Lekker ingestopt in mijn knusse bedje bedenk ik me, met een frisse neus, dat de ducktapereparatie van Rune aan het afvoergat van de verwarming mogelijk iets met het defect te maken heeft. Wanneer ik na het opstaan de dop een paar meter verder in het gras zie liggen, weggeblazen tijdens een van de zuchten van gisteren, zie ik dat hij in zijn zorgvuldigheid het aanzuiggat voor lucht mee heeft afgesloten et voila, bij deze werkt de verwarming terug en kunnen we onze laatste dagen met ons beperkte comfort doorbrengen. We rijden naar familieleden in de Perigord en ik vraag me onderweg af of in deze streek de eenentwintigste eeuw al is ingezet. We kronkelen langs kleine baantjes langs bastides en bourges en wanen ons in de tijd van prinsen, al dan niet op witte paarden, die draken verslaan om prinsessen te redden uit schilderachtige torens. Helaas zien we in plaats van stijlvolle figuranten uit sprookjes eerder griezelige wegpiraten die methoge snelheden arrogant het midden van de weg claimen waardoor ik een paar keer ademhappend tot stilstand kom om mijn hartslag even onder controle te krijgen en na te gaan of de linkerkant van ons busje nog aanwezig is. Het kan de pret om de uitzichten niet drukken en in al die schitterende groene golven zien we bordjes die, in andere seizoenen, noten, perzikken, meloenen, pruimen en vooral noten beloven. We logeren een paar dagen bij twee goden in frankrijk en krijgen een idee van het foie gras-gevoel door de heerlijke watten die onder ons gelegd worden en de zalige ovenschotel op ons bord. (een ovenschotel, dat ik dat weer mag meemaken!) We bezoeken een paar charmante dorpjes en
genieten van de rust en de traagheid van dit tijdloze gebied. We ploegen, uit pure dankbaarheid, de oprit bijna om door ons vast te rijden in de drassige bodem en laten hier een duidelijk spoor achter. We slingeren ons dan verder door plaatsjes waarvan de naam langer is dan de dorpsstraat en zoeken ons een weg naar het Noorden. De boeren waar we willen overnachten zijn geen boeren meer, of ontvangen geen campers meer of zijn niet thuis en het wordt een beetje zoeken naar een plekje om te slapen. Tenslotte vloek ik me heldhaftig de Parijse ring rond om in de Champagnestreek een laaste Franse nacht te slapen. Met een hartslag die records breekt en een stuk zeep in de mond om mijn verbale agressie weg te spoelen, en een dweil onder elke oksel om het angstzweet op te vangen, komen we dus opnieuw in een prachtig stukje Frankrijk aan. Ik kan een champagneproefbeurt wel gebruiken na dat stukje Periferique maar helaas is deze wijnboer ook carrosier en vandaag staat hij duidelijk ,met zijn handen vol smeerolie, niet te wachten op een degustatieklant. We mogen van zijn erf en zijn gastvrijheid gebruikmaken en we flansen met vissoep uit een zakje en croutons van oud brood een 'laatste avondmaal' in elkaar. Zaterdag zijn we in Rumbeke bij Schoonbroer en Schoonzus. Grappig hoe we naar huis rijden van verre familie naar dichter, naar thuis. We maken de kring rond door aan te komen waar we vertrokken zijn, ik hou wel van zulke dingen.
Het is een beetje vreemd, dat laaste stuk, elke kilometer brengt ons dichter bij geliefden en vrienden maar ook bij dagelijkse dingen en routines en verder weg van het reizen en onderweg zijn, van de uitzichten en de ontmoetingen, de gesprekken en de grapjes met elkaar. Ik neem afscheid van alles wat ik zie en zuig me tegelijk nog helemaal vol met landschappen die steeds herkenbaarder worden. In het Noorden van Frankrijk, nog voor het aftellen naar de grens begint, zien we een vlucht trekvogels huiswaards vliegen. Het kan niet symbolischer en het raakt me ongelooflijk, hoe synchroon dingen kunnen gaan.
