dinsdag 31 december 2013

twee keer vuurwerk?

Ik ben de reusachtige eucaliptusboom dankbaar dat hij bij vijf beaufort toch rechtop is blijven staan deze nacht en vraag me ook wel af hoe we hier nu met twee een 'snotvalling' kunnen hebben onder zo'n boom die bekend staat om zijn luchtwegbevrijdende eigenschappen. We bivakkeren hier nu al een heel aantal dagen op dezelfde plek en hebben een poging gedaan om in dit weer een was te drogen tussen de buien door maar dat is geeindigd met een geimproviseerdee waslijn in de cockpit waarbij ik dan een nacht onder drie rijen onderbroeken heb geslapen en de volgende twee nachten onder sokken. Die sokken hadden meer tijd nodig omdat ik ze tijdens de eerste drie plensbuien buiten had laten hangen en zelfs nadat Rune ze manueel had uitgewrongen duurde het nog heel lang voor ze 'kastdroog' waren. Dat we hier nu blijven, terwijl Portugal zoveel meer te bieden heeft dan de monding van een rivier, het zicht op Spanje aan de overkant ervan (al was Spanje gisteren een paar keer uit het zicht verdwenen), een paar schattige dorpjes en een gezellige camping heeft alles te maken met de jaarwisseling en de rust om een week op dezelfde plaats te blijven. De jongens zijn aan een gigantisch bouwwerk van gebleekt zwerfhout op het strand begonnen en daar proberen ze af en toe aan door te werken.. We zijn ook al wel een paar keer teruggekeerd omdat het te hard regende en het geheel niet waterdicht genoeg was om droog in te blijven. We hebben ons al te pletter ge-unoot,  en ook geblokust en geset en het vikingsspel dat Rune in York kocht heeft al voor spannende momenten gezorgd. Met enige regelmaat hebben we het binnenzitten en kampen bouwen ook wel afgewisseld met het bezoeken van het gezellige dorpspleintje en de grotere stad Viana do Castello die vooral bekend is om haar indrukwekkende basiliek op de heuvel. Een heuvel die wij, als echte pelgrims, te voet beklommen hebben. Met zijn vierkante vorm en uitgehakt in robuuste graniet is dit een bijzondere kerk die veel weg schijnt te hebben van de sacre coeur in Parijs en die binnenin een verrassend intiem gevoel weet op te roepen. Boven onze hoofden dansen musicerende engelen in de koepel en door een vreemd perspectief lijken we er echt tussen te staan. Door de hevige wind van de laatste dagen blijkt een raam het begeven te hebben en een dappere man staat met een lange stok op levensgevaarlijke wijze de resterende scherven naar beneden te kloppen. Hij zit daarvoor onbeveiligd op een richeltje en mept met een hengel van een meter of vier tegen de ramen. Ik hoop dat hij daarbij niet een van de schitterende glasramen uitbeukt die er net achter liggen en we ontwijken de neervallende scherven bij het binnengaan. Omdat het zo mistig is beslissen we maar om niet met de lift in de toren naar boven te gaan voor nog een spectaculairder zicht op de wolken onder ons die de stad en de haven en de hele monding van de rivier bedekken. We zijn blij met het schuine treintje dat ons helemaal naar beneden voert en wandelen rond over mooi aangelegde pleintjes en tussen mooi onderhouden gevels en een paar verrimpelde achterafstraatjes die wel lekker naar keukengeheimen ruiken. De motregen jaagt ons een kerststallen expositie binnen waar in allerlei suikergoed en marsepein bijbelse taferelen vorm en kleur kregen. Ergens is een Jezuske weggepeuzeld zien we.
Het grappige aan een langere tijd op eenzelfde plek blijven is dat het bezoek aan zo'n stad plots iets van een uitstapje krijgt en niet meer als een onderdeel van een lange reis en dat 'thuis' een plek van een paar vierkante meter op een camping wordt en niet alleen maar het busje dat op die plek staat. Ik betrap me erop dat ik een 'vaste douche' krijg die ik telkens weer gebruik terwijl Rune dan weer graag afwisseld en het voor Joran al niet uitmaakt als hij er al maar niet alleen naartoe moet.
Ik merk dat ik het wel even fijn vind om hier wat langer te blijven maar dat het ook weer aan me begint te trekken om verder te reizen. Woensdag rijden we naar het binnenland en ik hoop dat we daar een paar drogere dagen hebben om te wandelen. Omdat de camping ondertussen toch voller blijkt te zijn voor de jaarwisseling en we hier vlakbij het lokale voetbalstadion staan ben ik wel benieuwd hoe dat hier vannacht zal zijn. We zitten hier bovendien ook vlakbij de Spaanse grens, aan de overkant van de rivier, en daar is het een uur later dan hier dus krijgen we dan twee keer vuurwerk? Ik vind het wel een grappige gedachte dat wij al in een nieuw jaar zijn straks terwijl alle mensen thuis nog aan het aftellen zijn. Bij deze wensen we iedereen een rustig einde en een gevleugeld 2014.

