woensdag 18 december 2013
Cuevas en Picos
We laten vandaag de verstedelijkte omgeving van Bilbao achter. (prikkertjes; we verbleven in Sopelana) Dit deel van de kust lijkt de laatste twintig jaar te zijn volgebouwd en nog steeds blijven wegenwerken en bouwwerven elkaar afwisselen in het landschap. De prachtige heuvels verdwijnen onder een inktvlek van huizen die zich met zekere honger over het landschap uitsmeert en tot in de kleinste dalen spoelt. In de verte zien we de besneeuwde toppen van de Picos de Europa. Na Santander komt er terug rust in het uitzicht en de inktvlek maakt terug plaats voor dorpjes met een begin en een einde (soms zelf hilarisch dicht bij elkaar)(niet omdat we zo snel reden) en in de lieflijke heuvels van Cantabrië gaan we op zoek naar de grotten van Altamira. Het begin van de esthetica volgens de cursus van Rune en een duidelijk terug naar de bron na gisteren, zo zal blijken. De eigenlijke grotten zijn, na wansmakelijke toeristische overconsumptie in de jaren zeventig, niet meer toegankelijk zonder jarenlange wachtlijst maar men heeft een zeer waardige replica gemaakt met een boeiend museum dat belachelijk goedkoop is. (we betaalden in totaal drie euro en het is overduidelijk veel meer waard)(er was op het moment van ons bezoek ook driedubbel zoveel personeel als bezoekers) Joran vond het jammer de echte tekeningen niet te kunnen zien, wat natuurlijk terecht is, maar het alternatief is zo getrouw gemaakt dat ik heel erg onder de indruk ben. We spannen met de beide uitstappen van gisteren en vandaag een boog van twintigduizend jaar kunstgeschiedenis van de cuevas de Altamira tot het Guggenheimmuseum in Bilbao en verdiepen ons in het begrip 'kunst'. Boeiend dat het hedendaags abstracte werk in het Guggenheim dezelfde vragen oproept als de wonderbaarlijke grottekeningen van wat we oermensen noemen. Waarom werd dit gemaakt? Wat drukt het uit? Had de maker er een bedoeling mee of was het vrije expressie van een creatieve geest? Is dit nu kunst en is er voor kunst een 'kunde' nodig? Het levert boeiende gesprekken op en het doet onze vingers ook jeuken om aan de slag te gaan. We dromen even van beroep als grotnabouwer en rijden verder. Ik laat onderweg mijn banden even oppompen bij een lokale garagist waarbij nogmaals blijkt dat met goede wil en veel handen en tanden iedereen elkaar kan verstaan. Hij vindt het zelfs verstandig dat ik langskwam voor ik de bergen inrij. (ik denk dat hij dat bedoelde anders heeft hij nog smakelijk staan lachen met zijn collega's) Die bergen voeren ons helemaal terug naar Glencoe en de mooie tijd die we daar hadden. Ze zijn even rotsig en steil en gekleed in dezelfde tinten alleen zijn ze puntig en scherp en duidelijk jonger. Ze heten Picos de Europa omdat de bergen van ver op de oceaan te zien zijn door schippers en een soort geruststellend baken waren op weg naar huis. Veel bochten en massa's schitterende bergriviertjes later komen we aan op onze camping. De vriendelijke uitbater 'ontvoert' ons naar zijn grote passie; een lokale grot met een tentoonstelling van dieren uit de ijstijd. In zijn enthousiasme nodigt hij ons uit te poseren naast de mamoet en de sabeltandtijger en toont hij ons de zelfgevonden prehistorische botten. Knap uitgewerkte expositie die we gratis mogen bezoeken. Met heel wat verontschuldigingen voor zijn beperkte Engelse woordenschat, en dat viel reuze mee, word ik beschaamd over mijn totaal gebrek aan Spaanse vocabulair. Fantastisch hoe deze dag steeds verder en verder in de tijd lijkt terug te gaan en hoe boeiend dat is voor ons alle drie. Nadat we in het restaurantje van de camping, waar we de enige gasten zijn, een gigantische maaltijd van heerlijk gegrild rundsvlees hebben binnengewerkt, kruipen we ons busje in en zegt Rune; 'Amaai dit was een topdag' en hij had het niet over de grillige punten van de Picos. Genieten zo met koeien met bellen op de achtergrond en regen op ons dakje. (prikkertjes; Avin in Picos de Europa)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten