeiing is terracottakleurig, mosterd, oker of krijtwit en heeft duidelijk iets van de zonnewarmte te leen gekregen. Ver uit elkaar en soms op griezelige steile plekken kleven witte huisjes of dorpjes tegen rotswanden aan. Het landschap doet ons aan Schotland denken alleen zijn de kleuren anders en daar hebben we geen cactussen gezien. De mist blijft de hele dag bij ons en perkt het gevoel van onbegrensde weidsheid van dit land in. Je verliest hier de tijd aan de ruimte en ik kan geen synoniemen meer bedenken die uitdrukken wat zoveel oppervlakte met me doet. Tegelijkertijd blijven we in al die uitgestrektheid dicht op elkaar zitten, door regen en mist gegijzeld tot de paar vierkante meter binnen. Morgen rijden we naar Granada waar we wachten op de zon die ons zondag een gidsbeurt zal geven langs veelbelovende sprookjespaleizen.

Tarifa en het Rif

We wandelen door een Moorse poort het oude stadsgedeelte van Tarifa in en kijken over een wonderschoon blauw naar het Rifgebergte aan de overkant. Op het strand van deze surfhoofdstad van Europa wordt druk gekite door mensen van letterlijk alle leeftijden en je kan hier alle mogelijke uitrustingen voor surf, snorkel en kitetoestanden aanschaffen in winkeltjes van de grote merken. We slenteren langs een paar oude fortmuren naar een versterkte vuurtoren die een landbrugje vormt met aan de ene kant de middellandse zee en aan de andere kant de Atlantische oceaan. Aan de achterkant van de vuurtoren lopen ze natuurlijk gewoon in elkaar over maar hier worden we natgespat door de oceaan die ondersteund door de wind graag over de dijk slaat. Dat dit een bijzondere plek was wisten ze in de prehistorie al maar we gaan de grottekeningen niet opzoeken en kiezen een keer voor een indrukwekkende romeinse stad, tenminste de ruïne die ervan overblijft. Een mooi (en gratis)museum geeft ons achtergrondinformatie bij de bijna intact gebleven stadsplattegrond en we bewonderen het theater, het forum, de visfabriek, de huizen en de tempels voor Jupiter, Juno en Minerva en zelfs Isis en we worden goed in de gaten gehouden door de zes bewakers die zich duidelijk staan te vervelen zonder toeristen. Fascinerend om te zien dat romeinse steden naar eenzelfde patroon gebouwd werden over een immens groot rijk (beetje zoals de ikea er overal gelijk uitziet dus) en dat er duidelijk een voorkeur is voor vierkante vormen en rechte lijnen, zo anders dan de celtische ronde huizen in de organische stad die we zagen in het Noorden. Ergens in de geschiedenis heeft de vierkant het van de cirkel overgenomen in bouw, organisatie en relatie. Boeiend wat de Moren deden die we nog gaan ontdekken.

grenzen en daar voorbij

Na Portugal belanden we niet ver van de grens in Isla Cristina. Een plaatsje dat een soort van eilandje vormt tussen een riviermonding en de Atlantische oceaan. Er worden krabben gevangen en zout geoogst en nog een paar interessante activiteiten die we helaas niet te zien krijgen. Op het uitgestrekte en tamelijk verlaten strand verzamelen we glinsterende schilfers schelp en zien oesterschelpen waar reuzen van zouden smullen. De jongens worden het water in getrokken en trotseren daarbij de eerste koude rilling om daarna met kippenvel en verrimpelde vingers op een handdoek van het zonnetje te genieten. We wilden hier eigenlijk een dag vroeger vertrekken maar een loopwedstrijd die op het terrein van de camping doorgaat gijzelt ons op het terrein en zorgt ook voor de aanblik van smakelijk en minder sportief vlees dus rijden we maandag een lange dag. Met een grote bocht leidt de weg ons rond het uitgestrekte Doñana natuurpark, waar we omwille van de prijs, toch niet naartoe gaan. Met een beetje spijt denk ik aan de uitzonderlijke kans om zoveel grote roofvogels en watervogels van dichtbij te kunnen zien maar ik stel mezelf gerust dat de geleide jeep niet meteen voor rust zal zorgen en de lynxen waarschijnlijk niet liggen poseren langs de kant. In het landschap zien we grote landerijen met vierkantshoeves die uitgerust met kantelen en een torentje (zijn de sinaasappels al rijp schat?) en vooral een prachtige toegangspoort in de witte muren rusten tussen kilometers sinaasappels. Van glooiend wordt het weer vlak, heel vlak zelfs, en later terug glooiend en bergachtig. Onderweg zien we lange irrigatiekanalen op pootjes die het gewas in de zomer moeten bevloeien. Vreemd nu alles ongeveer fluoriscerend groen is. Dichter bij het zuiden ontvouwt zich een schitterend bergland met ruwe rotspieken en scherpe kammen boven de mossige hellingen en plots zien we reusachtige vogels indrukwekkend cirkelen. Een kolonie vale gieren (met spanwijdtes van meer dan twee meter) zweeft in bronskleurige tinten hoog en lager aan ons voorbij en we zien zelfs een steenarend. (ik ben nergens tegengereden) Ik weet niet wat die dieren met me doen maar dan hou ik het niet droog waarop ik een overgedrammatiseerde huilbui hoor op de achterbank om even te spotten met mijn ontroering. Na ons dieet van ooievaars, wouwen en reigers die hier in grote getalen nestelen is dit een adembenemende afwisseling. Dit landschap en zo'n vogels, mijn dag kan al niet meer stuk. En dan, een paar bochten verder zien we een zeestraat met aan de overkant, tastbaar dichtbij, Marokko. Weer een brok in de keel.

zaterdag 25 januari 2014

afscheid van een land 2 Bem vindo

'Ik heb niets met het Zuiden, ik ben benieuwd' waren mijn woorden voor mijn vertrek thuis en in het spoor van uw ontdekkingsreizigers heb ik uw landschap veroverd, opgenomen en gesmaakt. Na Feniciërs en Moren, Romeinen, kruisvaarders en Spanjaarden en god weet wie nog allemaal waren wij een klein en bescheiden gezelschap en het mag duidelijk zijn dat u meer sporen bij ons achterlaat dan wij bij u.
Je kleedde me uit Portugal, je haalde me vanonder mijn vel zoals je gewoonlijk bij je prachtige kurkeiken doet.
Je spoelde de restjes bitterheid, die me niet eigen is maar die soms aan mij blijft kleven, uit me weg zoals je de tannines uit de olijven wast om ze klaar te maken voor de pers.
Je voedde met met ademgevende uitzichten en vooral ook met authentieke, eenvoudige en verse voedingswaren die nog op echte markten van mens tot mens verhandeld worden. Ik blijf je eeuwig dankbaar dat je onze kinderen weer de rijke smaak van verse vis liet waarderen en het verlangen om er nog een keer te eten. Je liet ons genieten van de kleine dingen van het leven, een kort koffietje en een eindeloze keuze aan lekkers voor daarbij. Dingen waar de innerlijke mens plezier aan kan beleven. We hebben je doorkruist van je zanderige stranden tot je diepingesneden Serra's, van je vochtige groene Noorden tot de droge heuvels in het Zuiden en je spectaculaire kleurige rostkusten droegen onze verbeelding naar verre oorden. We hebben door je kleine dorpjes geslenterd en genoten van de weldadige eenvoud en we hebben ons laten betoveren door forten, kerken en bouwwerken en ervaarden in het overweldigende aanbod een even barok gevoel als de inrichting van menige Sé. Uw rijke en nog levendige geschiedenis liet duidelijke sporen na en terwijl je in de grote steden nog de grandeur van een voormalig wereldleider kan zien, wat is dat lang geleden, is uw achterland een tijdloos gegeven waar de verre Braziliaanse kusten en het gouden koloniale verleden weinig impact hebben gehad. In het tedere en wonderschone Alentejo is de grote wereld ver weg maar de aarde heel dichtbij. Daar wordt het nieuws niet bepaald door stoere zeevaarders in verre oorden maar door kleine bewegingen in het dorp en op het land. Voor mij, maar noem mij maar naief, ligt daar het echte goud in verse sinaasappels en geurige olijfolie, in bloemrijke landschappen tussen kurkeiken en in witte dorpjes met namen die toverspreuken kunnen zijn, je spreekt ze uit en je bent weg. Tijdloos en buiten de tijd verstilt alles daar en de zachtglooiende uitgestrektheid zalft en streelt de ziel. We hebben van kust tot binnenland en van Noord tot Zuid de rijkdom van uw eigen fauna en flora mogen smaken en gezien hoe u, zonder grof te willen zijn, net zoals u ooit met eigen kolonieën deed, regels en plantages opgelegd krijgt die u mishandelen en verkrachten en die u eigen waardigheid ontnemen en u ontsieren en verarmen. Het is bizar om te zien hoe u, die ooit de helft van de wereld bezat, nu nederig moet buigen met een opgehouden hand voor grotere machten. Het is vreemd te weten dat u ooit zonen uitzond die vol lef en heldenmoed in verwegistan volkeren aan hun voeten dwongen die nu in stilte het juk van het harde werk dragen voor een minimumloon. We hebben ze gezien, de school van Hendrik de Zeevaarder en de plaats waar de karvelen gebouwd werden, we hebben het kerkje gezien waar Vasco kwam bidden voor een behouden terugkomst en we hebben ook de bedelaars gezien daarnaast, de vrouwtjes met baardjes die voor hongerloontjes kastanjes poffen en de dappere klimmers die pijnboompitten oogsten. Je hebt me geborduurd, met de hand zoals de prachtige kleurige sjaals uit het Noorden, en in het bloemrijke patroon heb je een lach genaaid, een speelsheid en een diepe rust, een relativering en een vredigheid met wat er is. Het ziet er mooi uit en ik streel de aangebrachte franjes, de lintjes vertellen grappige anecdotes van momenten dat ik slechts met beeldspraak en wat geluiden mezelf probeerde uit te drukken en dat de toehoorder mij wou verstaan, of van de dennenappelplukker die een heel verhaal deed over zijn werk in zijn eigen taal maar van hart tot hart verstaan mensen elkaar wonderwel. Je hebt me meegevoerd op de melancholische klanken van uw magische muziek die zonder twijfel een dromerig verlangen opwekt, een heimwee naar de toekomst zoals uw volk zegt. Met die muziek, uw landschappen en de hartelijkheid van de mensen, en niet te vergeten uw pastel de natals, ontvangt u mensen en ontsluit u harten op een manier die niet anders is dan pure poëzie. U bent een land waar hard gewerkt wordt maar ook waar dromen vormen kunnen krijgen, ik denk daarbij ook terug aan de quinta da regaleira, en ik ben eindeloos dankbaar dat u mij geraakt heeft. Ik heb mezelf in u herkend.

vrijdag 24 januari 2014

o fim do mundo

Stilletjes rijden we door slapende witte stadjes en langs een droge, kale steenachtige vlakte naar de Zuidwestkaap van Portugal en bij uitbreiding van Europa. Het landschap voert ons terug naar het Noorden van Schotland met een duidelijk verschil in het specifieke licht van de beide streken. De weg eindigt bij een groot witgekalkt fort met dikke muren. De legende gaat dat in het Fortaleza de Sagres Hendrik de zeevaarder vanop een reusachtige windroos instructies gaf en zijn ontdekkingsreizigers inwijdde in de verre windrichtingen. Een beetje verder zwaait de vuurtoren op de Cabo de São Vicente de zeevaarders uit en leidt hen langs de torenhoge mosterdkleurige kliffen. Dit is het laatste wat ze nog zien voor ze in het eindeloze blauw van de oceaan opgaan. Op de kliffen balanceren vissers op onmogelijke plaatsen om vervolgens een lijn uit te werpen die twintig meter lager in zee een vis aan de haak moet slaan. Dit is een mooi landschap met stevige begroeiing die zich met alle macht vastklampt wanneer de zeewind over het land raast. Op onze camping zien we mannen met meterslange stokken pijnboompitjes oogsten (eigenlijk zien we ze pijnappels oogsten en we leren dat ze daaruit de bekende pitjes halen) die om onverklaarbare redenen niet in Portugal maar in Italië verkocht zullen worden. Het heet hier het einde van de wereld en ik hou wel van die naam. We horen nergens meer bij. We vallen niet in de groep grijzende overwinteraars die hier al dan niet met grote luxe verblijven en we horen ook niet bij de kleurige, vaak vervallen en veel bestickerde, busjes van surfers, we zijn jonger of properder of we zijn voorzichtiger of net extremer (iemand noemde me deze week nog radicaal)(ben het woord nog aan het naproeven, past het of niet?) We horen niet meer bij het klassieke verhaal over getrouwd en alles samen en altijd naar school zoals het hoort en eigenlijk voelt het heel ontspannen om tenmidden van dat nergens bijhoren gewoon een eigen plek te ontdekken. Na Sagres zijn we doorgereden naar Lagos om naar de wonderlijke zandsculpturen te kijken die door de diepblauwe, met momenten turqoise zee, zijn uitgesleten. De geologieperiode van Rune speelt zich voor onze neus af en we blijven maar kijken en foto's trekken van deze magische plek. Woensdag zagen we op het strand van Luz aan de andere kant van Lagos een heuse regenboog in steen. De rotsformaties hebben hier werkelijk uitzonderlijke kleuren en vormen en spreken enorm tot de verbeelding. Uren kan ik daar naar kijken omdat de kleuren door het bijzondere zonlicht telkens anders en soms zeer intens worden. Na Lagos ontvouwt zich een toeristengetto waarbij we ons even aan onze eigen kust wanen. Flatgebouwen en attractieparken liggen naast grote wegen die afgeboord worden met winkelcentra en grote bedrijven. Hier is de authenticiteit van de voorbije dagen ver te zoeken. We plaatsen ons een laatste maal op een Orbiturcamping, een betaalbare keten in dit land, en merken dat we hier echt in een overwinteringsparadijs zijn beland. De gemiddelde leeftijd van de hoofdzakelijk Britse en Nederlandse medekampeerders is ver boven de pensioenleeftijd en er staat een hele huiselijke opstelling van handige spulletjes opgesteld rond de campers. We denken met plezier terug aan de betovering van de rotsformaties aan de Ponta de Piedade en verdringen de bridgewedstrijden naar de achtergrond. Spanje begint te lonken en Quarteira is geen plaats voor ons om te blijven. Omdat dit vermoedelijk onze laatste avond in Portugal is hebben we verse sardientjes gekocht die we dadelijk op traditionele wijze gaan klaarmaken en morgen eten we ons laatste pastel-tje op een terrasje in Tavira in het zonnetje . Ik maak nog tijd voor een afscheid.

 o fim do mundo

 Hierna is het eindeloze
niets
het niet weten
in al zijn uitgestrektheid
of een zee van
mogelijkheden

 Met een karveel
opgetrokken uit
vertrouwen en koppigheid
met zeilen bol van
moed een laatste blik
op de gouden kliffen
een stevig baken
vaste grond

loslaten
overgave
aan een deinende blauwgrijze kim
gekken en dromers
durfals
wanhopige zielen
het einde van de wereld
is vaak het begin

woensdag 22 januari 2014

joran vertelt over het zuiden

Er valt zoveel te vertellen over de voorbije maand maar ik zal de mooiste plaatsen eruit halen. Spanje, ik ben er nog nooit eerder geweest. Onze eerste camping lag op een zonnige klif boven een heldere maar woeste zee. Zittend op mijn penny-board schuurde ik naar het strand via een asfaltweggetje. Een prachtig uitzicht, gigantische golven mete surfers op de top. Onderweg naar de stad Bilbao, reden we door allerlei kleine haventjes met kleurige huisjes en bootjes. San Juan de Gaztelugatxe: een kerkje gelegen op een rots in het water. Na de tweehonderdeenendertig treden naar boven, konden we de Spaanse kust volgen met onze ogen. Het kerkje zelf was niet zo geweldig maar het was een mooie en rustgevende plaats om te zijn. Bilbao: Onze eerste grote Spaanse stad. de Spaanse metro was nieuw voor ons, we stapten dan ook te vroeg af. Het bekende Guggenheimmuseum is vanbuiten een modern meesterwerk maar de kunst binnenin was zijn naam niet waard. Een stapel borden is voor mij geen kunst. De grotten van Altamira is de oudste europese kunst. Deze tekeningen zijn 36000 jaar geleden gemaakt door onze voorouders. De originele grot is niet toegankelijk meer, maar je kan een fanastisch nagemaakte grot bezoeken waar alle tekeningen te zien zijn. Picos de Europa; de picos de europa zijn de bergen die de Spaanse zeevaarders als eerste konden zien vanop zee.  Hoog in de bergen lag sneeuw = gevecht. Na het prachtige uitzicht en het sneeuwballengevecht hebben we een sneeuwbal in de vriezer gestoken.  Hij heeft de naam Ramon gekregen. De grot. We hebben een grot bezocht van voor de tijd van Altamira.  De grot stond vol met nep-prehistorische dieren waar ze beenderen van hebben gevonden. In deze grot leefden geen mensen maar alleen oude dieren van vroeger. Het was zeker de moeite waard. De Horrorcamping; we hadden een camping gekozen voor de feestdagen (in het laagseizoen zijn veel campings gesloten = weinig keuze).  Het was een reusachtig vakantiepark met wc's om in verloren te lopen. In de wc's stond schlagermuziek op (we waren helemaal allen in deze stille en grote camping.) We stonden tussen verlaten bungalows en vieze stacaravans. Na het eten kropen we onder de dons. Eens we half sliepen stak er een stormwind op. Het busje ging heen en weer, ik dacht (aan het geluid en de kracht van wind) dat er windhozen waren. De enorme wc's gingen snachts niet op slot = de enorme deuren sloegen open en dicht, het glas van de deuren sloeg eruit na een hevige windstoot. Als de deuren opengingen kon je zacht de muziek horen = ECHT EEN NACHTMERRIE. We zijn de volgende dag dan maar direct doorgereden naar Portugal. Caminha: deel 1; de feestdagen hebben we in Caminha gevierd. Ik en Rune hadden heel ons busje versierd met kerstversiering de ramen waren beplakt met kerst-raamstickers, boven de tafel hingen lichtjes en er waren hapjes. Knus in ons busje aten we ons kerstmaal. de camping van Caminha was een gezellige en mooie camping. Op het strand achter de camping, hebben we een geweldig kamp gemaakt met wrakhout dat was aangespoeld. Ik heb er een tekening van gemaakt. Vanop het strand kon je Spanje zien en een fort in het water.

maandag 20 januari 2014

carinhoso mao

Er valt wat te vertellen op de hoek van een straat in een godvergeten gat waar stoppelbaarden als God zelf op zondag kijken of het goed is. Ze hebben ons gezien en kijken ons lang na we zijn een dankbare gebeurtenis in deze tijdloze uitgestrektheid. Ons passeren markeert een punt in de tijd op een beschouwende zondagmiddag. Achteraf bekeken heb ik spijt dat ik niets gevraagd heb, dat ze dan konden oplossen en waardoor dit momentum een nog langer verhaal zou zijn geworden dat dan in de dorpsgeschiedenis verder kan leven als 'weet je nog die zondag, toen dat belgisch madammeke'... maar ik had niets nodig (ook wel een fijn gevoel) en ik heb deze week al een keer een kip en een koe nagedaan in de winkel om iets duidelijk te maken aan de slagerij en daar wordt nu al genoeg om gelachen waarschijnlijk dus de drang om iets als een rubberen rondelletje om de gasverbinding te beveiligen te gaan uitbeelden laat ik maar even daar, dat zoek ik wel eens ergens anders. (dat zou ik nu eigenlijk wel kunnen gebruiken voor de volgende gasfleswissel). Alentejo voelt voor mij als een soort van moederland, het draagt je golvend door zich heen en geeft voedsel voor de ziel. Velden vol madeliefjes die zich als gestolde ochtenddauw tussen het frisse groen nestelen dat de kurkeiken aan elkaar lijmt. Er hangt een zeer bijzondere sfeer met al die ontblote eiken waartussen koeien en schapen (en eindelijk eens een zwart varken) schaduw vinden. Een stel witte reigers links en ooievaars rechts en hoog in de lucht regelmatig een acrobatische wouw en uiteraard ook buizerds. Dit binnenland is zeer dun bevolkt en waar mensen wonen lijken ze samen te kruipen in onooglijke kleine spierwitte dorpjes waar iets tijdloos heerst. En toch moeten er ook hier mensen zijn, hun aanwezigheid wordt verraden door wijngaarden, olijfgaarden en kurkgaarden (ik weet niet of dit woord bestaat maar nu dus wel) en hier en daar een lange rij cipressen die naar een eenzaam landgoed voert. Verder lijkt het leven hier hard maar simpel, eindeloos groen onderaan, daarboven een even eindeloos blauw en daartussen wordt gewerkt, geplukt, gezaaid, geploegd, beschouwd en volgens mij ook veel gedroomd. De witheid van de dorpjes wordt gebroken door kleurige raamkozijnen en bloementuinen en overal wappert was. We hebben geen GPS meer en hebben het even overwogen er een aan te schaffen maar een goede kaart en vooral de vlotheid waarmee Joran ze leest zijn veel aangenamer. We volgen een landelijker weg, de kortste in afstand, en reden daardoor tolvrij en zagen eindeloos veel plekken om te wonen. We zitten nu terug aan de kust van Alentejo in een natuurpark in Vilanova de Milfontes en zakken morgen tot het zuidelijkste puntje af. Wie prikkertjes heeft geplaatst merkt dat we een beetje een slingerbeweging gemaakt hebben, dan weer flirtend met de atlantische kust en toch weer naar het binnenland getrokken en net dat gaf ons de kans de diversiteit van dit prachtige land te ontdekken. Het is wat anders dan de Britse en Franse grijsaards die we soms laat in de avond op de camping weten aankomen om de volgende morgen schiellijk vroeg te vertrekken om zo snel mogelijk aan de Costa del huppelepup te zijn. Ieder zijn manier van reizen. Ondertussen hebben de jongens zich bekwaamd in het bespelen van de harp in onze cockpit. De zessnarige waslijn die daar hangt sinds Caminha ontlokt allerlei melodietjes en zorgt voor de nodige, en soms overbodige, muzikaliteit in ons busje. Het is eens wat anders dan een conflict in de douches vijftig meter verder dat omwille van de akoestiek van het gebouwtje tot binnen in de bus te horen was. Gevoelige luisteraars die het nederlands machtig zijn hebben waarschijnlijk , in lichte choque, hun vocabulaire aan beledigende uitdrukkingen kunnen updaten terwijl ik, met een licht schaamrood op de wangen, in de mannentoiletten binnenging om kort en duidelijk een einde te maken aan dit gekibbel. Tien minuten later kwam er erkenning voor de goede bedoeling van het werpen van een bus douchegel over de hoge stenen tussenwand en de overdreven reactie die dat voor gevolg had en was de lucht weer helderblauw en werd er weer lekker gefratst en gelachen.

zondag 19 januari 2014

Tijdloze schoonheid

We zijn het er met ons drie roerend over eens, de weg van Lissabon naar Èvora toont ons het mooiste stuk Portugal dat we al gezien hebben. Licht golvende groene uitgestrektheid met kurkplantages veraf en dichtbij, een heuveltje met een vervallen fort, en overal staan tussen de bomen diepbruine koeien zich aan lentegras tegoed te doen.(volgens mijn gids over Portugal kunnen we onderweg massa's zwarte varkens zien scharrelen maar dat is niet de weg die wij volgen blijkbaar) Het is ons meteen duidelijk dat de Shire uit de Hobbitfilms niet in het Zuiden van Engeland ligt maar hier en we zien af en toe een paar hobbits tussen de bosjes wegspringen al dan niet op de rug van een ruigharige ponny. De uitgestrektheid van dit lieflijke land ademt een diepe serene rust uit en Joran merkt, zonder voorkennis, op dat dit een streek is voor dolmen en dergelijke en hij krijgt gelijk. Onverwacht (of toch niet helemaal) komen we zo bij de Cromeleque dos Almendres terecht waar een pracht van een stenencirkel achtduizend jaar geleden opgericht werd. Vijfennegentig monolieten vormen samen een van de belangrijkste megalitische monumenten van het Iberisch schiereiland en sommige ervan dragen tekeningen, die door te tijd verbleekt of geërodeerd zijn en mateloos fascineren. Niets infocenter en merchandising hier maar een eenvoudig bord met degelijke uitleg en de heerlijke eenzaamheid van de stenen, het kurkbos errond en de jagende Wouw in de lucht erboven. Heerlijk om zo'n plek niet te moeten delen met mensen van nu en helemaal de energie van de voorouders te voelen en te onderzoeken. Een eindje verder staat ook een eenzame Menhir, die volgens de overleverving, samenhangt met de Cromeleque en zo een zonnewijzer vormt. Joran komt op het idee om te kijken of we er met drie rond kunnen wanneer we handen geven en het voelt wel heel  bijzonder zo met die Reuzesteen zo tussen ons in. Bij het spotten van overvliegende ooievaars, die hoge nesten op electriciteitspalen en kerktorens bouwen, merken we op dat het toch heerlijk is zoveel moois te zien onderweg en dat door zo lang te reizen de samenhang tussen dingen in de geschiedenis en aardrijkskunde en biologie veel duidelijker aanwezig is. Alles komt zoveel meer tot leven. Een beetje later struinen we door de witte straatjes van Évora op zoek naar de romeinse Dianatempel die er staat en kan Rune, met dank aan de lessen esthetica, ons uitleggen hoe de eerste romeinse tempels eruitzagen. Deze stad kan mij met zijn charmante witte straatjes en prachtige gebouwen, pleinen en kerken, helemaal bekoren. Een stevige muur omsluit het geheel en voert ons terug naar andere langvervlogen tijden. We herkennen Romeinen, Moren en later christelijke invloeden en genieten van een terrasje met een uitzicht op het weidse Alentejo en een greep uit de gevarieerde geschiedenis van deze stad. We slaan de kerken over deze keer, wat een licht gevoel van opluchting ontlokt, waardoor we ook de Sao Fransisco, die met beenderen gedecoreerd is maar laten gaan en bekijken een straat met huisjes die gebouwd zijn onder de bogen van het indrukwekkende aquaduct dat tot ver buiten de stadsmuren loopt. Évora is terecht uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed en is een absolute aanrader. In de supermarkt vergapen we ons aan het ruime en bijzondere aanbod aan verse vis; in tijgerprint, op slangen lijkend, zwaar gedroogd en gezouten, haaitjes, drieduizend soorten schelpdieren en garnaalachtigen, allemaal vers en gezond en bovendien heel betaalbaar. (ik weet het juiste woord voor haai niet in het portugees maar het leek op cachoe en ik vrees dat het ook zo smaakt dus hebben we maar niet gedaan) Met drie, voor ons vers gekuiste, dorades keren we huiswaards en met een schepje algentartare van Mont Saint Michel erbij smullen we ons buikje rond. Zelfs de mindere visliefhebbers onder ons kunnen niet langer ontkennen dat verse en gezonde vis heerlijk is en met een luchtig stuk Pão de Ló sluiten we dit goddelijke dagje af. Zoveel heiligdommen en zo lekker eten, dankbaar wordt een mens daarvan.

donderdag 16 januari 2014

axis mundi in sintra

We reizen niet langs de hoofdsteden van de landen die we doorkruisen en maken daarbij geen uitzondering voor het veelgeprezen Lissabon. Zonder GPS en met een kleine hint op de wegenkaart en in de campinggids hebben we het toch maar gehaald tot in Cascais. Cascais ademt gratie en nestelt zich met prachtige gebouwen aan het diepe blauw van de Atlantische kust naast Lissabon. Het Atlantische sop en vooral de kracht waarmee de golven vanuit de oneindigheid op de kusten beuken blijven indrukwekkend en nog meer wanneer we de Boca do Inferno zien, een gat dat door de oceaan uitgesleten is tot tientallen meters in het land. Dappere vogels nestelen tegen de klif en duiken tussen opspattende golven naar hun plekje tegen de wand. In het stadje liggen vissersbootjes tussen jachten te lonken naar de negentiendeeeuwse villa's die met bloemenpracht omringd worden naast appartementen. Het heeft iets van den Haan met een zuiders accent. Vanuit het prachtige en beschermde duinengebied volgen we eindeloze bochten en adembenemende versmallingen naar Sintra. Het is een beetje zoals naar een Pateleria gaan; het staat er vol heerlijkheden die er allemaal verleidelijk uitzien en je kan ze niet allemaal opeten omdat overdaad schaadt en het plezier dan plaats maakt voor een indegestie. Sintra biedt eindeloos veel interessante dingen en om het Pateleria effect en budgetaire redenen kiezen we gevoelsmatig een paar lekkernijen uit. Met een licht daver op het lijf van het autoritje hiernaartoe, nochtans aangeraden door de toeristische dienst ook voor een camper, laten we ons helemaal betoveren door de Quinta Da Regaleira. Dit tart werkelijk alle verbeelding en het is van in Engeland geleden dat een plek, een gebouw, mij nog zo gegrepen heeft. Hier is duidelijk een architect aan het werk gegaan met een boeiende esoterische kennis van alchemie, gnostiek, vrijmetselarij, hermetiek,... en dan ook nog met een uitzonderlijk gevoel voor schoonheid om die sprituele inzichten te koppelen aan een ontroerend ontwerp van tuin en gebouw. We volgen de duistere tunnels, met een meegebracht zaklampje, om in de inwijdingsbron spiraalsgewijs naar het licht te klimmen. We beklimmen torentjes met uitzichten over de schitterende plantengroei in de tuin en de unieke setting in het landschap rond Sintra. We verdwalen speels tussen de kleine weggetjes en kijken met open monden naar beelden en ornamenten en vermoeden dat hier veel meer verteld wordt dan mogelijk op het eerste zicht te zien is. Ik ben blij met de tentoonstelling, in het huis, van de oorspronkelijke tekeningen en onmiddellijk klinken er weer bouwplannen uit twee monden naast me. Deze plek is hemels en vol verrassingen en ik geniet later in het busje nog lang na in het aangekochte boekje met tekst bij de plaatjes. Het doet wat met ons alle drie want we zijn het erover eens dat dit een uniek gegeven is. Omdat ik ook twee ridderachtigen meevoer kunnen we niet anders dan naar het hooggelegen Castelo dos Mouros te gaan. Rond de achtste eeuw was het een Moorse burcht, vierhonderdvijftig meter boven de stad op een rots gelegen, die in 1147 heroverd werd. Er blijkt ook nog een Noorse Koning een tijdje 'op bezoek' geweest. Door voorstdurend veroveren en verbouwen is er niet zo veel van de originele structuur meer zichtbaar maar de muren staan er nog en het is bijzonder indrukwekkend om eroverheen te lopen. Ondertussen een beetje stijf in de kuiten van zoveel klim en daalwerk vandaag genieten we toch van het panorama dat tussen de wolken door komt piepen. Het Palacio da Pena, bekend om zijn bizarre combinatie van stijlen kleuren, blijkt volgens de gidsen en de mevrouw van de camping een echte must-see maar we zien er amper iets van tussen de wolken. We zijn helemaal voldaan met deze twee bezoeken en steendood maar heerlijk voldaan stress ik mij langs de bochtige weg terug. Ik heb nog een hele nacht van de Quinta da Regaleira gedroomd. Om terug in de echte natuur te komen hebben we vandaag het meest westelijke punt van Europa gezien, Cabo da Roca. We hebben op tussen een Japanner, die van geen ophouden wist, en een Rus, die amper dierf beginnen, een foto genomen van onszelf bij het gemarkeerde bord en toch maar niet betaald voor een certificaat dat we daar geweest zijn. Wie het niet geloofd met een foto mag ons nareizen. Een wandeling door het duinenreservaat maakte iedereen terug fris genoeg voor het nodige schoolwerk. En nu snel, de zonsondergang gaat weer beginnen en dat willen we niet missen.

maandag 13 januari 2014

route naar Cascais

In den beginne was er niets dan een fantastische sterrenhemel
miljoenen witte glinsters in een indigo uitspansel.
Later kwamen de vogels, ze wekten de dag.
Vluchtig trok de damp uit de grond en ging op in grotere mistflarden die langzaam het landschap ontbloten.
De eerste zonnestralen strelen kleine bloemblaadjes open en we zingen met Cat stevens dat de zon weer komt.
Dennengeur, eucaliptus en Mimosa geuren voorzichtig onder het uitbreidende hemelsblauw en dan
is er koffie
Een verse, heerlijke, nieuwe ochtend na een paar fijne dagen met de ouders en de kids op de Quinta da Cerca in Midões. We zijn er gastvrij ontvangen, hebben er lekker gegeten en kort maar stevig gewandeld (deze plek is echt een aanrader voor al wie graag op adem wil komen in het Portugese binnenland) en hebben vooral plagerig en speels genoten van elkaars gezelschap en het weerzien. Vandaag vlogen Moena en Koen naar Eindhoven terug en wij zetten na het schoolwerk de tocht verder richting Sintra bij Lissabon. Het landschap dat aan onze ogen en wielen voorbijtrekt is eerst bergachtigen ruw, diep ingesneden door Rio's en meertjes en hoofdzakelijk begroeit met eindeloze Eucaliptusplantages. Een ingevoerde boomsoort die met aandrang van de Europese regering massaal wordt aangeplant om economische redenen. Kilometers zuidelijker hebben de ruwe rotsen plaatsgemaakt voor een zacht glooiend gebied dat zich lieflijk koestert onder olijfbomen, wijngaarden en bolkruinige naaldbomen. De grote reuzekeien zijn verdwenen naar een verre Serra in de achtergrond en roestkleurige aarde laat zich beplanten en beploegen in de wijngaarden door mannen met petten, die mogelijk aan hun hoofd gegroeid zijn, en vrouwen met baardjes. We laten Fatima rechts liggen (aardrijkskundig kan dat beter dan spreekwoordelijk). De zon heeft voor ons vandaag persoonlijk drie rondjes gedraaid en ik ben ook wel een beetje bang voor de teleurstelling van het groteske van zo'n massabedevaartsoord, ik verlies dan de band met waar het om gaat. Rune en Joran zouden het voor mij nog gedaan hebben maar gaven in Coïmbra al subtiel en minder subtiel aan even genoeg te hebben van kerken en kloosters. Bovendien wil ik ook geen afvinklijstje afwerken onderweg en het gaat tenslotte meer om wat we wel dan om wat we niet gezien hebben. Geef mij maar het goddelijke uitzicht waar we vandaag mee opstonden (en gisteren ook mee gingen slapen) en de adembenemende aarde waar we over en door rijden. Een gebed op zich, zo'n uitzicht. Onderweg zien we op hoge electriciteitsmasten ooievaars nesten boven elkaar bouwen als in een echt Portugees appartement en bruggen die niet over het water gaan maar water over het land vervoeren. Het is hier onwaarschijnlijk fris en groen nu dat ik mijn verbeelding moet aanspreken om de dorre droogte in de zomer te zien. Een paar natuurgebieden later hebben we ook de oorspronkelijke flora van Portugal gezien die veel kleuriger en  gevarieerder is dan de monoculturen van Eucaliptus doen vermoeden. Terugblikkend op ons bezoek aan Porto en Coïmbra de voorbije dagen werd ik daar helemaal gecharmeerd door de kleurigheid van het straatbeeld en kerken in allerlei stijlen, afgewerkt met barok houtsnijwerk en bladgoud (en dat nog wel in de San Fransisco kerk, hij moest het weten, de patroonheilige van de eenvoud) en boeiende taferelen in blauw-witte azulejo's uitgevoerd. Over de Dom Luis 1 brug staken we de rivier over en belanden tussen de porthuizen. Op het water liggen de traditionele portschepen als divas te wachten op een fotograaf. We namen een kabelbaan naar boven, uiteraard nadat we porto geproefd hebben, en wandelden vijftig meter hoger over dezelfde brug terug naar de andere oever. We hebben de oudste boekenwinkel bezocht, die nog voor inspiratie zorgde in de Harry Potterfilms en ons laten overgieten door het zonnetje op een terrasje, een paar zelfs, en bewonderden de typisch veelkleurige bootjes op de Douro en de vele bruggen die de oevers verbinden.
En toch, hoe kleurig en speels en gevarieerd de azulejo's en de kleurige gevels in Porto en Coïmbra ook zijn en hoe wonderlijk dat alles en mengeling van blijheid en weemoed weet op te wekken (de ingrediënten voor fado zijn in het straatbeeld duidelijk te zien, een heimwee naar een mogelijke toekomst en een trots op een vergane glorie) voor mij haalt het een magere plaats naast de eindeloze landschappen onder de in blauw uitgesmeerde wolken. Alleen maar alle zintuigen open en diep inademen en dat moet ik vooral in een stad niet doen. Tenzij op een zonnig terrasje met een Pastel de Belém met wat Fado in de oren, life natuurlijk, in het gezelschap van goe volk.

zondag 12 januari 2014

aanloop naar Porto

We laten, in alweer een regenbui, het schilderachtige binnenland van Noord-Portugal achter ons en zetten koers richting Porto. Onderweg houden we halt in het prachtige Guimaraes, wat in een ver verleden nog de hoofdstad geweest is, en bezoeken daar, gehuld in allerlei regenkledij, de oude stad. We struinen langs een portie werelderfgoed met pittoreske pleintjes waar terrasjes druipend op betere dagen wachten, bewonderen het machtige kasteel en vluchtten het paleis van de graven van Braganca in waar een Engelse fotograaf, wachtend op de zon voor de pr foto's van het gebouw, uit pure verveling ons spontaan een rondleiding geeft. De Brit is duidelijk erg op de hoogte van de tentoongestelde objecten en van de Europese geschiedenis in het algemeen, hij weet ons te boeien met grappige middeleeuwse fait-divers en het mag duidelijk zijn dat hij heel blij was iets om handen te hebben. Doorweekt en mopperig lunchen we nog in ons busje en rijden verder naar de kust, toch blij met deze indrukwekkende tussenstop. Omdat we bezoek van het thuisfront verwachten binnen een paar dagen werken we maar even goed door voor school en gaan in de grote periferie van Porto in een shoppingscentrum op zoek naar die beloofde lego voor de kerst. Het is bevreemdend dat we tussen een H&M, een Zara, een ikea, Mango, Fnac, ...net zo goed in ons eigen land konden zijn en was het niet om een paar details in de etiketten en de taal van de verkoopsters dan zou je je helemaal in Wijnegem wanen. Uit pure nieuwsgierigheid en omdat Rune een nieuw hoofdkussen nodig heeft lopen we toch die Ikea even binnen en zelfs de interieurpresentaties zijn identiek als bij ons. Daar gaat mijn ideaal over de diversiteit en uniciteit van mensen, groepen, volkeren,...Over heel de wereld koopt iedereen op dezelfde plek, hetzelfde kussen met diezelfde zweedse naam, rekent op dezelfde manier af en neemt dezelfde hotdog met dezelfde saus en kijkt daarbij naar dezelfde foto's van een ver zweeds landschap. Het kussen ligt prima, de lego ontlokt massa's creaties die we zorgvuldig fotograferen en terug afbreken omdat er geen plaats is om hem te laten staan. De wasmachine van de camping blijkt stuk en ik word naar een lavaria in het dorpje verwezen waar een vriendelijk vrouwtje alles wast en droogt voor een belachelijk laag bedrag. Het lijkt of het hele dorp hier tegelijk alles heeft binnengebracht en we vragen ons verwonderd af hoe ze nog weet wat van wie is. Het strandje van Angeiras dat we bezoeken is ronduit smerig en tussen de knap gevormde rotsblokken en de kleine vissersbootjes spoelt duidelijk een afvalbelt aan van de nabijgelegen haven van Porto. Pijnlijk om zoveel vuilnis op zo'n helder zand te zien liggen en mensen die ertussen dingen oprapen om te verkopen. Voor de mensen met de prikkertjes we zitten in Lavra, Angeiras, een plaatsje om over te slaan maar wel met een goedkope camping, open in de winter en met een bus naar Porto voor deur. Het is niet erg de moeite om het dorpje te bezoeken, je kan ook gewoon keihard voor school werken zonder echt buiten te komen maar sla zeker de zonsondergang niet over want die is hier hemels.

zondag 5 januari 2014

tusssendoor; het leven zoals het is...de reiziger

De onderstaande tekst is een beschouwing van wat er aan de binnenkant van de reiziger gebeurd, u hebt daar geen prikkertje voor nodig en mogelijk kwam u tekstdelen al eerder tegen. Het is al wat u niet leest in prachtige reisfolders en verkoopspraatjes van landen en busjes. Het is het leven zoals het voor ons nu is.

