Ik ben de reusachtige eucaliptusboom dankbaar dat hij bij vijf beaufort toch rechtop is blijven staan deze nacht en vraag me ook wel af hoe we hier nu met twee een 'snotvalling' kunnen hebben onder zo'n boom die bekend staat om zijn luchtwegbevrijdende eigenschappen. We bivakkeren hier nu al een heel aantal dagen op dezelfde plek en hebben een poging gedaan om in dit weer een was te drogen tussen de buien door maar dat is geeindigd met een geimproviseerdee waslijn in de cockpit waarbij ik dan een nacht onder drie rijen onderbroeken heb geslapen en de volgende twee nachten onder sokken. Die sokken hadden meer tijd nodig omdat ik ze tijdens de eerste drie plensbuien buiten had laten hangen en zelfs nadat Rune ze manueel had uitgewrongen duurde het nog heel lang voor ze 'kastdroog' waren. Dat we hier nu blijven, terwijl Portugal zoveel meer te bieden heeft dan de monding van een rivier, het zicht op Spanje aan de overkant ervan (al was Spanje gisteren een paar keer uit het zicht verdwenen), een paar schattige dorpjes en een gezellige camping heeft alles te maken met de jaarwisseling en de rust om een week op dezelfde plaats te blijven. De jongens zijn aan een gigantisch bouwwerk van gebleekt zwerfhout op het strand begonnen en daar proberen ze af en toe aan door te werken.. We zijn ook al wel een paar keer teruggekeerd omdat het te hard regende en het geheel niet waterdicht genoeg was om droog in te blijven. We hebben ons al te pletter ge-unoot, en ook geblokust en geset en het vikingsspel dat Rune in York kocht heeft al voor spannende momenten gezorgd. Met enige regelmaat hebben we het binnenzitten en kampen bouwen ook wel afgewisseld met het bezoeken van het gezellige dorpspleintje en de grotere stad Viana do Castello die vooral bekend is om haar indrukwekkende basiliek op de heuvel. Een heuvel die wij, als echte pelgrims, te voet beklommen hebben. Met zijn vierkante vorm en uitgehakt in robuuste graniet is dit een bijzondere kerk die veel weg schijnt te hebben van de sacre coeur in Parijs en die binnenin een verrassend intiem gevoel weet op te roepen. Boven onze hoofden dansen musicerende engelen in de koepel en door een vreemd perspectief lijken we er echt tussen te staan. Door de hevige wind van de laatste dagen blijkt een raam het begeven te hebben en een dappere man staat met een lange stok op levensgevaarlijke wijze de resterende scherven naar beneden te kloppen. Hij zit daarvoor onbeveiligd op een richeltje en mept met een hengel van een meter of vier tegen de ramen. Ik hoop dat hij daarbij niet een van de schitterende glasramen uitbeukt die er net achter liggen en we ontwijken de neervallende scherven bij het binnengaan. Omdat het zo mistig is beslissen we maar om niet met de lift in de toren naar boven te gaan voor nog een spectaculairder zicht op de wolken onder ons die de stad en de haven en de hele monding van de rivier bedekken. We zijn blij met het schuine treintje dat ons helemaal naar beneden voert en wandelen rond over mooi aangelegde pleintjes en tussen mooi onderhouden gevels en een paar verrimpelde achterafstraatjes die wel lekker naar keukengeheimen ruiken. De motregen jaagt ons een kerststallen expositie binnen waar in allerlei suikergoed en marsepein bijbelse taferelen vorm en kleur kregen. Ergens is een Jezuske weggepeuzeld zien we.
Het grappige aan een langere tijd op eenzelfde plek blijven is dat het bezoek aan zo'n stad plots iets van een uitstapje krijgt en niet meer als een onderdeel van een lange reis en dat 'thuis' een plek van een paar vierkante meter op een camping wordt en niet alleen maar het busje dat op die plek staat. Ik betrap me erop dat ik een 'vaste douche' krijg die ik telkens weer gebruik terwijl Rune dan weer graag afwisseld en het voor Joran al niet uitmaakt als hij er al maar niet alleen naartoe moet.
Ik merk dat ik het wel even fijn vind om hier wat langer te blijven maar dat het ook weer aan me begint te trekken om verder te reizen. Woensdag rijden we naar het binnenland en ik hoop dat we daar een paar drogere dagen hebben om te wandelen. Omdat de camping ondertussen toch voller blijkt te zijn voor de jaarwisseling en we hier vlakbij het lokale voetbalstadion staan ben ik wel benieuwd hoe dat hier vannacht zal zijn. We zitten hier bovendien ook vlakbij de Spaanse grens, aan de overkant van de rivier, en daar is het een uur later dan hier dus krijgen we dan twee keer vuurwerk? Ik vind het wel een grappige gedachte dat wij al in een nieuw jaar zijn straks terwijl alle mensen thuis nog aan het aftellen zijn. Bij deze wensen we iedereen een rustig einde en een gevleugeld 2014.
dinsdag 31 december 2013
donderdag 26 december 2013
Hier zijn wij
Hier zijn wij
met de wind in de rug
het strand afschuimend
zeegebleekte stokken
zijn schatten
voor ons
Hier zijn wij
met grote ogen
bundels zonlicht vangend
een dennenbos
is zachte bodem
voor een takkenhut
Hier zijn wij
de oren wijd open
luisterend naar verhalen
stenen vertellen
onze handen
over rotsen
Hier zijn wij
de armen breed gespreid
omarmen we wind
lachende lippen
smaken
naar zee
Hier zijn wij
voeten stevig op de grond
sterren in ogen blinkend
harten lopen over
van dromen
en plezier
met de wind in de rug
het strand afschuimend
zeegebleekte stokken
zijn schatten
voor ons
Hier zijn wij
met grote ogen
bundels zonlicht vangend
een dennenbos
is zachte bodem
voor een takkenhut
Hier zijn wij
de oren wijd open
luisterend naar verhalen
stenen vertellen
onze handen
over rotsen
Hier zijn wij
de armen breed gespreid
omarmen we wind
lachende lippen
smaken
naar zee
Hier zijn wij
voeten stevig op de grond
sterren in ogen blinkend
harten lopen over
van dromen
en plezier
Feliz Nadal Portugal
Tussen de eucaliptusbomen en de dennen door kunnen we een glimp opvangen van de zee en de monding van de Rio Miño. Het niet aflatende gebulder dat we horen is niet van een betonmolen maar van de groteske branding. Het geluid zwelt en zakt met de wind en de eucaliptusbomen rond ons hebben de afgelopen dagen duidelijk heel wat schorsrepen verloren. Het is hier ook alleen maar minder griezelig vinden de jongens en de nachtwaker die fluitend zijn ronde doet (nadat hij door mij eerst als een verdwaalde bejaarde aanzien werd)(misschien was hij dat ook wel en vond hij het verhaal van de bewaker wel goed gevonden) en het feit dat hier in de dag ook wel eens iemand te zien is, bijvoorbeeld om die schorsrepen bijeen te harken, doen veel. Toen ik op kerstavond even een korte wandeling maakte om de nabije omgeving te bekijken hadden de jongens als verrassing een supergezellige tafel gedekt en onze kerstlichtjes aangedaan. Ik was helemaal ontroerd van zoveel eenvoudige gezelligheid en vooral van de gevoelige schoonheid waarmee de kids eraan gedacht hadden en de intentie die erachter zat. Zonder pakjes en zonder uitgebreide maaltijd, met drie in een busje op een verlaten camping leek dit heel dichtbij de essentie van kerstmis te komen. Na een paar stukken van een heerlijke oude Spaanse geitenkaas en smaakvolle hamreepjes met Portugese olijven hebben we voor de gein de evergreen 'Last Christmas' van Wham even opgezet en God wat mag de mensheid blij zijn dat die kapsels niet meer in de mode zijn. Ons hoofdgerecht klonk in de winkel beter dan dat het er uiteindelijk uitzag. Krabbepootjes in een deegkortsje dat helemaal aan de pan bleef kleven met de wonderbaarlijke smaak van opgewarmde surimi. Toen Rune naar zijn bord keek waarop sla, kerstomaatjes en de 'crabsticks' lagen merkte hij lachend op dat het eruitzag als een afbeelding op een uithangbord van een pittazaak. Zijn latere opmerking 'and it also tastes like crap' maakte de grap wel helemaal hilarisch. We hebben heel wat afgelachen en het was een bijzonder avondje.
De volgende ochtend hebben we een strandwandeling gemaakt en om mijn schoonfamilie alle kersteer aan te doen hebben we een blik perzikken bij de worstjes gegeten. Het is een beetje vreemd om niet in de pakjeswaterval van het gebruikelijke feest thuis te zijn en tegelijk vind ik zo'n uitgepuurde familiesfeer met wat er mogelijk is op dat moment en veel zachte gezelligheid een heel intense liefdevolle ervaring. Wij hopen dat iedereen aan een uitgebreide familietafel met veel eten minstens even datzelfde gevoel mag ervaren.
We hebben dus een plaats gevonden voor ons drie in Aminha, Portugal. Maar meer nog dan een plaats hebben we de Kerst gevonden en we delen hem graag met iedereen.
De volgende ochtend hebben we een strandwandeling gemaakt en om mijn schoonfamilie alle kersteer aan te doen hebben we een blik perzikken bij de worstjes gegeten. Het is een beetje vreemd om niet in de pakjeswaterval van het gebruikelijke feest thuis te zijn en tegelijk vind ik zo'n uitgepuurde familiesfeer met wat er mogelijk is op dat moment en veel zachte gezelligheid een heel intense liefdevolle ervaring. Wij hopen dat iedereen aan een uitgebreide familietafel met veel eten minstens even datzelfde gevoel mag ervaren.