donderdag 26 december 2013

Hier zijn wij

Hier zijn wij
met de wind in de rug
het strand afschuimend
zeegebleekte stokken
zijn schatten
voor ons  

Hier zijn wij
met grote ogen
bundels zonlicht vangend
een dennenbos
is zachte bodem
voor een takkenhut  

Hier zijn wij
de oren wijd open
luisterend naar verhalen
stenen vertellen
onze handen
over rotsen  

Hier zijn wij
de armen breed gespreid
omarmen we wind
lachende lippen
smaken
naar zee  

Hier zijn wij
voeten stevig op de grond
sterren in ogen blinkend
harten lopen over
van dromen
en plezier

Feliz Nadal Portugal

Tussen de eucaliptusbomen en de dennen door kunnen we een glimp opvangen van de zee en de monding van de Rio Miño. Het niet aflatende gebulder dat we horen is niet van een betonmolen maar van de groteske branding. Het geluid zwelt en zakt met de wind en de eucaliptusbomen rond ons hebben de afgelopen dagen duidelijk heel wat schorsrepen verloren. Het is hier ook alleen maar minder griezelig vinden de jongens en de nachtwaker die fluitend zijn ronde doet (nadat hij door mij eerst als een verdwaalde bejaarde aanzien werd)(misschien was hij dat ook wel en vond hij het verhaal van de bewaker wel goed gevonden) en het feit dat hier in de dag ook wel eens iemand te zien is, bijvoorbeeld om die schorsrepen bijeen te harken, doen veel. Toen ik op kerstavond even een korte wandeling maakte om de nabije omgeving te bekijken hadden de jongens als verrassing een supergezellige tafel gedekt en onze kerstlichtjes aangedaan. Ik was helemaal ontroerd van zoveel eenvoudige gezelligheid en vooral van de gevoelige schoonheid waarmee de kids eraan gedacht hadden en  de intentie die erachter zat. Zonder pakjes en zonder uitgebreide maaltijd, met drie in een busje op een verlaten camping leek dit heel dichtbij de essentie van kerstmis te komen. Na een paar stukken van een heerlijke oude Spaanse geitenkaas en smaakvolle hamreepjes met Portugese olijven hebben we voor de gein de evergreen 'Last Christmas' van Wham even opgezet en God wat mag de mensheid blij zijn dat die kapsels niet meer in de mode zijn. Ons hoofdgerecht klonk in de winkel beter dan dat het er uiteindelijk uitzag. Krabbepootjes in een deegkortsje dat helemaal aan de pan bleef kleven met de wonderbaarlijke smaak van opgewarmde surimi. Toen Rune naar zijn bord keek waarop sla, kerstomaatjes en de 'crabsticks' lagen merkte hij lachend op dat het eruitzag als een afbeelding op een uithangbord van een pittazaak. Zijn latere opmerking 'and it also tastes like crap' maakte de grap wel helemaal hilarisch. We hebben heel wat afgelachen en het was een bijzonder avondje.
De volgende ochtend hebben we een strandwandeling gemaakt en om mijn schoonfamilie alle kersteer aan te doen hebben we een blik perzikken bij de worstjes gegeten. Het is een beetje vreemd om niet in de pakjeswaterval van het gebruikelijke feest thuis te zijn en tegelijk vind ik zo'n uitgepuurde familiesfeer met wat er mogelijk is op dat moment en veel zachte gezelligheid een heel intense liefdevolle ervaring. Wij hopen dat iedereen aan een uitgebreide familietafel met veel eten minstens even datzelfde gevoel mag ervaren.
We hebben dus een plaats gevonden voor ons drie in Aminha, Portugal. Maar meer nog dan een plaats hebben we de Kerst gevonden en we delen hem graag met iedereen.