Na bijna drie maanden reizen lijkt het of ik me nu pas op een of andere manier pas echt een reiziger begin te voelen en er een boel niet meer moet. Ik heb heel wat dingen losgelaten een een daarvan is wiskunde. Dat we deze week (tussen kerst en nieuw)vrijaf nemen van het schoolwerk helpt ook wel aan dat gevoel. Sommige dingen zijn heel gewoon geworden; het ritueel van het opbouwen en afbreken van het derde bed met het bijhorende gedoe met aanbrengen van allerlei isolatiedingen; folie aan de ramen, een deken op de grond, folie op de grond in de cockpit, fleecedekentjes tussen het derde bed en de voorzetels en daarbij hoort het over en weer manouvreren van dingen die overdag op het achterbed liggen en 's nachts in het voorste deel moeten. Een operatie die toch telkens makkelijk een kwartier in beslag neemt. Andere terugkerende dingen zijn het legen van de kakbak, officieel heet dat ding 'toiletcassette' of iets dergelijks neutraals maar bij het legen met je gezicht boven de vloeibare drab en hopen dat je geen spetters op je krijgt blijkt kakbak een heel toepasselijk woord, het vullen van allerlei tanks en het nakijken van dingen als raampjes die gesloten moeten worden, trapjes die ingetrokken moeten, ijskast die op een bepaalde stand moet staan,... Een van mijn favorieten is de wekelijkse poetsbeurt waarbij ik kinderlijk gelukkig kan worden van de lichte detolgeur in de kleine badkamer en de frisse vleug allesreiniger die stand houdt tot de eerste kookbeurt. Bij de poetsbeurt hoort ook een wasbeurt van alle in de badkamer opgestapelde vuile was en dus is het zoeken naar een wasmachine op de camping. Meestal werkt zo'n ding op een camping met munten of jetons die er op een speciale manier inmoeten. Tot nu toe hadden we ook altijd een droogkast die met wisselende kwaliteit de was droogt. Soms is het meteen goed maar ik heb me ook al blauw betaald aan droogkasten waarnaast ik hele boeken heb gelezen voor uiteindelijk de was droog was. Op de camping in Portugal is er geen droogkast en ik hang met veel moed de was buiten op aan een door Joran ontworpen touwenconstructie. Drie regendouches later is de was ondertussen natter dan toen hij meteen uit de machine kwam en beslis ik om een touw te spannen in de cockpit tussen de twee handgrepen naast de zetels. Ik slaap vervolgens een nacht onder drie rijen onderbroeken en moet terugdenken aan ons bezoek aan Dover Castle de eerste dag na onze overtocht naar Engeland. We stonden toen geparkeerd naast een Mobilhome waar voorin onderbroeken hingen te drogen en ik vond dat wel grappig maar tegelijk ook wel een blijk van reizigers-overleven. En hier hangen ze nu bij ons dus drie maanden later. De sokken hebben we buiten laten hangen in de hoop op morgen een drogere dag en dat blijkt ook zo te zijn. Sommige basisdingen gaan de invulling van de dag mee bepalen; we hebben nog brood nodig, hoe zou dat hier zijn op een zondag? Anderzijds hebben we ook nog nooit zonder eten gezeten en een middagmaal van krisprols en oatcrackers met een restantje confituur is ook niet dodelijk. Je wordt blij met heel eenvoudige dingen en normen veranderen. Wij spreken van een goede douche als er warm water met een redelijk debiet uitkomt en je niet tot je enkels in het sop staat bij het afdrogen en er een plek is waar je droge kleren droog blijven tot je ze weer aan hebt. Luxueuze douches zoals in Edinburgh met vloerverwarming en aangename muziek zijn zeldzaam en worden daarom nog meer naar waarde geschat maar anderzijds zijn er ook plekken geweest waar het echt heel schraal leek maar je een supergoede straal had. We houden nu een soort van 'top tien' van beste campings bij en daarbij hanteren we verschillende criteria; sfeer en gezelligheid, prijs/kwaliteit, luxe, voorzieningen, en tegenwoordig een nieuwe; creepyness. Voor de laatste rubriek hebben we gelukkig nog maar twee genomineerden; de parking in Bankfoot en de camping in Ribeira. In onze kleine omgeving bestaat er weinig privacy. Het gebruik van het toilet zorgt niet meteen voor veel discretie, omkleden is steeds iets heel dichtbij en daardoor krijg je een ander soort nabijheid. Waar de ene zich zorgen maakt of de hoeveelheid (doorzichtig)haar op de bovenlip nog niet de norm van de probeersnor heeft gehaald kijkt de ander vol bewondering (mogelijk lichte afgunst) naar zoveel vertoon van mannelijke ontwikkeling en op mijn kin kan geen haar ongemerkt blijven staan. Wat ik verder nog probeer los te laten is het idee dat ik voor een bepaald uur naar de douche moet wandelen om niet teveel tegen een bepaalde sociale code in te gaan. In Engeland werd dat gevoel versterkt doordat douchegebouwen daar vaak op vroege tijdstippen gepoetst werden wat een lichte hint was om voor die tijd de zaak te verlaten. Ik ben nog niet zover, en dat zal ook niet gebeuren, dat ik in badjes en slippers over de camping loop met de champoo onder de arm, maar het kan me ondertussen minder schelen als ik daar sta te douchen op het uur dat mij nu best uitkwam. Ik probeer om niet meer te voldoen aan mogelijk vermeende verwachtingen van anderen en dat maakt het minder vermoeiend allemaal. Wat niet echt blijkt te wennen is het koken op twee kleine pitjes in kleine potjes. Ik mis om te beginnen een oven, die ik blijkbaar zeer vaak gebruik merk ik nu, en het gehannes met wat in welk potje kan en niet maakt dat we vaak een variant op het thema rijst of pasta met iets dat in een pannetje kan eten en soms snak ik naar knapperig gestoomde groentjes met een gegrild stukske vis of vlees. Ik wordt megacreatief in het verzinnen van gevarieerde prut en ruik in de winkels de heerlijke grote stukken verse vis en lekker gezond ogende vleeslappen die helaas allemaal niet door ons bereid kunnen worden wegens gebrek aan plaats op het vuur en in de ijskast. Het diepvriesje wordt nu ook al voor een derde gevuld met een sneeuwbal in een tuperwarepotje die tegen alle ratio in de hele reis zal moeten meemaken volgens Rune. Bij het reizen zelf hebben we een goede regeling rond wie vooraan zit en wie wat in orde brengt voor we kunnen vertrekken. We vinden het persoonlijk hilarisch als onze overduidelijk verouderde GPS ons niet kan vinden op de kaart en we rijden op een weg die voor haar niet bestaat. Het vergroot het gevoel een soort van ontdekkingsreiziger te zijn in een land dat door ons nog niet in kaart is gebracht. Het zegt anderzijds ook wel iets over de verwoede bouwdrang van de Spaanse overheid om het land nog verder toegankelijk te maken met moderne en zeer recente autovia's die soms klaar zijn tot in de middle of nowhere en dan overgaan op een kleine dorpsweg. Maar toch blijft het fijn om het pijltje dat ons moet voorstellen op het scherm te zien rijden op een plaats waar geen weg is, zoekend naar waar we dan kunnen zijn. Ooit, lang geleden dachten onze jongens dat zo'n GPS bestuurd werd door een mevrouw die ergens in de lucht in een satteliet naar ons keek en ons zei wat we moesten doen. We maken nog steeds grapjes die daarop terug te voeren zijn en dat blijft prettig. Heerlijk vinden we dat, dat wij mensen slimmer, actueler en meer geupdated zijn dan zo'n apparaat. Ondertussen hebben we ze door totale onbetrouwbaarheid maar op rust gesteld.

Quintas en Vinho

Volgens de wegenkaart is het grootste deel van de weg tussen Braga en Vila Nune een prachtige route met uitzichten over heerlijke natuurlijke landschappen dus we kijken uit naar het ritje na een, voor mij veel te lange, pauze van een aantal dagen op dezelfde plek. Mistflarden worden vastgeprikt door naaldbomen en wolken hangen stil en loodzwaar in de dalen, pas als ze helemaal leeggeregend zijn kunnen ze de heuvels over. We zwemmen door Noord-Portugal en alle cliches die ik heb over dit land zijn duidelijk gebaseerd op zomerbeelden. Soms vangen we een glimp op van het landschap maar veel laat het ons niet zien. Er wordt op dit moment vooral veel water bij de wijn gedaan. Verder van de kust af komen we in een authentieker stuk landschap met oudere bebouwing en kleine dorpjes en kronkelige baantjes die ons van wolk naar wolk bochten. We zijn letterlijk in de wolken! Onderweg naar een warenhuis in Fafe, een paar dagen en een schitterende wandeling later, horen we de donder nog nagrommen in sommige dalen, het blijft een flauw afkooksel van wat hij vannacht liet voelen toen de aarde onder onze wielen meetrilde van het gebulder. Hoog op het plateau rijden we van de mist naar de zonneschijn en krijgen eindelijk een beeld van het prachtig groene Portugese binnenland. In tientallen tinten mosgroen worden heuvels vager en vager tot ze versmelten met de verre horizon. Huizen en dorpjes met hoog opgebonden wijnranken kleven er steil tegenaan. Ooit, voor hier enige bewoning was, heeft het hier reusachtige keien geregend en op de kale ruggen lijken ze klaar om naar beneden te rollen. De gele bloeiende bremstruiken en een hele flora aan naaldbomen houdt het geheel bij elkaar. Palmen, citrus- en olijfbomen omringen de huizen die op gruwelijk irritante wijze bewaakt worden door schrale honden aan lange kettingen. Het blijft wonderlijk om sinaasappels en citroenen in hun zonnige jasje vers aan de bomen te zien hangen en hun frisse citrusgeur maakt het helemaal af. Met een paar oudere ruw geschoren mannen in een veldje, met een stuk roestig gereedschap in de hand en een barret op het hoofd, lijkt elk postkaartbeeld bevestigd. Hun groezelige sigaretje dat ze rollen en de gedeeltelijk wantrouwende knik met het hoofd zet het puntje op elk vooroordeel dat nog uitgediept wordt door het vrouwtje met hoofddoek en wandelstok dat met een paar geiten het bruggetje oversteekt. We logeren op de quinta dos Moinhos, in Vila Nune, die door een Nederlands echtpaar een tiental jaar geleden van een jonge ruïne in een paradijsje werd omgetoverd. De restanten van de voormalige olijfmolen werd stijlvol geïntegreerd in een van de huurhuisjes, waar je nu slaapt tussen twee gigantische persen, en ons busje staat tussen de olijfbomen. Na een korte stiekeme smaakproef van Rune kregen we uitleg over de bereiding van olijven en meteen werd duidelijk waarom de vrucht sneller terug uit zijn mond dan erin was. Olijven moeten na de pluk minstens drie weken gespoeld worden om de overdreven aanwezige tannines eruit te wassen. De kleurstof in de zwarte olijven op het erf inspireerd onze jongens tot bloederige spelletjes. Het verhaal van het echtpaar is er een van veel te hard werken als ondernemer tot de burn-out bijl je neerhaalt om dan een paar duizend kilometer van huis een nieuw en vooral ander leven te beginnen. Met veel trots en enthousiame tonen Erik en José hun huisjes en dromen voor de quinta.
Vandaag stonden we op na wat de stilste nacht was in weken, gebulder van zee, winderig gehuil of het schudden van bomen tot zelfs het aan en afpringen van een drankautomaat hebben onze nachten opgeluisterd en nu horen we niets dan een eindeloze sterrenhemel en een klein beekje in de verte dat verdwijnt als het raampje sluit. Met heerlijke verse broodjes op de motorkap, we hebben ze toch maar tijdig binnengehaald om ze niet vochtig te laten worden, ontbijten en na het schoolwerk een stapke in de prachtige omgeving. Een heerlijke wandeling door voornamelijk eucaliptusbossen en tractorpaadjes gunt ons een blik op het Portugese hoogland en Joran merkt een wolk op die over een berg probeert te kruipen. Snel terug naar de trampoline en de schommel waarmee je blijkbaar tot aan de overkant van de vallei kan schommelen, zo lijkt het tenminste. Met veel dank aan Erik en Jose voor het gebruik van de paraplu's en het mogen meerijden achterop de pick-up truck (wat twee stralende gezichten opleverde) en hun gastvrijheid rijden we morgen richting Porto. We hopen daar naast een doos Lego ook een kapper te scoren die we uitgelegd krijgen hoe het precies gewenst wordt. Spannend.