We hebben dus een plaats gevonden voor ons drie in Aminha, Portugal. Maar meer nog dan een plaats hebben we de Kerst gevonden en we delen hem graag met iedereen.
dinsdag 24 december 2013
Trio op zoek naar een plaats voor de kerst
Het is een boeiende oefening op een lange reis, wanneer blijven en wanneer vertrekken. Een plaats of omgeving kan als een warm bad zijn waarin je wil blijven (het is echt te lang geleden dat bad) om er langzaam in weg te smelten tot je helemaal verrimpeld bent en je vel te groot geworden is en je helemaal zacht en warm geworden bent. Maar uiteindelijk wordt ook dat water te koud en het blijft een kunst om er tijdig uit te stappen. Zo was ons vertrek van de familiale sfeer in het uitzonderlijke decor van de afgelopen dagen een beetje met een dubbel gevoel. Maar is dat niet wat het avontuur van reizen is; weten wat je achterlaat en toch vertrekken naar iets nieuws. Zo kwamen we na een eindeloos lange rit aan de Westkust van Gallicië in de enige andere camping die in heel Noord-West Spanje open blijkt te zijn in deze periode. We wilden een camping omdat we bij de boeren niet willen komen aanzetten met de kerst en een parking nogal schraal leek om kerstavond door te brengen. Het plan was een lang verblijf in een mooie omgeving waarin we een paar dagen ontspannen en geen schoolwerk maken en lang blijven liggen en wandelen en kerst vieren en ... dat was het plan dus. We rijden in het voetspoor van de pelgrims naar Santiago en ik voel een andere droom vorm krijgen wanneer ik de bewegwijzerde trektocht zie. Het gevarieerde en prachtige landschap van Noord Spanje trekt ons met de energie van duizenden reizigers voor ons vooruit en voert ons langs Santiago de Compostella, vol bewondering voor wie dit lange traject te voet doet probeer ik vanop de autovia een glimp van de kathedraal op te vangen. De campinginformatie beloofde een afstand van een klein half uurtje naar dit monument maar helaas gaan we daar zo ver over dat het idee van een daguitstap het met de kilometer begeeft. Maar Gallicië heeft veel meer te bieden en ik troost mezelf met het idee dat het vast indrukwekkender is na een paar honderd kilometer blaren lopen dan met een wagen als dagtrip. We vinden zonder moeite de extreem bewegwijzerde camping die in de prachtige Ria Baixas ligt, een soort Spaanse fjorden. Het verhaal gaat dat de prachtige stranden ontstaan zijn doordat God hier zijn handen heeft gewassen na zijn zeven dagen scheppen. We zijn de enige gasten in dit vakantiepark en dat heeft een heel griezelig effect (Wie ooit de Shining heeft gezien kan een beetje volgen) We hebben de keuze uit een honderdtal plaatsen om te staan en rijen toiletten, douches en lavabo's wachten om gebruikt te worden. Gelukkig dat er Spaanse schlagers op de achtergrond gespeeld worden, die overigens prima mee te zingen zijn zelfs met onze kennis van het Spaans, dat verlaagt het griezelige galmen van dit desolate geheel. Het idee dat er een nachtwaker is die regelmatig een ronde doet maakt het minder eenzaam maar toch. Vanaf de eerste blik stapelen de bezwaren om hier te blijven zich metershoog op en de jongens bedenken echt massa's argumenten om hier zo snel mogelijk te vertrekken. Ik probeer het nog wat positief te bekijken en ben tegelijk ook doodop na de lange rit en ik had eigenlijk ook heel erg uitgekeken naar deze streek met zijn uitzonderlijke schoonheid en massa's historische schatten als megalieten, rotstekeningen, keltische nederzettingen en de aanwezigheid van een oceaan vol dolfijnen en lekkers. 's Nachts krijgen we gigantische regenbuien over ons heen en rukwinden vallen van de bergen naar beneden waarbij ze de schaduwbiedende eucaliptusbomen stevig door elkaar schudden. Vanochtend hebben we lang geslapen en beslist om vandaag een verkenning van de omgeving te doen en morgen af te zakken naar Portugal. We vermoeden allemaal, en er zijn stevige aanwijzingen voor gevonden door ons alle drie, dat dit bij helder weer een adembenemende streek is. We konden door de mist heen een vage glimp opvangen van de andere oever van de Rià en zien in de verte een klein vissersbootje een poging doen om tegen de tij en de forse wind in naar de open zee te varen. Net als de meeuw die boven de rotsige kust zweeft blijft het een soort ter plaatse hangen tegen beter weten in. Het bezochte vissersstadje kan ons bij dit weer niet echt overtuigen van de charmes van de streek maar heeft wel een supermarktje waar we lekkernijen voor kerstavond bij elkaar zoeken. Onderweg zien we overal maisdrooghuisjes staan naast de huizen en in tegenstelling tot de gezellige houtenschuurtjes op hoge stenen poten van Cantabrië en Asturië zijn het hier langwerpige stenen hutjes met twee rechtopstaande kruisjes aan elke kant, wat het een grote gelijkenis geeft met een graf op poten. Mogelijk zijn deze dingen in de zomer of bij zonlicht wel pittoresk maar in dit grijze weer met motregen en een stevige wind die je om de oren slaat versterken ze de intrieste sfeer van ons verblijf. Op onze toeristische kaart staat een indrukwekkende waterval boven op de heuvel en wanneer we op een bepaalde hoogte in de mist verdwijnen vatten we de terugweg maar aan. Het wordt de week van de net gemiste dingen (de grot die we niet vonden, de meren die te eng gelegen waren en nu de waterval in de mist) De keltische nederzetting die we op diezelfde kaart zien vinden we wel en kan ons helemaal bekoren. Op een kleine landtong liggen de goed bewaarde restanten van een woonplaats/fort uit de ijzertijd. Ik ben altijd heel erg onder de indruk van het idee een pad te volgen dat meer dan tweeduizend jaar al door mensen bewandeld werd. De cirkelvormige en ovalen muurtjes geven aan waar de huisjes stonden en het is een bijzonder gevoel om ertussen rond te dwalen. De straffe wind en het woeste gebeuk van de golven aan de achterzijde van dit kleine schiereiland geven het geheel een extra dramatische dimensie en roepen in onze jongens een soort keltische vechtlust naar boven waardoor ze op en af de rotsblokken en muren achter elkaar aan jagen. Ik vind het wel fijn dat we deze magische plek enkel delen met het ruige weer, een paar acrobatische meeuwen en mogelijk nog een paar keltische krijgerzielen die hier rondwaren. Om onze tijdreis vandaag nog verder te zetten maken we ook een ommetje langs een Dolmen. Prachtig bewaarde dolmen met heel mooie stenen die omringd door kurkeiken en mispels in dit bosje heerst. Het fascineert me dat er in een van de blokken een gestilleerde vis is gegraveerd. Volgens mij was dit een vroegchristelijk symbool en de aanwezigheid ervan op dit prehistorisch monument roept veel vragen op. Het is wel fijn om in deze periode, waarin elke winkel uitgerust is met een kersttafereel, plekken te bezoeken uit diezelfde periode tweeduizend jaar geleden en ze naast dat bekende gezinstafereel te weten en dankbaar dat we toch nog een paar van de pareltjes van deze omgeving hebben kunnen meepikken keren we terug naar de eenzaamheid van onze camping. Waar we na een zeer stormachtige nacht blij zijn te kunnen vertrekken. Spannend wel, want dit is echt geen plek voor een kerstavond maar ons tenminste al bekend en waar we naartoe gaan kan het mogelijk nog mistroostiger zijn, al moet daar wel moeite voor gedaan worden. Op naar een vrolijk kerstfeest.