dinsdag 24 december 2013

Trio op zoek naar een plaats voor de kerst

Het is een boeiende oefening op een lange reis, wanneer blijven en wanneer vertrekken. Een plaats of omgeving kan als een warm bad zijn waarin je wil blijven (het is echt te lang geleden dat bad) om er langzaam in weg te smelten tot je helemaal verrimpeld bent en je vel te groot geworden is en je helemaal zacht en warm geworden bent. Maar uiteindelijk wordt ook dat water te koud en het blijft een kunst om er tijdig uit te stappen. Zo was ons vertrek van de familiale sfeer in het uitzonderlijke decor van de afgelopen dagen een beetje met een dubbel gevoel. Maar is dat niet wat het avontuur van reizen is; weten wat je achterlaat en toch vertrekken naar iets nieuws. Zo kwamen we na een eindeloos lange rit aan de Westkust van Gallicië in de enige andere camping die in heel Noord-West Spanje open blijkt te zijn in deze periode. We wilden een camping omdat we bij de boeren niet willen komen aanzetten met de kerst en een parking nogal schraal leek om kerstavond door te brengen. Het plan was een lang verblijf in een mooie omgeving waarin we een paar dagen ontspannen en geen schoolwerk maken en lang blijven liggen en wandelen en kerst vieren en ... dat was het plan dus. We rijden in het voetspoor van de pelgrims naar Santiago en ik voel een andere droom vorm krijgen wanneer ik de bewegwijzerde trektocht zie. Het gevarieerde en prachtige landschap van Noord Spanje trekt ons met de energie van duizenden reizigers voor ons vooruit en voert ons langs Santiago de Compostella, vol bewondering voor wie dit lange traject te voet doet probeer ik vanop de autovia een glimp van de kathedraal op te vangen. De campinginformatie beloofde een afstand van een klein half uurtje naar dit monument maar helaas gaan we daar zo ver over dat het idee van een daguitstap het met de kilometer begeeft. Maar Gallicië heeft veel meer te bieden en ik troost mezelf met het idee dat het vast indrukwekkender is na een paar honderd kilometer blaren lopen dan met een wagen als dagtrip. We vinden zonder moeite de extreem bewegwijzerde camping die in de prachtige Ria Baixas ligt, een soort Spaanse fjorden. Het verhaal gaat dat de prachtige stranden ontstaan zijn doordat God hier zijn handen heeft gewassen na zijn zeven dagen scheppen. We zijn de enige gasten in dit vakantiepark en dat heeft een heel griezelig effect (Wie ooit de Shining heeft gezien kan een beetje volgen) We hebben de keuze uit een honderdtal plaatsen om te staan en rijen toiletten, douches en lavabo's wachten om gebruikt te worden. Gelukkig dat er Spaanse schlagers op de achtergrond gespeeld worden, die overigens prima mee te zingen zijn zelfs met onze kennis van het Spaans, dat verlaagt het griezelige galmen van dit desolate geheel. Het idee dat er een nachtwaker is die regelmatig een ronde doet maakt het minder eenzaam maar toch. Vanaf de eerste blik stapelen de bezwaren om hier te blijven zich metershoog op en de jongens bedenken echt massa's argumenten om hier zo snel mogelijk te vertrekken. Ik probeer het nog wat positief te bekijken en ben tegelijk ook doodop na de lange rit en ik had eigenlijk ook heel erg uitgekeken naar deze streek met zijn uitzonderlijke schoonheid en massa's historische schatten als megalieten, rotstekeningen, keltische nederzettingen en de aanwezigheid van een oceaan vol dolfijnen en lekkers. 's Nachts krijgen we gigantische regenbuien over ons heen en rukwinden vallen van de bergen naar beneden waarbij ze de schaduwbiedende eucaliptusbomen stevig door elkaar schudden. Vanochtend hebben we lang geslapen en beslist om vandaag een verkenning van de omgeving te doen en morgen af te zakken naar Portugal. We vermoeden allemaal, en er zijn stevige aanwijzingen voor gevonden door ons alle drie, dat dit bij helder weer een adembenemende streek is. We konden door de mist heen een vage glimp opvangen van de andere oever van de Rià en zien in de verte een klein vissersbootje een poging doen om tegen de tij en de forse wind in naar de open zee te varen. Net als de meeuw die boven de rotsige kust zweeft blijft het een soort ter plaatse hangen tegen beter weten in. Het bezochte vissersstadje kan ons bij dit weer niet echt overtuigen van de charmes van de streek maar heeft wel een supermarktje waar we lekkernijen voor kerstavond bij elkaar zoeken. Onderweg zien we overal maisdrooghuisjes staan naast de huizen en in tegenstelling tot de gezellige houtenschuurtjes op hoge stenen poten van Cantabrië en Asturië zijn het hier langwerpige stenen hutjes met twee rechtopstaande kruisjes aan elke kant, wat het een grote gelijkenis geeft met een graf op poten. Mogelijk zijn deze dingen in de zomer of bij zonlicht wel pittoresk maar in dit grijze weer met motregen en een stevige wind die je om de oren slaat versterken ze de intrieste sfeer van ons verblijf. Op onze toeristische kaart staat een indrukwekkende waterval boven op de heuvel en wanneer we op een bepaalde hoogte in de mist verdwijnen vatten we de terugweg maar aan. Het wordt de week van de net gemiste dingen (de grot die we niet vonden, de meren die te eng gelegen waren en nu de waterval in de mist) De keltische nederzetting die we op diezelfde kaart zien vinden we wel en kan ons helemaal bekoren. Op een kleine landtong liggen de goed bewaarde restanten van een woonplaats/fort uit de ijzertijd. Ik ben altijd heel erg onder de indruk van het idee een pad te volgen dat meer dan tweeduizend jaar al door mensen bewandeld werd. De cirkelvormige en ovalen muurtjes geven aan waar de huisjes stonden en het is een bijzonder gevoel om ertussen rond te dwalen. De straffe wind en het woeste gebeuk van de golven aan de achterzijde van dit kleine schiereiland geven het geheel een extra dramatische dimensie en roepen in onze jongens een soort keltische vechtlust naar boven waardoor ze op en af de rotsblokken en muren achter elkaar aan jagen. Ik vind het wel fijn dat we deze magische plek enkel delen met het ruige weer, een paar acrobatische meeuwen en mogelijk nog een paar keltische krijgerzielen die hier rondwaren. Om onze tijdreis vandaag nog verder te zetten maken we ook een ommetje langs een Dolmen. Prachtig bewaarde dolmen met heel mooie stenen die omringd door kurkeiken en mispels in dit bosje heerst. Het fascineert me dat er in een van de blokken een gestilleerde vis is gegraveerd. Volgens mij was dit een vroegchristelijk symbool en de aanwezigheid ervan op dit prehistorisch monument roept veel vragen op. Het is wel fijn om in deze periode, waarin elke winkel uitgerust is met een kersttafereel, plekken te bezoeken uit diezelfde periode tweeduizend jaar geleden en ze naast dat bekende gezinstafereel te weten en dankbaar dat we toch nog een paar van de pareltjes van deze omgeving hebben kunnen meepikken keren we terug naar de eenzaamheid van onze camping. Waar we na een zeer stormachtige nacht blij zijn te kunnen vertrekken. Spannend wel, want dit is echt geen plek voor een kerstavond maar ons tenminste al bekend en waar we naartoe gaan kan het mogelijk nog mistroostiger zijn, al moet daar wel moeite voor gedaan worden. Op naar een vrolijk kerstfeest.

zaterdag 21 december 2013

para mi amigo

Vandaag is het een jaar geleden dat Dieter, mijn schoonbroer, de Nonkel van Rune en Joran, niet wakker werd 's ochtends. Hij was in de loop van de nacht, totaal onverwacht, overleden. De wereld, die volgens voorspellingen mogelijk zou vergaan of overgaan naar iets anders, stond helemaal stil en verbijsterd zaten we samen. Kune, zijn prachtige vrouw, zei vanuit het verre Schotland dat ze niets niet gedaan hadden en steeds geleefd hadden zoals ze het zelf helemaal wilden. Een uitspraak die me toen diep geraakt heeft en uiteindelijk mee de aanzet is geweest tot deze reis. Ik neem graag de goedlachse gulheid en het relaxte oervertrouwen van Dieter mee op reis. Zijn eenvoudige, authentieke manier van ontmoeten, zijn humor en zijn van-Zelf-sprekende houding om in het leven te staan dragen ons en afstemmen op onze eigen innerlijke weg om aan te sluiten bij de Grote Weg heb ik hem altijd zien doen. Moeiteloos, speels, zottekes en vol vertrouwen in wat is en wat komt en goed opletten voor trollen en kabouters. Het is onze spirit onderweg. Met veel liefde mi Hermano xxx