Dit weekend blijven we nog in Rumbeke en maken een prachtige wandeling in de omgeving van Ieper. Ik zie weer knotwilgen en slijk met stoppels mais, ik zie weer vette, volle Vlaamse grond en vluchten spreeuwen. Ik zie stevige boeren kerktorens en intrieste soldatengraven die serreen proberen te blijven bij een gruwelijk verleden waar ze stil van getuigen. Ik zie mensen die ik graag zie. Het is fijn om even frisse lucht te ademen en eigen bodem, het is weer voet aan de grond krijgen.
Ik moet nog een afscheidsbrief schrijven; afscheid van een reis.
3 trekvogels
Het verhaal van drie helden op pad door Europa.
maandag 3 maart 2014
woensdag 26 februari 2014
Bienvenue mon ami
Het is een prachtige dag, met vogeltjes om wakker te worden en een warm zonnetje, met een douche zonder drukknop en lekker warm water (douches met drukknop zijn na douches met een gelimiteerde tijd onze mindere favorieten, ze dwingen je in onnodige houdingen om tegelijk vochtig en ingezeept te geraken, en dan heb ik het nog niet over de interessante situatie waarin je probeert je oksel te scheren of een onderbeen zonder de watertoevoer te onderbreken, en maken dat je jezelf belachelijke dingen oplegt als 'nog vijf keer drukken en dan stop ik ermee' om dan vervolgens nog vijf keer te drukken...) en met een uitzicht op de Spaanse heuvels en de Pyreneeen aan de grens. Met een lichte emotie steken we de grens over die aan de Spaanse kant nog echt van douanes voorzien is om het vrachtverkeer aan een onderzoek te onderwerpen. En daar is Frankrijk. Links van ons blijven de hele dag de besneeuwde kammen van de Pyreneeen in beeld en tot Narbonne zien we rechts de zee. Een schitterend uitzicht over een uitgestrekt landschap vol wijnranken en zachtroze bloesems. We genieten van het verre blauw van de zee en de schorregebieden die er langzaam in verdwijnen en merken dat aan deze kant van de bergen de grond duidelijk minder droog is. Kilometers later wordt de wijn onderbroken met graslanden (groen gras!) en akkers. De geploegde aarde wacht vol vertrouwen op wat regen, hoe anders dan de gebarsten en gekloofde brokken dorre grond in het Zuiden. De lieflijke lentekleuren, het lichte glooien en de schilderachtige dorpjes en steden in het decor geven de uitdrukking 'la douce france' een frisse betekenis. Het ademt hier een zekere zachtheid waar we ons graag in koesteren. We werpen nog een paar laatste blikken op de zee, die ons nu al een paar weken vergezelt en draaien het binnenland in, het land van de katharen, burchten en abdijen. Onderweg komen de vragen over wie en wat de katharen waren en het waarom van kerkelijke inquisities en executies. Zoveel boeiende gesprekken en zoveel interessante vragen, ik word daar zo blij van. We stoppen even om Carcasonne in zijn volle glorie te bewonderen. Op heuvels liggen kerkjes of kloosters en kleine dorpen, die omwille van hun typische bouwstijl opgaan in het landschap, en hun verspreidheid geeft een soort gemoedelijke geborgenheid. Met Rune vooraan geraken we met de wegenkaart en een korte beschrijving met wat nummers van banen bij onze wijnboer in de buurt van Montauban. Uiteraard hebben we eerst nog een potje rillette gekocht (Poulet roti) om onze baguette mee te beleggen, daar dromen onze jongens al sinds december terug over dus hun dag kan niet meer stuk. Zelf heb ik me omwille van alweer een technisch probleem met de verwarmging op gas nog eens in de donkere spelonken van de kofferruimte geplooid om handleidinggewijs knoppen en kleppen te bedienen maar meer dan een kreunende zucht kon ik het toestel niet ontlokken. Nu we naar het Noorden beginnen rijden en vooral bij boeren gaan staan, en dus niet van onze electrisch verwarmingsvriendje gebruik kunnen maken, is dat niet zo'n prettig vooruitzicht. Opgevouwen in een ingewikkelde houding vloek ik tegen het busje en merk lachend op dat ik er meteen een sorry achteraanmompel. Ik ben het busje heel dankbaar voor alle bewezen diensten en wil het niet tegen de ruitenwissers instrijken omdat het even niet doet wat ik vraag. Ik ruim de rommel terug op, draai de verwarmingskraan dicht, tik vriendschappelijk tegen het verwarmingstoestel en bedenk dat het gelukkig een zachte winter is en ik ook water kan koken om mijn haar te wassen. Ik ken een paar mensen die het niet erg vinden als ik door de kou gejaagd terug vroeger thuis ben, maar zo ver zijn we nog niet!