zaterdag 21 december 2013
para mi amigo
Vandaag is het een jaar geleden dat Dieter, mijn schoonbroer, de Nonkel van Rune en Joran, niet wakker werd 's ochtends. Hij was in de loop van de nacht, totaal onverwacht, overleden. De wereld, die volgens voorspellingen mogelijk zou vergaan of overgaan naar iets anders, stond helemaal stil en verbijsterd zaten we samen. Kune, zijn prachtige vrouw, zei vanuit het verre Schotland dat ze niets niet gedaan hadden en steeds geleefd hadden zoals ze het zelf helemaal wilden. Een uitspraak die me toen diep geraakt heeft en uiteindelijk mee de aanzet is geweest tot deze reis. Ik neem graag de goedlachse gulheid en het relaxte oervertrouwen van Dieter mee op reis. Zijn eenvoudige, authentieke manier van ontmoeten, zijn humor en zijn van-Zelf-sprekende houding om in het leven te staan dragen ons en afstemmen op onze eigen innerlijke weg om aan te sluiten bij de Grote Weg heb ik hem altijd zien doen. Moeiteloos, speels, zottekes en vol vertrouwen in wat is en wat komt en goed opletten voor trollen en kabouters. Het is onze spirit onderweg. Met veel liefde mi Hermano xxx
Mirador de la Reina, het uitzicht van de koningin
We zijn helemaal verliefd op los Picos de Europa en blijven diep inademen bij de aanblik van de mist die zich 's ochtends terugtrekt uit de diep ingesleten dalen, de klaterende beekjes die zich in bochten wringen tussen de weides en rotsen, de besneeuwde toppen... en vinden daartussen schilderachtige dorpjes met huisjes in alle kleuren vergezeld van opslaghutjes op hoge stenen poten. Dit is werkelijk een prachtige streek waar we nog maandenlang in zouden kunnen wandelen, kanovaren, rondkijken en genieten. Op zoek naar een door de campinguitbater aangeraden grot, die we uiteindelijk niet vinden, passeren we door Cangas de Onis en proeven daar van een aantal lokale lekkernijen en verwonderen ons over de gigantische hoeveelheden witte bonen die hier overal, tot in de delicatessenzaak, te koop zijn. Een idyllische Romeinse brug en herinneringsmonumenten aan de Spaanse reconquista geven ons levendige geschiedenislessen. De camping waarop we staan is een echt multigenerationeel familiebedrijf dat wel het hele jaar open is maar het duidelijk iets rustiger heeft in dit seizoen (we zijn de enige gasten op de kleine verhuurde huisjes na) en mogelijk uit pure verveling of eerder uit vaderlijke/grootvaderlijke sympathie en vooral uit trots enthousiasme, neemt Ramon ons mee naar de paarden hoog op de berg. Zijn auto kreunt zich de berg op langs een weggetje dat niet voor gevoelige kijkers geschikt is en we krijgen een spectaculair uitzicht op de toppen van de picos. De lucht bestaat hier uit zuivere zuurstof en het panorama is van een wonderbaarlijke schoonheid. Ramon stelt liefdevol een voor een de paarden aan ons voor waarbij hij ze zacht toespreekt en bij naam noemt. Het is een bijzonder ras, extra wollig, met een onwaarschijnlijk zachtaardig karakter. De dieren zien er gelukkig uit in dit decor en laten zich gewillig strelen en ontmoeten ons en vooral hun baasje echt. Het is een plaats van uiterste rust en vrede en de uitbater vertelt ons dat in het hoogseizoen een uurtje bij de paarden voldoende is om hem weer helemaal tot rust te brengen. Hij wijst toppen aan in de verte en geeft hen een naam, die ik graag wil onthouden maar dat lukt me niet, en wijst verborgen grotten aan waar de familie graag in rondneust als amateurarcheologen/paleontologen. De 'Cabana' op de wei, die ze als buitenhuisje voor de familie gebouwd hebben, lijkt me een droom om een tijdje 'van de wereld' te zijn. Op zijn aanraden rijden we later die dag naar Covadonga, een miniatuurdorp met slechts zeventig inwoners dat aan het aantal parkings en toeristenshops te zien, in de zomer uit zijn voegen barst. Hoewel ons doel de Lagos de Covadonga was, konden we niet voorbijgaan aan de schitterend gelegen neoromaanse kerk en de heilige grot met bron. Deze plaats is vooral bekend om het nationale schrijn dat er ligt en omdat hier in de achtste eeuw het begin van de strijd tegen de Moren gemaakt werd. Wij genieten vooral van de mooie waterval die onder het in de rotsen ingewerkte kerkje uitstroomt en het gigantisch uitgewerkte kerstlandschap in de kloostergang. Menig modelbouwliefhebber zou er de tranen van in de ogen krijgen. Na een korte rondvraag blijkt dat de meren met de auto te bereiken zijn, wat achteraf bekeken toch voor interpretatie vatbaar is. Technisch gezien ligt er een prachtige asfaltweg tot aan de Lagos en bestuurders met meer lef dan ik zullen zich ongetwijfeld ook niet laten afschrikken door haarspeldbochtjes zonder reling naast een afgrond maar ik had het na een paar kilometer, en een paar liter angszweet, wel gehad. We hebben op een uitzichtpuntparking een paar duizend foto's getrokken van de sneeuw en de nog hogere rotsen en diepe dalen en de oceaan in de verte en besloten toen samen om niet nog hoger te rijden. Mogelijk hebben we dus twee prachtige meren een paar bochten verder, net gemist , maar een primitieve drang om heelhuids terug beneden te komen en perfecte voldoening met dit eindeloze vergezicht waren voldoende om de weg terug te nemen. En zeg nu zelf, terugkeren na La Mirador de la Reina, het uitzichtspunt van de Koningin, is toch meer dan voldoeninggevend. Ik zie net op de kaart dat we toen halverwege de weg naar de meren waren. Mocht u ooit in de buurt zijn, het is absoluut een aanrader en rem vooral op de motor, blijf in het midden van de weg, dat doen de tegenliggers ook, en neem een goede levensverzekering en negeer vooral uitspraken van de medereizigers die u zenuwachtig kunnen maken zoals daar zijn 'amaai dat is hier stijl, zouden hier veel ongelukken gebeuren en niet zo dicht bij de kant mama'
woensdag 18 december 2013
Cuevas en Picos
We laten vandaag de verstedelijkte omgeving van Bilbao achter. (prikkertjes; we verbleven in Sopelana) Dit deel van de kust lijkt de laatste twintig jaar te zijn volgebouwd en nog steeds blijven wegenwerken en bouwwerven elkaar afwisselen in het landschap. De prachtige heuvels verdwijnen onder een inktvlek van huizen die zich met zekere honger over het landschap uitsmeert en tot in de kleinste dalen spoelt. In de verte zien we de besneeuwde toppen van de Picos de Europa. Na Santander komt er terug rust in het uitzicht en de inktvlek maakt terug plaats voor dorpjes met een begin en een einde (soms zelf hilarisch dicht bij elkaar)(niet omdat we zo snel reden) en in de lieflijke heuvels van Cantabrië gaan we op zoek naar de grotten van Altamira. Het begin van de esthetica volgens de cursus van Rune en een duidelijk terug naar de bron na gisteren, zo zal blijken. De eigenlijke grotten zijn, na wansmakelijke toeristische overconsumptie in de jaren zeventig, niet meer toegankelijk zonder jarenlange wachtlijst maar men heeft een zeer waardige replica gemaakt met een boeiend museum dat belachelijk goedkoop is. (we betaalden in totaal drie euro en het is overduidelijk veel meer waard)(er was op het moment van ons bezoek ook driedubbel zoveel personeel als bezoekers) Joran vond het jammer de echte tekeningen niet te kunnen zien, wat natuurlijk terecht is, maar het alternatief is zo getrouw gemaakt dat ik heel erg onder de indruk ben. We spannen met de beide uitstappen van gisteren en vandaag een boog van twintigduizend jaar kunstgeschiedenis van de cuevas de Altamira tot het Guggenheimmuseum in Bilbao en verdiepen ons in het begrip 'kunst'. Boeiend dat het hedendaags abstracte werk in het Guggenheim dezelfde vragen oproept als de wonderbaarlijke grottekeningen van wat we oermensen noemen. Waarom werd dit gemaakt? Wat drukt het uit? Had de maker er een bedoeling mee of was het vrije expressie van een creatieve geest? Is dit nu kunst en is er voor kunst een 'kunde' nodig? Het levert boeiende gesprekken op en het doet onze vingers ook jeuken om aan de slag te gaan. We dromen even van beroep als grotnabouwer en rijden verder. Ik laat onderweg mijn banden even oppompen bij een lokale garagist waarbij nogmaals blijkt dat met goede wil en veel handen en tanden iedereen elkaar kan verstaan. Hij vindt het zelfs verstandig dat ik langskwam voor ik de bergen inrij. (ik denk dat hij dat bedoelde anders heeft hij nog smakelijk staan lachen met zijn collega's) Die bergen voeren ons helemaal terug naar Glencoe en de mooie tijd die we daar hadden. Ze zijn even rotsig en steil en gekleed in dezelfde tinten alleen zijn ze puntig en scherp en duidelijk jonger. Ze heten Picos de Europa omdat de bergen van ver op de oceaan te zien zijn door schippers en een soort geruststellend baken waren op weg naar huis. Veel bochten en massa's schitterende bergriviertjes later komen we aan op onze camping. De vriendelijke uitbater 'ontvoert' ons naar zijn grote passie; een lokale grot met een tentoonstelling van dieren uit de ijstijd. In zijn enthousiasme nodigt hij ons uit te poseren naast de mamoet en de sabeltandtijger en toont hij ons de zelfgevonden prehistorische botten. Knap uitgewerkte expositie die we gratis mogen bezoeken. Met heel wat verontschuldigingen voor zijn beperkte Engelse woordenschat, en dat viel reuze mee, word ik beschaamd over mijn totaal gebrek aan Spaanse vocabulair. Fantastisch hoe deze dag steeds verder en verder in de tijd lijkt terug te gaan en hoe boeiend dat is voor ons alle drie. Nadat we in het restaurantje van de camping, waar we de enige gasten zijn, een gigantische maaltijd van heerlijk gegrild rundsvlees hebben binnengewerkt, kruipen we ons busje in en zegt Rune; 'Amaai dit was een topdag' en hij had het niet over de grillige punten van de Picos. Genieten zo met koeien met bellen op de achtergrond en regen op ons dakje. (prikkertjes; Avin in Picos de Europa)
Guggenheimlig