afscheid van een land, deel 3 Adios Espanja
Hoewel ik je van de eerste blik meteen in mijn hart gesloten heb laat ik je nu achter met een dubbel gevoel. Ik moet er natuurlijk eerlijkheidshalve bijzeggen dat we slechts je randen gezien hebben en niet tot je vlakke en uitgestrekte binnenland zijn doorgedrongen, wat ons spijtig genoeg werd afgeraden in de winter, en dat ons beeld daardoor gekleurd werd. Door onze manier van reizen en het seizoen waarin we u bezochten hebben we niet zo vaak als ik zou willen contact gehad met uw oorspronkelijke bevolking tenzij u de Noordelijke inwijkelingen als de uwen bent gaan zien. Bovendien kan ik niet ontkennen, en dat was initieel niet de bedoeling, dat bij het doorkruisen van verschillende landen de reiziger, al dan niet bedoeld, vergelijkingen gaat maken tussen dingen die hij ziet en ervaart. Dat slaat werkelijk nergens op en is ook niet terecht maar blijkbaar enigzinds onvermijdelijk. Ik wil dit allemaal gezegd hebben omdat deze dingen mijn ervaring mee bepalen en mogelijk erg vertekennen. Uw landschappen hebben een diepe indruk nagelaten op ons alle drie. Uw steile klifkusten in het Noorden die in hun ruige schoonheid weerstand proberen bieden tegen het eindeloze beuken van de Atlantische Oceaan en de kleurrijke visserdorpjes die zich in de baaitjes nestelen en de prachtige toppen van de Picos de Europa met lieflijke dorpjes en grappige drooghuisjes op hoge poten. De adembenemende binnenlanden met witte dorpjes op hoge hellingen en machtige uitzichten over rotsige landschappen die verrassende schatten uit een ver Moors verleden herbergen. Uw schitterende kusten aan de Cabo da Gata met indrukwekkende kalk en lavaformaties in het Zuiden die ons terugvoerden naar de tijd van goudzoekers en piraten en waar we een schattenverzameling aan mineralen meesmokkelden uit de vulkanische bodem. Uw prachtige gebergtes Sierra Nevada en Pyreneeen en alle Serra's ertussen die ons deden mompelen en slikken omdat wij, van de vlakte, toch onwennig blijven bij besneeuwde wolkenkrabbers (letterlijk, niet de gebouwen die toch nooit echt tot aan de wolken komen) en ons dan kleine mensjes doen voelen naast zoveel grootsheid. U bent een machtig land, niet alleen wat uw landschappen en oppervlakte betreft. Dat u ooit de helft van de wereld heeft bezeten, zelfs het vlakke Vlaanderen waar ik zelf vandaan kom, vormt daar ongetwijfeld een deel van maar ik weet niet wat de oorzaak en wat het gevolg was. Het thema heersen en overheersen kom ik overal terug tegen ; in gebouwen, landschappen, forten en torens, in de manier waarop u het water probeert te dwingen naar plaatsen waar het niet is, uw dansen en menselijke torens, uw snelle en drukke talen. Het spanningsveld tussen uitnodigen en uitdagen, dat ik in uw flamencomuziek en dans zo mooi vind lijkt zich in zoveel andere dingen door te trekken. Zoals er plaats is voor de vlucht van een solitaire roofvogel en hij de ruimte kan innemen die hij verdient in uw bergland, kunnen ook kunstenaars ruimte krijgen voor een bijzondere en individuele vleugelslag. Ik denk aan namen als Picasso, Miró, Gaudi, Dali en doe er nu velen onrecht aan door ze niet in dit rijtje op te nemen, waarvoor mijn oprechte verontschuldigingen. Het blijft me verwarren, en hier kom ik het machtsthema weer tegen, dat sommige van uw kinderen kunnen schitteren in hun individualiteit en anderen verdwijnen in soms onmenselijke onzichtbaarheid. Het lijkt, mijn oordeel kan er ver naast zitten, dat men groots moet zijn om zichtbaar te worden en dat er een grote uitdaging is om bestaansrecht te verwerven. Individualiteit dus en dan aan de andere kant, de anonieme uniformiteit van witgekalkte huizen in bergdorpen en aan de Cabo da Gata. Slechts verschillend door een huisnummer of een naam en de diversiteit aan plantenbakken aan het raam. Terwijl uw landschappen en kunstenaars mijn hart beroerden heeft uw droogte me beklemd en geboeid bekeken we de diepe geulen in het landschap die een belofte of een herinnering, mogelijk beiden, naar levend water zijn. Planten, die we enkel kennen van hun verre kleine familieleden die zich ophouden in plantenzaken en bejaardenflats, staan hier metershoog in hun natuurlijke habitat en stellen ons voor raadsels over water en droogte en aanpassing aan de omgeving. Maar ook dat water wordt beheersd met handig aangelegde systemen komt het waar het zijn moet en is het land blijkbaar vruchtbaarder dan ik kan vermoeden. U kan hard zijn, voor mensen en dieren en ik denk dat het niet makkelijk is om hier een hond te zijn, zwervend, ontworteld en op zoek naar iets of iemand om trouw aan te zijn. Aangehaald en weggetrapt, soms door dezelfde baas, het lijkt een beetje een spiegel van uw politieke en religieuze geschiedenis. Maar dan misschien nog liever een zwerfhond dan een van uw dochters, op een klapstoel langs de kant van de weg wachtend op een klant of een van uw zonen, uitgebuit onder het plastic. U hebt ons meegevoerd op duizenden jaren geschiedenis, langs beschilderde grotten en celtische dorpen, dolmen, Romeinse theaters en Moorse forten en paleizen, langs Cartageners en Feniciërs voorbij Tempeliers en kruisvaardersburchten, romaanse en gotische kerken en nog veel meer. Een duizelingwekkende tijdreis is mogelijk op uw grondgebied en recent beseft u zelf ook welke schatten u in huis hebt en waarvan wij met volle teugen genoten hebben en dankbaar voor zijn. Ondanks alle gemengde gevoelens, van betoveringen door uw verleden tot soms schokkende waarneming van uw heden zijn we uw dankbaar voor alles wat we gezien en ervaren hebben en beloven we onszelf een terugkeer om ook uw weidse binnenlanden verder te verkennen. Kortom, Spanje, ik heb u liefgehad en u gehaat, u kwam dichtbij en ik duwde u weg en omgekeerd. We hebben elkaar gemeten en gewogen, feitelijk hebben we dus de flamenco gedanst. Olé
zondag 23 februari 2014
Wandelen op de grens
De rit van Barcelona naar Capmany is een van onze laatste trajecten in Spanje. Wie de kaart erbij neemt ziet dat we pareltjes als Gerona en Figueres en de prachtige Golf des Roses naast ons laten liggen maar wij kijken uit naar een paar dagen tussen de kurkeiken aan de grens met de Pyreneeen op de achtergrond. Deze rit voert ons weg van de palmen en de Aloë Veras en alle gevarieerde cactussen. Helaas blijven ook de zachte amandelbloesems achter. Maar er groeien terug bomen langs de weg en op de heuvels en er is terug gras en de eeuwig droge geulen maken plaats voor echte rivierbeddingen met water gevuld en zelfs een beetje slijk aan de kant. Er staan terug populieren, zelfs met klimop rond gevlochten en later ook kurkeiken. De Pyreneeen verschuiven van verre achtergrond naar voorgrond en we zien de sneeuw op de hoge toppen de zon weerspiegelen, ik ben blij dat we toch maar niet naar Andorra rijden. We rijden langs de wakende blik van talloze forten en kastelen en zien prachtige kloosters hoog tegen heuvels aan kleven en de huizen krijgen langzaam terug bakstenen muren. Capmany zelf is een lieflijk stil dorpje waar het ritme van de dag bepaald wordt door de klokken van het kerkje en de hoogte van de zon. Op de heuvels liggen hier en daar dolmen en menhirs in hun eeuwige verstilling te wachten op een verdwaalde wandelaar. Mensen die hier kamperen zijn op weg naar huis of naar het Zuiden. Het tempoverschil in de ochtend maakt duidelijk of ze de duizenden kilometers in een stevige ruk willen afwerken of, zoals wij, met een zekere traagheid het landschap willen bewonderen onderweg en genieten van de reis op zich. Wie van verder Zuidwaards komt kleedt zich warmer nu de zon iets in kracht afneemt, wie van het Noorden komt gooit alles uit en tankt zich vol met verse vitamine D. Deze bosrijke omgeving trekt ons naar buiten en we lopen onze neuzen achterna langs wijngaarden en kurkeiken die duidelijk allen nog sporen dragen van een grote bosbrand in 2012. De uitzichten op de bergen en het klokje op de achtergrond, de stilte van dit platteland, het had geen mooier afscheid van Spanje kunnen zijn dan hier in de natuur met de zon op ons gezicht en 's avonds een onwaarschijnlijk heldere sterrenhemel.
zaterdag 22 februari 2014
La Sagrada Familia
Na een paar dagen zwerven langs de costa Brava komen we in Vilanova I la Geltrú. Dichter bij Barcelona is er niets open waar we op een veilige manier kunnen overnachten en de horrorverhalen over diefstallen en overvallen in de omgeving van deze grootstad doen ons kiezen voor een een gerust gemoed. Rune heeft last van stevige buikkrampen en ons plekje in de buurt van het toiletgebouw komt goed van pas. Er stopt een bus naar Barcelona voor de deur van de camping en daar maken we dankbaar gebruik van om niet overgestresseerd te moeten rondrijden met ons eigen busje tussen het chaotische spaanse stadsverkeer. Bovendien hebben we door de krampen en een nachtelijke broedertwist die iets te maken had met kleverige handen, te dicht bijliggen en nachtelijke zenuwtrekjes eigenlijk alledrie weinig tot niet geslapen en kan ik nu een uurtje pitten op de bus. Omdat de jongens zich niet helemaal lekker voelen beslissen we enkel de Sagrada Familia te bezoeken en de politieman die ons de weg uitlegt kijkt ons vreemd aan wanneer hij hoort dat we die hele weg te voet willen doen (een half uurtje!) Hij wil ons in de metro krijgen en Joran wil geen stress in verband met onze portemonnee in een door criminele beeldvorming aangevreten metrosysteem dus het wordt wandelen en wat voor een wandeling. We vallen van de ene architecturale verbazing in de andere en kijken ons de ogen uit het hoofd naar kunstige gevels en fraai uitgewerkte balkons en wanen ons in een stad vol paleizen. Het modernistische, rationale stratenpatroon brengt ons een beetje in de war en dat wordt nog versterkt door de duizenden scooters die er als gekken doorheen suizen. Volgens mij is het Spaanse verkeerssysteem gebaseerd op de chaos die pakweg een vlucht spreeuwen aan boord legt, het ziet er slordig en onbeheersd uit en toch botsen ze wonderwel niet. Een half uur later staan we voor het hoogtepunt van het oeuvre van Gaudi, la Sagrada Familia, en vallen onze monden open (wat ook te maken kan hebben met een lichte ademnood van de stevige wandeling in combinatie met de door scooters verzuurde lucht in deze grootstad en niet in het minst met de eindeloze rij mensen die aanschuiven voor een ticket) De buitenkant is al indrukwekkend maar verdwijnt in het niets na de eerste stap binnen. We hebben onderweg al veel mystieke plekken en religieuze gebouwen bezocht, elk met hun eigen specifieke kwaliteiten en charmes, maar wat Gaudi hier heeft neergezet grenst werkelijk aan elke verbeelding. Diep ontroerd en met tranen in de ogen wandelen we rond in dit wonder. Gotiek krijgt hier een nieuwe dimensie, schoonheid trilt hier in de lucht en verheft eenieder naar een transpersoonlijk gevoel. Natuurlijk is de buitenkant overdadig gedecoreerd en uitbundig van versiering maar het concept van de architect was om een kerk te maken als de bijbel en werkelijk alle verhalen en archtypische lagen uit de Bijbel krijgen hier een plaats. Het gebouw, de bouwwerf eigenlijk, verbindt op verbluffende wijze hemel en aarde en het pad van de mens naar het hogere, mannelijke en vrouwelijke aspecten van religiositeit en met een duidelijke kennis van de esoterische stromingen van andere wereldgodsdiensten en heilige geometrie kan het geen mens onberoerd laten. De architect die dit gebouw ontwierp was duidelijk een meester in wetenschap, in vakmanschap en een gevoelsmens die de schoonheid van natuur en mystiek wist te vatten en te vertalen in een rijke beeldentaal. De Sagrada Familia is niet alleen prachtig om naar te kijken maar ook voelbaar in je lijf, ze doet iets met ons en zelfs Joran, die eigenlijk echt niet lekker is en steendoodmoe is diep onder de indruk. Zo'n gebouw moet je eigenlijk meerdere keren kunnen bekijken en liefst van al zou ik een schetsboek meehebben om details uit te werken dus met een belofte aan mezelf om zeker terug te keren schaf ik me alvast een gids met foto's en uitleg aan. We wandelen het hele eind terug en zijn net op tijd voor onze bus waar we lekker misselijk afstappen na een uurtje schudden. Uitgeput en diep geraakt gunnen we onszelf een maaltijd in het restaurant van de camping. Zoveel moois moet de tijd krijgen om te verwerken dus de geplande uitstap naar Montserrat laten we maar zo. Het moet niet teveel worden en we zijn nog zo vol van dit en het laatste dat ik wil is een culturele indigestie (zeker na die paar dagen darmklachten in het busje).
maandag 17 februari 2014
Peñiscola
Reizen met twee tieners geeft een aparte dimensie aan namen op een kaart en na Cabo da Gata leek Peñiscola een niet te vermijden bestemming. Met de kaart op de knieën loodst Joran mij over autowegen en door dorpen, langs heuvels vol amandelbloesems en kilometers sinaasappels naar onze camping. Het hedendaagse stadsgedeelte even negerend is de oude stad van Peñiscola, langs drie kanten omringd door de zee en helemaal ommuurd, een streling voor het oog. We klimmen naar het kasteel van Papa Luna en lezen het verhaal van twee pausen en de Kerkelijke politieke intriges en herkennen het teken van de Tempeliers in het fort. Wanneer we terug naar beneden wandelen door de smalle, middeleeuwse slingerstraatjes waar de witte gevels verborgen worden door bloembakken, lopen in het haventje de vissersboten een voor een binnen met hun vangst. Meeuwen in hun zog en mensen op de kade die benieuwd komen kijken naar de zeebonken die hun waren afspoelen en aan wal brengen. Er gaat een soort alarm af in de haven, gevolgd door klokkengelui uit de toren en aan de horizon verschijnen nog meer vissers. We zetten ons op een terrasje en proeven een bordje gevarieerde gefrituurde visjes. Et voila, meer moet dat niet zijn om terug in Spanje aan te komen.
heimwee naar Spanje
Het prachtige, zonovergoten Cabo da Gata achterlaten zonder eerst onze zakken en het busje vol te laden met indrukwekkend knappe stenen en kristallen was geen optie. De kleurrijke blokken roepen nog om een naam en vooral ook om een mooie plek om ze uit te stallen thuis. De krater waar de granaatbrokjes voor het oprapen liggen hebben we helaas niet gevonden of was onbereikbaar met ons busje. Het blauw van de zee en de lucht, de spierwitte huisjes met ronde broodovens naast, de cactussen en de groenbruine heuvels blijven tijdloos liggen terwijl wij onze reis verderzetten gejaagd door de felle wind. (7 beaufort, de was is blijven hangen en was na een half uur droog) Met een dringende behoefte aan een zwembad zoeken we een camping in Isla Plana, die volzet blijkt, en komen terecht op een plek met een mineraal zwembad dat half vulkanisch grondwater en half zeewater bevat en met zijn temperatuur van 32 graden C alle mogelijke huid en spierziektes moet verzachten. Een heerlijke ervaring maar geen plek om te blijven en we zetten verder langs de kust naar Catral waar we ons in een campeerreservaat wanen. Een zalig zwembad met voor mij een lekkere sauna maar in zijn grootheidswaan geen plek voor Rune's verjaardag dus na twee nachten belanden we in een klein campingske waar we een zeer gevarieerde tapamaaltijd bijeentoveren en kaarsjes op een ijscoupe voorzien om de vijftiende verjaardag niet zonder enige bravoure te vieren. Ik mis de natuur en de authenticiteit hier ongelooflijk. De hele kuststrook is op verschrikkelijke wijze volgebouwd met troosteloze, ontzielde dorpen en toeristengetto's. We hoeven natuurlijk niet aan de kust te blijven maar we hebben een afspraak in Altea en de bergen die de kust en het binnenland van elkaar scheiden zorgen voor een veel killer klimaat waar vaak nachtvorst is en waar bovenal geen campingplekken open zijn. Het is triest om te zien hoe prachtige citrusbomen in eindeloze kwekerijen vaak vol afval liggen en het blijft moeilijk om de barakken te zien waarin de plukkers leven