Met de zonsopgang wordt duidelijk hoe ver je de kust kan volgen met je ogen. We horen de indrukwekkende golven zich achthonderd meter verder op het strand gooien en zien het schuim even opbollen. Vandaag bezoeken we Bilbao met een focus op het wereldbekende museum voor hedendaagse kunst. Voorafgaande aan het bezoek aan het Guggenheim bekeek ik een documentaire over Frank Gehry, de architect ervan. Met een open en speelse blik vertrekt hij voor zijn ontwerpen van maquettes die gebouwd en verbouwd worden in papier en karton. Ik herken het bouwen van Rune en Joran met zand op een rots eergisteren en met stokjes en zwerfhout een paar dagen eerder. Ik ben benieuwd wat dit bekende gebouw zal doen met onze twee architecten/vormgevers. Met de metro rijden we naar het centrum. Een avontuur op zich omdat we niet weten waar we moeten afstappen en niemand van ons spaans spreekt. Het boeiende aan het gebruik van openbaar vervoer is dat je niet enkel de stad te zien krijgt zoals in de reisgidsen bedoeld is maar dat je ook de achterkant ziet. De verpauperde industriegebieden waar graffitispuiters zich uitleven op dichtgemetste voormalige fabrieksgebouwen, de familievriendelijke woonwijken met aangelegde speeltuintjes, de kleurige buurten met eetgelegenheden uit de hele wereld die de voedselinspectie niet zouden overleven, de saaie flats met de kleurige wasrekjes, de glimmende kantoorgebouwen, de winkelcentra met herkenbare merken als Decathlon, mediamarkt, .... Een half uur op de Metro en ik kan een demografisch onderzoek publiceren over deze wereldstad. Met een verwonderde blik schudt de bejaarde Bask naast mij zijn hoofd wanneer hij begrijpt dat we zijn taal niet spreken. We hebben onze bestemming met de hulp van een andere reiziger nadat we lukraak ergens 'op het gevoel' afgestapt waren.(maar een halte te vroeg) Het moet gezegd worden dat het museum een indrukwekkend gebouw is. Het past totaal niet in de oorspronkelijke architectuur van de stad, met smalle straten en kleurige gevels die als lagen op elkaar gepakt staan, maar het vloekt er op een of andere manier ook niet mee. Het past voor mij een beetje in de Spaanse volksaard waarbij iedereen tegelijk erg aan elkaar hangt en ook geen schrik heeft van indivualisme. (wat je vooral bewezen ziet in het parkeergedrag dat zich echt in geen enkele vorm laat dwingen, parkeren doen we overal, ook met de bocht van de hoek mee, op het zebrapad en desnoods dwars in een parkeerplaats) Het lijkt of Bilbao de laatste jaren heel wat architecten op de stad heeft losgelaten en dat enige samenhang van het geheel vooral gevormd wordt door de straten en de Metro en de mensen die de stad bewonen wat het geheel een uitsraling van moderne chaos geeft. Zo anders dan de strak geplande Britse steden. Hoe indrukwekkend we het gebouw van Gehry ook vinden, en knap en origineel en speels en vrolijk en... het doet ongetwijfeld wat met ons en toch kan ik niet zeggen dat het mooi is. Mooi is blijkbaar van een andere orde. Ik weet niet wat het is maar het raakt me meer in mijn hoofd dan in mijn hart. Ik word wel vrolijk van zoveel gedurfde zotheid in een stad maar ik word er niet door ontroerd. Het geeft me niet dat nederige gevoel van bijvoorbeeld Chartres maar anderzijds opent het wel een gevoel van mogelijkheden. Chartres, om er maar een van de velen te noemen, bezorgd me een meditatieve rust, een koestering van wat is en een vrede met het Al. Gehry daagt uit. Er is méér mogelijk, alles kan, we zijn nog niet klaar met scheppen... De binnenkant van het gebouw maakt ons duizelig en ik mis harmonie. Er zit een showelement aan, 'we pakken eens uit met wat allemaal kan' verwondering gaat over in verzadiging. Met een stralend zonnetje is de stad lekker warm en spiegelt zich in het water van de rivier en de metalen bekleding van het museum. We ontmoeten nog meer moderne kunst voor we verdwalen in de oude stadswijken die een boeiende mengeling van pittoreske charme en louche vuiligheid charmant doen samengaan. Moe van zoveel indrukken vinden we een ingang van de Metro en sporen terug naar ons busje. 's Avonds vallen we in slaap met het geluid van de zee in een licht meningsverschil over eb en vloed. Het drukke geronk van de drankautomaat op een paar meter afstand kan niet tippen aan de golfslag in de verte.
zondag 15 december 2013
tweehonderdeenendertig treden naar de hemel
Tweehonderdeenendertig treden over de kam van een smalle klif brengen ons van het vasteland naar een eiland. Tweehonderdeenendertig treden en honderden haarspeldbochtjes met adembenemende dieptes en wonderbaarlijke uitzichten. Bovenaan de treden ligt een kleine kerk uit het jaar duizend, een plegrimsdoel voor veel zeelieden die hun lot dankten aan het aanroepen van de heiligen. Onderaan beuken huizenhoge golven woest tegen rotsen. Ze rollen van ver aan en graven met luid gebulder de kust verder af. Het is een prachtige klim naar deze bijzondere plek en terwijl we in de verte vogelrosten zien die krachtig overeind blijven in deze eindeloze aanval van water en wind en vuurtorens die de schepen daar ver weg van moeten houden proberen we die ultieme foto te trekken die de pracht van dit geheel kan vatten. Zonlichtbundels beschijnen de hoogopspattende golfslag en de miljoenen druppels vormen een mistige sluier boven de verre stranden. Onderweg langs de trappen staan kruisjes om de stadia van de calvarieberg aan te geven. De soberheid van de kerk en de kruisjes en de indrukwekkende locatie maken een diepe indruk. Van op dit eiland kijk je terug naar het immense vasteland. Blijkbaar mag je de kerkklok zelf luiden en het wordt ons duidelijk dat je een wens mag doen en dan drie keer aan het touw trekt. Wat kunnen we ons nog wensen; twintig graden in december op deze mystieke plek met een uitzicht dat beter is dan welke film ook in het gezelschap van mensen die je graag ziet. Het wordt een grote dankjewel en een vette knipoog vanuit het hart naar San Juan de Gaztelugatxe en dan drie rukken aan de bel. Iedereen mag het horen ...tot ver op zee.
havens en hammen
Diepe dalen omhelzen de grillig gevormde bergen vol bomen en groene weitjes met donkere ezels met heel lange oren. Een robuuste kust met loodrechte kliffen met hier en daar een heerlijk zonovergoten zandstrand vormt hier het landschap. Metershoge golven galloperen als wilde paarden het strand op en slaan te pletter op rotsen en kaaimuren. Onwaarschijnlijk kleurige en pittoreske havenstadjes bieden schippers van alle maten een veilig onderkomen voor de nacht of de dag. In Lekeitio zien we het begrip 'voor het donker thuis' vorm krijgen in een heerlijk getuf van kleine vissersbootjes die met de klok van zes op de achtergrond zich de haven in haasten. Het donker valt hier als een doek eens de zon achter de bergen verdwijnt en de lichten van de vuurtorens en de maan zijn dan verder de enige bakens op zee. Het is een ruige kust hier waar we veel surfers zien van genieten en met een grote glimlach op de lippen proberen we de tegen de kaai slaande golven te ontwijken. (voor alle duidelijkheid het surfen is op een andere plek dan de rotskust) In gedachten rijden we zelf op de golven. Op een bankje in de haven zien we de zee ademen met de jachtjes op haar buik. In en uit... de bootjes rijzen en dalen, de stijger doet mee. Zondag is duidelijk familiedag en massa's gezinnen wandelen en spelen samen op de gezellige pleintjes. De nationale dracht op zondag blijkt unisex een zwarte leggingachtige broek met een windblokker, wie fiets draagt rood. We verbazen ons over de warme kledij die de mensen hier dragen terwijl wij laag voor laag afpellen. De bontbeschilderde gevels steken vrolijk af tegen het diepe kobaltblauw van het water in de haven. Van op de terrasjes komen de heerlijkste geuren. De Basken staan bekend om hun heerlijke keuken en in de supermarkt gisteren vergaapten we ons aan hammen, kazen, verse vis en gedroogde vruchten. De ham die we proefen was duidelijk een must-have voor de feestdagen en hij was ook een feest voor de smaakpapillen. Ik zag mezelf niet meteen met een volledige varkensbil, zelfs niet van deze kwaliteit, van rond de honderd euro in mijn busje rondrijden maar we hebben de mevrouw van de proefstand duidelijk een compliment bezorgd met onze reactie op het aangeboden stukje. We zagen ook dingen die we helemaal niet kennen (in de reisgids blijken het glasaaltjes te zijn) en dan vind ik het jammer dat ik het niet kan proeven. Ik zou niet weten hoe ik het moet klaarmaken dus dat moet ik nog eens navragen in een of andere taal. Overdonderd door zoveel lekkere smaken, geuren,... kwamen we terug bij het busje waar een gigantische spijker of vijs in de voorband blijkt te zitten en er is een roostertje kapot aan de buitenkant. (oke dat roostertje heb ik er zelf afgereden toen ik door de zeer smalle ingang van de supermarktparking, voor het neergaan van de slagboom, een korte bocht moest maken naar de camperparkeerplek)(die spijker daar heb ik niets mee te maken) Het roostertje bleek nergens te vinden en is wel belangrijk en ik maakte me zorgen over de voorband want toen ik eraan begon te prutsen ontsnapte er lucht. Huilen dan maar (volkomen logische reactie lijkt me) en naar huis bellen (de jongens staan op dat moment het stokbrood al te beleggen en voeren een of andere discussie over iets triviaals) waar een medevolwassene dan toch even kan luisteren. Meer dan iemand om even tegen te zagen heb ik dan niet echt nodig voor de actiemodus het terug overneemt. We rijden naar de camping waar we net vertrokken zijn en de onwaarschijnlijk behulpzame receptionist wil mijn wiel wel vervangen en belt zelfs naar een garage voor reparatie van het verwijderde wiel. Met een wiel in de bagageruimte (er zou dus wel plaats genoeg geweest zijn voor zo'n gigantische ham) rijden we door. Ik hoop dat ze het thuis zo snel kunnen loslaten als ikzelf. De jongens aten rustig verder.
zaterdag 14 december 2013
la Dunne de Pyla van Rune
hallo iedereen 't is Rune is, ik wou ook eens iets op de blog zetten dus... De grote duin van Pyla : Joran en ik beklommen de duin langs een van de steilste kanten, eerst kwamen we een grijs- witte, dode boom tegen, half ingegraven in de machtige zandberg. Ik probeerden stukken te lopen maar na tien seconden was ik dan zo uitgeput dat ik me op mijn knieen liet vallen, het leek alzof we verdwaald waren in een woestijn en onszelf moesten voortsleuren op zoek naar water en beschutting. Ik stak mijn handen in het losse zand als schupjes om mezelf zo naar boven te hijsen en strompelde en kroop voort op de steile zandhelling. Joran was nog een eind verder naar beneden toen ik de rand van de top bereikte en ik liet me zowat naar voor vallen na deze korte maar zeer intensieve inspanning, ik nam het eerste schelpje dat ik zag liggen op en stak het in mijn zak terwijl ik begon rond te kijken, het uitzicht was prachtig, met aan de ene kant een blauw, groene oceaan van water en aan de andere een zee van groene bomen. Bij elke windvlaag stoof er zand op dat als duizenden kleine naalden pijnlijk tegen je gezicht sneed. We liepen rond op de drie kilometer lange duin en keken verwonderd rond, het was prachtig. :)
donderdag 12 december 2013
gracias
Het was meteen duidelijk vanaf de eerste blik in de verte op de bergen en de kust; Spanje heeft mijn, en bij uitbreiding ons, hart gewonnen. Dat we hier binnenrijden met een zalig zonnetje en buiten kunnen eten (onze laatste croissants voorlopig, met dank aan de bakker in het prachtige Urrugne), dat we uitkijken op de zee en op het strand kunnen spelen en een zonovergoten ruïne hebben bezocht, dat het hier prachtige mannen zijn die de meest sexy dingen kunnen zeggen of net niet want ik versta er geen woord van,... het speelt allemaal mee.
Ontroert, alweer, door diepe dalen tussen bijzonder gevormde bergen, schapen die er acrobatisch tegenaan grazen (of klampen ze zich met hun tanden vast om er niet af te vallen?)en zoveel groen en kleur maken we kennis. De muziek van Lhasa doet ook zijn deel en ik kan echt niet geloven dat we nu in Spanje zijn. We rijden per ongeluk de autostrade op en betalen daar tol. De eerste Spanjaard die we zien zit zich stierlijk te vervelen in zijn tolhokje en ons enthousiasme en grenzeloze verwondering over alles wat we zien en horen en ruiken (lang leve de waterzuiveringsinstallatie van San Sebastian) zal de man een worst wezen (chorizo waarschijnlijk) hij lijkt aan een lange innerlijke siesta begonnen.
En wat doen wij;
Een heerlijke dag op het strand waarvoor we met alle plezier het steile weggetje langs de klif afdaalden. In de verte maakt een wit zeiltje zich los uit de haven en laat steile rotsen achter om het azuurblauw te versieren. Deze zee geeft een nieuwe betekenis aan het woord blauw en het is indrukwekkend hoe de bergen hier met bos en al in het water duiken. In de verte dobberen bootjes die hun vriendjes in de haven vragen om ook buiten te komen spelen en op de voorgrond tonen surfers aan elkaar hun kunstjes. We kijken graag mee hoe ze over de golven dansen. We rollen onze broeken op en spelen in het water van de oceaan en proberen of we Amerika niet kunnen zien liggen. Ik zing een beetje terwijl ik door de ondiepe plassen waad en de jongens proberen een dam te bouwen. Met kletsnatte jeansbroeken vatten we de klim terug aan en bekijken de ondergaande zon in alweer een ander blauw. Op een afgesplitste rots staat een vuurtoren te seinen naar de eindeloze horizon. Spanje is reusachtig groot maar we omarmen het nu al.
Ontroert, alweer, door diepe dalen tussen bijzonder gevormde bergen, schapen die er acrobatisch tegenaan grazen (of klampen ze zich met hun tanden vast om er niet af te vallen?)en zoveel groen en kleur maken we kennis. De muziek van Lhasa doet ook zijn deel en ik kan echt niet geloven dat we nu in Spanje zijn. We rijden per ongeluk de autostrade op en betalen daar tol. De eerste Spanjaard die we zien zit zich stierlijk te vervelen in zijn tolhokje en ons enthousiasme en grenzeloze verwondering over alles wat we zien en horen en ruiken (lang leve de waterzuiveringsinstallatie van San Sebastian) zal de man een worst wezen (chorizo waarschijnlijk) hij lijkt aan een lange innerlijke siesta begonnen.
En wat doen wij;
Een heerlijke dag op het strand waarvoor we met alle plezier het steile weggetje langs de klif afdaalden. In de verte maakt een wit zeiltje zich los uit de haven en laat steile rotsen achter om het azuurblauw te versieren. Deze zee geeft een nieuwe betekenis aan het woord blauw en het is indrukwekkend hoe de bergen hier met bos en al in het water duiken. In de verte dobberen bootjes die hun vriendjes in de haven vragen om ook buiten te komen spelen en op de voorgrond tonen surfers aan elkaar hun kunstjes. We kijken graag mee hoe ze over de golven dansen. We rollen onze broeken op en spelen in het water van de oceaan en proberen of we Amerika niet kunnen zien liggen. Ik zing een beetje terwijl ik door de ondiepe plassen waad en de jongens proberen een dam te bouwen. Met kletsnatte jeansbroeken vatten we de klim terug aan en bekijken de ondergaande zon in alweer een ander blauw. Op een afgesplitste rots staat een vuurtoren te seinen naar de eindeloze horizon. Spanje is reusachtig groot maar we omarmen het nu al.
zeventien graden
Het kamp wordt afgewerkt en daarvoor wou iedereen zelfs vroeger opstaan. Heerlijk vind ik dat, die liefde voor natuur en architectuur en de blozende wangen die dat meebrengt. Wanneer het niet zo koud was hadden we er vast in gegeten. (in het kamp) Om in de sfeer te blijven bezoeken we de dune de Pyla, de hoogste duin van Europa. Op de kaart en volgens de reisgids lijkt het een prachtige lagune waar vogels en ornitologen elkaar kunnen ontmoeten op een eiland en waar oesterkwekers hun eigen zeeakkers hebben. Ik kijk er heel erg naar zoveel natuur uit en ben op de heenweg een beetje van mijn sokken geblazen van de drukke aanloop vol vakantiepretparken en toeristengetto's. Gelukkig moeten we daar niet zijn en parkeren we in een prachtig duinenbos om de steile klim naar de superduin te maken. Drie kilometer lang is deze gigant en ik weet niet hoe hoog maar ze domineert duidelijk het hele boslandschap errond. Ik geraak amper boven en dat heeft deels met een irrationele hoogtevrees te maken die af en toe de kop opsteekt en deels met wijlen mijn conditie. De jongens rennen naar boven, duiken van de duin, rollen naar beneden, komen mij een beetje 'ondersteunen' en spurten terug naar boven, heerlijk om ze bezig te zien. Het is een fantastisch uitzicht naar verre zandbanken en een wonderschone lagune (van hierboven zie je het massatoerisme als een mierenhoop) en een eindeloos dennenbos. De bossen van de Landes blijken inderdaad eindeloos en gaan af en toe over in een heidegebied waarbij de Kalmthoutse Heide slechts een voorschoot groot blijkt. Met Johnny Cash op de achtergrond rijden we door dit prairieachtige gebied en genieten van de enorme uitgestrektheid. Ademruimte. Er zijn hier geen boeren van France Passion en geen enkele camping of camperplek, jammer want hier had ik wel een lange wandeling willen maken. Een tuincentrum verkoopt hier olijfbomen, cypressen en palmbomen, kiwiplanten zijn in de aanbieding. Tweehonderd kilometer lager verschijnen de Pyreneeën in beeld en worden op veel enthousiasme onthaald. Borden en wegwijzers zijn hier in twee talen en ik krijg vragen over het hoe en waarom van grenzen. Waarom Gaelic in Wales en Baskisch in Frankrijk en Spanje en Vlaamsch in Frankrijk ... waarom mensen dan verplicht worden om in een land te wonen en een taal te spreken die niet de hunne is en wie dan beslist dat grenzen op een bepaalde plaats lopen. Grote vragen die ik niet allemaal kan beantwoorden en die ik mezelf vaak ook wel stel. Een waardevol gesprek, ook voor de lessen aardrijkskunde, dat er samen met een weerspannige GPS voor zorgt dat we de camping niet vinden en per geluk aan de kust uitkomen met een spectaculair uitzicht op de cornische Basque. De Atlantische oceaan ,vandaag voor een tweede keer, maar ditmaal niet van op een duin maar met een kliffenkust met zandstranden. Bijzondere kliffen die als met een reusachtig broodmes in rotsige boterhammen zijn gesneden die keer op keer gesmeerd worden met zeewater. We zoeken verder en mogen een werkman volgen die ons het laatste stukje zal voorrijden naar een luidruchtige camping naast een weg in Urrugne (prikkertjes vlakbij Saint Jean de Luz). Het is hier zeventien graden en we slapen zonder verwarming, de bergen op de achtergrond en het zonnetje in ons gezicht. Een fel gebezigde uitdrukking intern tegenwoordig is; ''k zeg het, er zijn ergere plaatsen om wakker te worden'.
van Pineau tot Bordeaux tot soupe de Topinambours
Met een busje dat ondertussen rinkelt met de oogst van een paar Franse boeren rijden we verder naar het Zuiden. De temperatuur klimt langzaam op met een paar graden en het landschap bekoort ons met zijn uitgestrekte wijngaarden en bossen. De kleuren steken prachtig af tegen de blauwe hemel en de zonnebril die we dragen, omdat de lage zon ons anders verblindt, overgiet het geheel met een warme zomergloed. Bij Bordeaux slapen we bij een heus chateau dat naast een schitterende camperplek ook twee gites, een manège en een oenologisch pad door het kasteelbos biedt. (oenen, de 'aanhangers' van de oenologie zijn wijnproevers) Joran duikt onmiddellijk het bos in en bouwt een prachtig kamp, hij heeft daarbij niet alleen oog voor technisch vernuft maar ook ruim voor gezelligheid. We spreken af dat de volgende ochtend nog tijd voorzien wordt voor de afwerking. Omdat de kennis van Franse werkwoorden van de twee leerplichtigen nogal blijkt tegen te vallen en de leerkracht Frans ons op het hart drukte dat het tweede middelbaar het jaar van de vervoegingen en werkwoordstijden is heb ik een spel bedacht dat blijkt aan te slaan. Twee jongens, twee zaklampen, een blad papier en een pen, een anti-afkijksysteem en een timer zijn de ingrediënten en het opzet is dat wie, na een korte voorbereidingstijd, het snelt kan afdrukken met de lamp eerst mag antwoorden. 'Is het nu al gedaan?' bevestigt dat het aanslaat en ik heb al plannen voor het langzaam opbouwen van de moeilijkheidsgraad. Om niet met een drankprobleem of een foie gras moi-meme naar huis te rijden, sorrry wijnboer, kies ik in het assortiment produits regionaux voor een fles soep
woensdag 11 december 2013
van Muscadet tot Pineau
De donkerroze zon maakt zich langzaam los van de horizon om op te klimmen in de heldere pasteltinten van de vrieslucht. Zes vliegtuigen hebben letterlijk een witte notenbalk getekend en de kleine vogeltjes in de boom naast me componeren er hun ochtendlied op. Het grasveld is wit, de wijngaard is leeg, een gigantische tractor rijdt uit om te ploegen. De bestuurder rookt zijn eigen adem en staat later fluitend in zijn wijngaard. Gisteren hebben we Nantes achtergelaten. We vingen met ons hart nog een paar laatste blikken op de prachtige witte kathedraal, le chateau des ducs de Bretagne, de schilderachtige bootjes bij la Motte Rouge en zeiden tegen elkaar dat we hier nog veel niet gezien hebben en het naar meer smaakt. Nantes heeft lucht, wat ik een bijzondere eigenschap voor een stad vind, en water, wat altijd charmeert. Maar bovenal biedt Nantes een goede mix tussen oud en nieuw, tussen bewaren en vernieuwen en er hangt hier een heel creatieve energie. Ik denk dat de ziel van Jules Verne en les Machines de l'Ile elkaar hier ontmoeten en een zekere uitnodiging inhouden. Bij het verlaten van de stad kiezen we op een crusiale plek toch maar voor zekerheid en rijden niet door onder een lage brug (niets genanter dan gescalpeerd worden met een busje in een druk stadscentrum) en raken daardoor even het Zuiden kwijt. Met de hulp van een snelle co-piloot richten we ons terug op een uitweg en even later ruilen we langzaam de Muscadet voor de Pineau de Charentes en de Cognac. Een zacht landschap met streelzachte bermen, uitgestrekte wijngaarden en hardwerkende boeren met veel vogels in hun kielzog trekt aan ons voorbij. (ik denk niet dat tractors een kielzog hebben maar de voren die ze ploegen hebben dezelfde aantrekkingskracht op vogels als het zog van een vissersboot) De huizen in dit decor worden met hun lage daken met bolle terracottapannetjes duidelijk Zuiders, de kerken romaanser en van op de kant worden we nagekeken door gigantische roofvogels en in de verte een hinde op een weiland. In een zachte rozige avondgloed zagen we de mooie torens van Saint Jean d'Angelie, waar we slapen.
zaterdag 7 december 2013
nos rèves
Een prachtige ochtend om naar Nantes te rijden. Ik ben een beetje nerveus want ik haat rijden op ringwegen rond en grote straten in steden met deze bus en vooral met de degoutante manier waarop franse chauffeurs zich achter het stuur gedragen. (la douce france slaat niet op de automobolisten en bovendien heb ik begrepen dat verkeersregels en snelheidsaanduidingen niet voor de fransen zelf zijn. Ze zijn bedacht door de franse regering om de bewoners de kans te geven zich af te reageren op nietsvermoedende buitenlanders die denken die regels te moeten volgen) Ik weet ook niet goed wat ik van de overnachtingsplek in de stad moet verwachten en ik heb niet zo'n zin om straks weer de stad uit te rijden naar een boer in de omgeving. Maar op deze heerlijke ochtend zit alles mee; een zuivere rit met een milde Gps en relaxte medeweggebruikers, geen ingewikkeld parcour door een onoverzichtelijke stad, een gloednieuwe stadscamping met alle voorzieningen voor de helft van de normale prijs (lees schandalige prijs) omdat ik een kortingkaartje heb en ruime douches, een wasmachine en internet voor zo lang we willen voor slechts een euro. Het is bijna een sprookje. En het blijft sprookjesachtig vandaag want we bezoeken Les Machines de l'ile de Nantes. (bezoek zeker de website) We gaan met de tram en het is heerlijk daarvoor niet in een rijtje te moeten staan maar gewoon primitief erop te wringen. Het laatste stuk wandelen we langs het water en het winkelwandelgedeelte waar we ons op een kerstmarkt laten gaan met chichi de noël. (bij ons heet dat churros want het is Spaans). Deze uitstap is echt iets voor ons; met onwaarschijnlijk en niet genetisch te traceren Da Vinci bloed in onze aderen en met een wonderlijke fascinatie voor Panamarenko en François Schuiten en verder alles wat met natuur, wetenschap, poëzie en verbeelding te maken heeft laten we ons betoveren door de wereld van Les Machines de Nantes en Royal de Luxe. Hier schept de mens zijn wereld en raakt meteen het hart van ons drie (en aan de gezichten van de andere bezoekers te zien raakt het nog meer harten en dromen) Dromen komen hier in hout en metaal tot leven, grote schetsen en levensgrote prototypes voeren ons naar een andere dimensie. Bij het voorstellen van het nieuwe project, een gigantische boom in metaal vol hangende tuinen en wonderlijke bewegende insecten, dat klaar zal zijn in 2019 worden Rune en Joran in een toestel omhoog gehesen om beter te kunnen kijken. Op een paar meter van de grond zien ze een reusachtige bewegende houten vogel voorbijvliegen met mandjes onder waarin mensen zitten. Nu kunnen er twee mensen in het model maar in het uiteindelijke werk zullen er twintig mensen op vijfendertig meter boven de grond een rondje vliegen onder een vogel met een vleugelspanwijdte van dertig meter. De tranen staan me in de ogen bij het zien van zoveel schoonheid. Rune verontschuldigd zich en zegt dat wat we nu zien toch echt wel met kop en schouder boven al de rest tot nog toe uitstijgt. Ik kan hem geen ongelijk geven. Het is bijzonder om te zien na zoveel kerken en steden dat de middeleeuwse mens nog schiep als eerbetoon aan een hogere macht maar dat de hedendaagse mens zijn plaats als mens die schept durft innemen. En het is Goddelijk om te zien. Uiteraard maken we ook een rit op de gigantische mechanische olifant een genieten, oh wat genieten we. Ik hoor de jongens, alweer, plannen maken voor een eigen bureau later, waar ze zelf zo'n dingen willen gaan maken en in hun ogen blinken dromen en plannen en rijpen ontwerpen. Ik gun het ze zo en ik droom met hen mee. We kunnen niet anders dan aan de sympathieke gids vragen wat ervoor nodig is om hier te komen werken, plannen voor stages worden gemaakt. We vragen ons af of dit nu kunst is of wetenschap en we stellen vast dat zoveel wonderlijks ook bewondering oproept voor de natuur waarop het geïnspireerd is en ik kan alleen maar blij zijn dat projecten als dit de grenzen doen vervagen tussen vakgebieden. Ik moet dringend weer aan de slag met mijn handen merk ik, het jeukt als ik dit allemaal zie. Mocht u nog geen vakantieplannen hebben voor 2019 zet dan Nantes zeker op de agenda. De onwaarschijnlijke carrousel met drie verdiepen die alle niveaus van de zee verbeeldt in mechanismes en creaturen bewaren we voor morgen. Vandaag kan je er alleen naar kijken en niet mee rijden en kinderen als we zijn willen we dat natuurlijk wel doen! Joepie morgen nog spelen, danku Nantes
la tempète
Ik had niet gedacht dat berichtjes van het thuisfront die ons moesten waarschuwen voor een grote storm in Europa en voorzorgsmaatregelen niet zo zeer op een meteorologische storm dan wel om een opvoedkundige crisis zouden slaan. Ik had dus geen voorzorgen genomen en zandzakjes hadden hier niet echt geholpen. We zijn er zonder kleerscheuren uitgekomen en wanneer we uiteindelijk bij de wijnboer nabij Nantes arriveren is er terug klank bij het beeld. Het beeld is verder erg stereotiep frans; een wijngaard met een bos naast, een laag zonnetje dat zich verzet tegen het ondergaan en jagers die ons onduidelijke dingen toeroepen wanneer we de idylle proberen vast te leggen op ons toestel. Wanneer de wijnboer later op de avond zegt dat op donderdag de jagers altijd uittrekken, hij doet nogal neerbuigend over het feit dat ze op duiven jagen, moet ik aan Le petit prince denken. De jagers en hun vaste gewoonten. Als goede gasten kunnen we niet anders dan de cave van onze gastheer te bekijken, zijn wijnplukmachine (daar gaat de magie) te bewonderen die na vijf jaar afbetaald is, en uiteraard een proeverij te ondergaan. Daar gaan mijn pedagogische principes over alcohol onder de zestien. Na twee vingerhoedjes Muscadet (met gouden medaille) (de wijn niet de vingerhoedjes)en iets roods waarvan ik de naam helaas niet meer weet zeggen de jongens al dat ze het voelen een schakelen ze over op druivensap met prik, wat overigens niet slecht is. Ik laat me vijf proefsels later charmeren tot de aanschaf van een bekroonde fles en een alcoholvrije versie voor de jongens. We slapen diep die nacht maar zullen er niet ziek van worden want we weten uit een trotse mond dat het allemaal puur natuur is.
de draak en de sandaal
Tussen Mayenne en Mont Saint Michel is het landschap minder glad (heuvels is dan weer een groot woord) dan we dachten en we hobbelen verder langs veel mooie uitzichten. Het is een bewolkt maar droog en het vriest niet. Onderweg zien we een bord dat melding maakt van de het grootste middeleeuwse kasteel van Europa, het oudste belfort,...Fougeres lokt. We volgen de borden, het is slechts een kleine omweg, en vergapen ons aan de schitterende vestingsmuren en torentjes van le Chateau. Na een microoverleg willen de jongens (en de zeer opdringerige GPS) toch liever naar de berg in de zee en zetten we een lange uitstap in deze middeleeuwse pracht op de lijst voor de terugweg. Achteraf bleek dat niet zo'n slecht idee want tussen oktober en februari is de helft niet zichtbaar. Een paar jaar geleden zijn Rune en ik ook al in Mont Saint Michel geweest, toen met Stefan erbij, dus ik was een beetje in choq door de grote veranderingen toen we nu aankwamen. Door de grote landbrug die men, omwille van het autoverkeer, ooit had aangelegd was de baai rond de berg helemaal aan het verzanden waardoor de charme van Mont Saint Michel als eiland in de zee langzaam verloren dreigde te gaan. Met een gigantisch project breekt men nu de landbrug af en bouwen ze een elegante, landschapsvriendelijke, ijzeren brug waar het water onderdoor spoelt en getijden weer verder door kunnen werken. Het onbedoelde gewonnen land wordt met indrukwekkende machines afgegraven en terug aan de zee gegeven. (ik vraag me af wat een Nederlander daarvan denkt) Waar we een paar jaar geleden met de mobilhome op het strand kampeerden is nu niets meer en alle verkeer wordt vakkundig tot stilstand gebracht in een splinternieuwe reuzeparking met pendelbusjes. Ik heb met mijn parkeerticket duidelijk een ruime bijdrage geleverd aan dit monsterproject. We staan zo ver van de ingang (men vindt het nodig om met dit belachelijk lage aantal voertuigen toch de spreidingsbeleid van busjes en auto's aan te houden) dat ik me afvraag of er ook een penseldienst is van de ene kant van de parking naar de andere. Het blijft toch indrukwekkend en het zal nog mooier zijn zonder stellingen en werkzaamheden. Van ver in het mistige landschap zie je de specifieke vorm opdoemen en even ben je een paar eeuwen terug in de tijd. Eindeloos lijkt de baai waar het eiland voor ligt en in bijzondere patronen trekt het ebwater zich terug. We proberen foto's te trekken zonder japanners (en vragen ons af of ze hun mondkapjes afdoen voor de groepsfoto) en genieten van de wonderen van deze plek. Vier hartaanvallen later spreek ik met Rune af dat hij zijn voeten op de grond laat staan wanneer hij over een muur wil kijken naar de indrukwekkende diepte eronder. Het is fijn te zien met hoeveel zorg de huizen hier onderhouden worden en met oorspronkelijke materialen hersteld worden. De benedictijnen in de abdij zien er zielsgelukkig uit en bidden op eenvoudige meditatiebankjes. Zij verslaan de draak (Sint Michael en de draak) met leren sandalen aan en veel innerlijke rust. Na alle hoekjes en kantjes van het eiland gezien te hebben nemen we de bus terug en zoeken een camperplek voor vanavond want de escargots wachten op ons. (en de confiture de lait! en de tartare d'agues) De truk met de pot, een beetje water en een deksel lukt en we hebben alledrie geproefd en met een stuk frans brood erbij bleven enkel de tot de laatste druppel afgelikte schalen nog over. In ruil voor een overnachtingsplaats schaffen wij ons graag iets lekkers aan.
slow down escargot
De bedoeling van het concept "France Passion" is dat je bij boeren en sympathisanten gratis kan verblijven voor een nacht als gast. Je gedraagt je dan als een gast op het erf van de gastheer en toont daarbij interesse in het bedrijf (zonder aankoopverplichting van aangeboden goederen) en neemt gepast afscheid. Toen we vertrokken wou ik dan ook, geheel volgens het boekje, dag gaan zeggen aan de microbrasseur/microbrasserist/microbrasser/eigenaar maar zijn hond had het duidelijk niet zo op gastvrijheid. Er zijn een paar dingen waar ik niet van hou bij honden; dat ze extreem naar natte hond ruiken, dat ze zichzelf dichtbij komen afschudden na een duik in een modderpoel en dat ze agressief blaffend en diep grommend naar me toe gerend komen. Om tussen zijn kaken uit te blijven (het was niet om de andere twee redenen) ben ik met een verre groet naar een weinig geïnteresseerde man maar verdergereden. Iedereen wil graag naar Mont Saint Michel en dat ligt weer veel dichter bij de kust dus we zakken nog even niet af naar het Zuiden. Onder een prachtig zonnetje slingeren we tussen Normandië en le Pays de Loire met links een stoppelbaard en rechts een vers geploegde akker, met momenten is het andersom en vaak ook zijn het recent gezaaide velden en tussendoor veel bos. Mooie grote bossen die verleidelijk roepen maar ons toch niet van de baan afkrijgen. Dat lukt wel de wegomlegging wel. Ik begin te vermoeden dat het niet louter een Belgisch maar een heus Europees complot is met wegomleggingen. Een of ander duister subartikel in een handleiding voor gemeenteambtenaren waarbij de wet hen verplicht niet meer dan vijf borden te gebruiken waarbij de eerste hoopvol dicht bij elkaar staan en pas als het logische vervolg ontbreekt ook de borden wegblijven. Dat wordt dan uiteraard ondersteund door een GPS die halsstarrig vraagt om terug te keren naar het stuk dat afgesloten is. Om een lang verhaal kort te maken blijken alle wegen niet alleen naar Rome maar ook naar de buurt van Mayenne te rijden (hoe kan dat eigenlijk?) en hebben we een prachtig stukje van het Franse platteland gezien. Er blijken ook hier herten over de wegen te springen (helaas niet gezien), maar volgens de verkeersborden hebben ze een beduidend kleiner gewei dan hun Britse collega's, en er hangen tienduizenden maretakbollen in de kalende bomen. Het rijden door het golvende landschap kriebelt in onze buiken wanneer we de zoveelste glooing op en afrijden tot bij de escartgotkweker. (prikkertjes; buurt van Mayenne vandaar de naam escargot Mayenaisse)(niet Mayonnaisse want dat gaat echt niet samen met escargots) Na een tijdje schoolwerk en een wandelingske naar de kwekerij ,waar geen slak te zien is in deze tijd van het jaar, mogen we gaan luisteren naar een uitleg over het leven, welzijn en de bereiding van 'le grand gris'. We hebben genoten van de bevlogen uitleg van de duidelijk gepassioneerde française en we hebben veel bijgeleerd; in het juiste tempo is frans best verstaanbaar voor ons alle drie, slakken doen een winterslaap (klinkt superlogisch alleen nooit bij stilgestaan, leken me al niet zo'n trekdieren) en vooral; je kan ze op heel wat manieren klaarmaken en dat is bewonderenswaardig veel werk. Ik bespaar u de technische details maar zo'n schaaltje in de winkel daar gaan uren werk aan vooraf. We eindigden de avond met een vacuüm getrokken schaaltje met twaalf escargots met lokboter en drie tandenstokers en de tip dat we ze konden warmstomen in onze pot bij gebrek aan een oventje.
vrijdag 6 december 2013
moment supreme
Terwijl de zon zich langzaam losmaakt van een licht krokant berijmde horizon blaast onze verwarming met een rustgevend geluid warme lucht in ons busje. Ik lees, in dit unieke solomoment, een boek tot de medereizigers vinden dat 'nog efkes blijven liggen' lang genoeg geweest is. We zijn gaan slapen met het geluid van een jagende uil ergens in het donker en worden wakker van een competitie hanengekraai. Naast ons lopen de twee wollige miniponies zich warm voor ze crispy witgerand gras grazen. We staan bij een microbrasserie in Sour. Ik heb me lang afgevraagd wat dat wou zeggen; een microbrasserie maar ik denk dat het op de minimale openingsuren slaat. Gisteren hebben we Chartres bezocht met een zwaar accent op de kathedraal. Met een lage herfstzon konden we de kathedraaltorens al van ver naar de hemel zien wijzen. Het moet een machtig gevoel zijn voor de pelgrims vroeger en nu. Chartres ligt een kleine 1600 kilometer van Santiago vandaan maar wel op de route ernaartoe. We hebben de laatste tijd wel meer kerkelijk patrimonium bezocht en ik vroeg me op een avond af wat me nu zo trekt naar die gebouwen, tenslotte ben ik niet echt een kerkelijk mens. Voor mij belichaamt een kerk de driehoek denken, voelen en handelen of hoofd, hart en handen, tenminste idealiter. Mensen wilden,zochten en bedachten een vorm of ruimte die ze konden scheppen en bouwen om een bepaalde ervaring te beleven of er in ieder geval toe uit te nodigen. Zo klopt het voor mij. Een gedachte krijgt een vorm, een gevoel krijgt een ruimte, een handeling een betekenis enz. Het werkt in alle richtingen. Alleen niet in de praktijk. De wonderschone Roslynn chapel was in de eerste plaats een manier om zijn bouwheer van een plaats in de hemel te voorzien. Hij had zelfs testamentair een groep monnikken voorzien die voor zijn hemelse welzijn bleef bidden na zijn dood. Veel kerken zijn vooral uitingen van macht en protserige pronkerij die de mens geen ruimte geeft voor een beleving maar een plek geworden is om mensen klein en bang te maken. Het aantal graven van welgestelde hoogwaardigheidsbekleders in grote kerken zegt veel over de macht van de kerk en het belang zich met die macht te verbinden. En dan was er Chartres. Een vrij sober gebouw in zijn soort maar met een weelde aan kleurige glasramen. Hier zijn geen graven en staan geen voorbeeldheiligen de mensen de les te spellen van op groteske kansels. Er zijn veel bloemen in de versiering, kleur en een zachte energie. Hier ligt de nadruk toch op de beleving. Diep onder de Kathedraal ligt een bron en was ooit een groot centrum van de druïden. Hier werd de vrouwelijk kant van het goddelijke voorgesteld met eenvoudige beelden en rozen. Dit gebouw staat op een bijzondere plek en is ook anders georiënteerd dan de andere kerken. En dan is er het labyrinth waardoor Chartres zo bekend is; de 666 stappen door een bloem naar introspectie. Een plaats om naar het centrum te gaan van jezelf en verbonden met het Al. Het moet zijn dat deze kerk nog massaal veel mensen trekt tijdens de diensten want er staan eindeloos veel stoelen waarvan er ook een deel heel het labyrinth bedekken. Blijkbaar is het tussen februari en oktober op vrijdagen wel vrij maar nu dus niet, wat ik wel jammer vind. De crypte is vandaag ook enkel op een onmogelijk uur open dus we missen de echte schatten wel. Toch vond ik het een indrukwekkend gebouw met een heel subtiele en bijzondere energie. Ik kwam er helemaal tot rust en had er mogelijk nog wat langer willen blijven maar de, alweer, japanse medebezoekers met gids en fototoestel braken de stemming wel een beetje. Chartres zelf lijkt ons ook wel een leuk stadje en herbergt nog een paar andere architecturale parels. Er is een mooi herdenkingsplein voor de mensen van het franse verzet onder de oorlogen wat ons op boeiende gesprekken brengt over de rol die je zou willen hebben in een oorlog en ik kan er niet aan doen maar bij het woord 'resistance' krijg ik automatische beelden van Allo Allo op mijn netvlies. Soms liggen heel pijnlijke dingen en humor gelukkig dicht bij elkaar. Er komt weer gekibbel uit de achterkant van het busje over ongewenste aanrakingen met klamme handen en er worden dagelijkse wraakacties met gebruikte onderbroeken ingezet dus de dag is begonnen, koffie!
zondag 1 december 2013
nous arrivons
Het ouderlijk bezoek heeft ons wat nieuwe energie gegeven en na een stikdure internetsessie heeft iedereen weer even zijn hart kunnen ophalen met facebook en skype en het opzoeken van allerlei info over frankrijk...
Het blijkt dat vooruitkijken en doelen pinnen mij weer wat bodem onder de voeten geeft en het zwerven ook een richting biedt. We slapen twee nachten in de buurt van Evreux en hebben daar met onze kersverse verdeelstekker alle elecriciteit van de camping gebruikt om alle toestellen op te laden om weer terug bij de boeren terecht te kunnen de volgende dagen. Gelukkig zijn er weinig (lees slechts een andere) kampeerders en dat is maar een geluk want toen ik vanochtend onder de douche stond (waarbij het gebrek aan een gordijntje of iets dergelijks ervoor zorgde dat mijn hokje onder water stond en bij uitbreiding het hele douchegebouw) ging het licht uit (er zijn nadelen aan ecologisch denken) en nadat ik in de hoop op een bewegingsdetector nog een tijdje met de armen heb staan zwaaien ben ik maar met een handdoekje rond door het zwembad naar de lichtknop gewaad. Niet dat ik niet kan genieten van een douche in het duister maar het gebouw was zo donker dat ik mijn kleding niet kon vinden en ik wou ook niet dat ze in het water viel.
Toen we naar de winkel reden, door een dorpje met de hilarische naam Croth, zagen we onderweg overal mannen met een baguette onder de arm lopen, we hebben er zelf dan ook maar een gegeten.
Met de kaart van Frankrijk voor ons, een reisgids, een campinggids en de adressen van de boeren van France Passion hebben we een soort van verlanglijstje gemaakt dat ons verder naar het Zuiden zal voeren en Joran heeft al beslist dat hij bij het binnenrijden van Spanje vooraan wil zitten. Morgen bezoeken we de kathedraal van Chartres en daarna rijden we nog even Westwaarts om Mont Saint Michel mee te pikken.
Blijkbaar is doelloos rondzwerven iets dat me makkelijker te voet afgaat dan met de auto en mogelijk ook aangenamer in de zomer. Met een beetje zon ziet vermoedelijk elke afgebladerde muur met zongebleekte luikjes er charmant en pittoresk uit. Het is wel fijn dat met een paar richtingen de reizigersblues nu wegebt en ik heb ook schitterende boeken gekregen om mij verder te verdiepen in de geschiedenis van de groene man en vrouw, de katharen en tempeliers en Agnes Obel heeft het me nog eens goed ingepeperd; I'll keep a close watch to this heart of mine... (en van die twee gasten natuurlijk)
Het blijkt dat vooruitkijken en doelen pinnen mij weer wat bodem onder de voeten geeft en het zwerven ook een richting biedt. We slapen twee nachten in de buurt van Evreux en hebben daar met onze kersverse verdeelstekker alle elecriciteit van de camping gebruikt om alle toestellen op te laden om weer terug bij de boeren terecht te kunnen de volgende dagen. Gelukkig zijn er weinig (lees slechts een andere) kampeerders en dat is maar een geluk want toen ik vanochtend onder de douche stond (waarbij het gebrek aan een gordijntje of iets dergelijks ervoor zorgde dat mijn hokje onder water stond en bij uitbreiding het hele douchegebouw) ging het licht uit (er zijn nadelen aan ecologisch denken) en nadat ik in de hoop op een bewegingsdetector nog een tijdje met de armen heb staan zwaaien ben ik maar met een handdoekje rond door het zwembad naar de lichtknop gewaad. Niet dat ik niet kan genieten van een douche in het duister maar het gebouw was zo donker dat ik mijn kleding niet kon vinden en ik wou ook niet dat ze in het water viel.
Toen we naar de winkel reden, door een dorpje met de hilarische naam Croth, zagen we onderweg overal mannen met een baguette onder de arm lopen, we hebben er zelf dan ook maar een gegeten.
Met de kaart van Frankrijk voor ons, een reisgids, een campinggids en de adressen van de boeren van France Passion hebben we een soort van verlanglijstje gemaakt dat ons verder naar het Zuiden zal voeren en Joran heeft al beslist dat hij bij het binnenrijden van Spanje vooraan wil zitten. Morgen bezoeken we de kathedraal van Chartres en daarna rijden we nog even Westwaarts om Mont Saint Michel mee te pikken.
Blijkbaar is doelloos rondzwerven iets dat me makkelijker te voet afgaat dan met de auto en mogelijk ook aangenamer in de zomer. Met een beetje zon ziet vermoedelijk elke afgebladerde muur met zongebleekte luikjes er charmant en pittoresk uit. Het is wel fijn dat met een paar richtingen de reizigersblues nu wegebt en ik heb ook schitterende boeken gekregen om mij verder te verdiepen in de geschiedenis van de groene man en vrouw, de katharen en tempeliers en Agnes Obel heeft het me nog eens goed ingepeperd; I'll keep a close watch to this heart of mine... (en van die twee gasten natuurlijk)
Abonneren op:
Posts (Atom)