terwijl op de achtergrond de shoppingcentra van de grote kuststeden een cordon leggen rond de luxueuze toeristenflats. Ik verlies mezelf een beetje in deze streek en denk vol melancholie terug aan Portugal en Schotland, plekken met een ziel en een verfijning. Heel het Noord-Zuid vraagstuk speelt zich life voor onze ogen af met uitgebuitte slaven in de bio-industrie op land en op zee en welgestelde gepensioneerden die hier overwinteren of blijven en hun eigen winkels, horeca, dokters, klinieken, kappers, ...meebrengen en daardoor de kustplaatsen een heel eigen gezicht geven waar geen betaalbare plaats meer is voor de doorsnee Spanjaard. Ik hoor op straat in Altea meer Nederlands dan Spaans en vraag me af wie hier komt zeuren over integratie. Er wordt in dit deel van Spanje vooral 'genomen'. We nemen de zon, we fokken de Sardienen kunstmatig volwassen op zes weken in kweekbakken, we nemen de kuststrook in met nog hogere buildings met nog meer luxe, we pompen nog meer troep in de serre om toch nog meer smakeloze tomaten vol pesticiden te kunnen telen, we nemen de waardigheid van arbeiders en boeren,... Ik voel me er leeg bij, alsof de ontzielde omgeving mij ook tekent en leeghaalt. Het lijkt een beetje een groot onwaarachtig circus. Geef mij dan maar eenzame en eindeloze uitzichten, een paar vogels in de lucht, een bos om in te dwalen, een rots om op te klimmen, het geluid van de zee die zich even terugtrekt van een keienstrand en daarbij de stenen over elkaar doet rollen, de verwondering van twee tieners bij het vinden van een kristal in een steen onderweg... In Altea ontmoeten we een Belgische inwijkeling die ons met veel gastvrijheid rondrijdt door de bergen om een waterval te bekijken en ons met zijn motorboot meeneemt op zee. De zeilboot lag helaas voor renovatie op het droge maar de jongens kunnen het snelle scheuren wel waarderen. We bezoeken een nederlandtalige dokter omdat Rune uit zijn oor bloedt en betalen letterlijk een stevige prijs voor zijn Nederlands. Op de camping worden we uitgescholden door de Nederlandse buren omdat we de doorgang belemmeren, die volgens de receptioniste geen doorgang is. Ik bewonder haar jeugdige assertiviteit die duidelijk opgewassen is tegen het grijze geweld van deze overvolle tweede thuis voor Nederlanders. Ik moet het mij vooral niet aantrekken, dat is met die overwinteraars alle dagen klagen, ze denken dat de camping van hen is, drukt ze me nog op het hart. Ik wou dat ik af en toe eens een dergelijk aangenaam gebrek aan empathie kon opbrengen dat niet oplossingsgericht naar compromissen wil zoeken maar resolute grenzen kan trekken. Ik hoop voor haar dat de zon nog veel schijnt want zelfs dat wordt haar bij wijlen kwalijk genomen. Altea zelf heeft op de heuvel nog een authentieke oude stad met een prachtige kerk en gezellige witte straatjes om in te verdwalen maar de uitzichten van op die heuvel illustreren alleen maar de onsmakelijke stadsuitbreiding tot ver op de omringende heuvels. Op de dijk kan je Duitse Kaiserschmarren eten naast Italiaanse Pizza's en English Breakfast of haring en stampot in 'het haventje'. Het strand wordt gerenoveerd, de witte keien worden weggeschraapt en maken plaats voor opgespoten zand (een nederlandse firma uiteraard) omdat dat aangenamer is voor de toeristen. Ik wil hier nu weg!
Abonneren op:
Posts (Atom)