Mirador de la Reina, het uitzicht van de koningin

We zijn helemaal verliefd op los Picos de Europa en blijven diep inademen bij de aanblik van de mist die zich 's ochtends terugtrekt uit de diep ingesleten dalen, de klaterende beekjes die zich in bochten wringen tussen de weides en rotsen, de besneeuwde toppen... en vinden daartussen schilderachtige dorpjes met huisjes in alle kleuren vergezeld van opslaghutjes op hoge stenen poten. Dit is werkelijk een prachtige streek waar we nog maandenlang in zouden kunnen wandelen, kanovaren, rondkijken en genieten. Op zoek naar een door de campinguitbater aangeraden grot, die we uiteindelijk niet vinden, passeren we door Cangas de Onis en proeven daar van een aantal lokale lekkernijen en verwonderen ons over de gigantische hoeveelheden witte bonen die hier overal, tot in de delicatessenzaak, te koop zijn. Een idyllische Romeinse brug en herinneringsmonumenten aan de Spaanse reconquista geven ons levendige geschiedenislessen. De camping waarop we staan is een echt multigenerationeel familiebedrijf dat wel het hele jaar open is maar het duidelijk iets rustiger heeft in dit seizoen (we zijn de enige gasten op de kleine verhuurde huisjes na) en mogelijk uit pure verveling of eerder uit vaderlijke/grootvaderlijke sympathie en vooral uit trots enthousiasme, neemt Ramon ons mee naar de paarden hoog op de berg. Zijn auto kreunt zich de berg op langs een weggetje dat niet voor gevoelige kijkers geschikt is en we krijgen een spectaculair uitzicht op de toppen van de picos. De lucht bestaat hier uit zuivere zuurstof en het panorama is van een wonderbaarlijke schoonheid. Ramon stelt liefdevol een voor een de paarden aan ons voor waarbij hij ze zacht toespreekt en bij naam noemt. Het is een bijzonder ras, extra wollig, met een onwaarschijnlijk zachtaardig karakter. De dieren zien er gelukkig uit in dit decor en laten zich gewillig strelen en ontmoeten ons en vooral hun baasje echt. Het is een plaats van uiterste rust en vrede en de uitbater vertelt ons dat in het hoogseizoen een uurtje bij de paarden voldoende is om hem weer helemaal tot rust te brengen. Hij wijst toppen aan in de verte en geeft hen een naam, die ik graag wil onthouden maar dat lukt me niet, en wijst verborgen grotten aan waar de familie graag in rondneust als amateurarcheologen/paleontologen. De 'Cabana' op de wei, die ze als buitenhuisje voor de familie gebouwd hebben, lijkt me een droom om een tijdje 'van de wereld' te zijn. Op zijn aanraden rijden we later die dag naar Covadonga, een miniatuurdorp met slechts zeventig inwoners dat aan het aantal parkings en toeristenshops te zien, in de zomer uit zijn voegen barst. Hoewel ons doel de Lagos de Covadonga was, konden we niet voorbijgaan aan de schitterend gelegen neoromaanse kerk en de heilige grot met bron. Deze plaats is vooral bekend om het nationale schrijn dat er ligt en omdat hier in de achtste eeuw het begin van de strijd tegen de Moren gemaakt werd. Wij genieten vooral van de mooie waterval die onder het in de rotsen ingewerkte kerkje uitstroomt en het gigantisch uitgewerkte kerstlandschap in de kloostergang. Menig modelbouwliefhebber zou er de tranen van in de ogen krijgen. Na een korte rondvraag blijkt dat de meren met de auto te bereiken zijn, wat achteraf bekeken toch voor interpretatie vatbaar is. Technisch gezien ligt er een prachtige asfaltweg tot aan de Lagos en bestuurders met meer lef dan ik zullen zich ongetwijfeld ook niet laten afschrikken door haarspeldbochtjes zonder reling naast een afgrond maar ik had het na een paar kilometer, en een paar liter angszweet, wel gehad. We hebben op een uitzichtpuntparking een paar duizend foto's getrokken van de sneeuw en de nog hogere rotsen en diepe dalen en de oceaan in de verte en besloten toen samen om niet nog hoger te rijden. Mogelijk hebben we dus twee prachtige meren een paar bochten verder, net gemist , maar een primitieve drang om heelhuids terug beneden te komen en perfecte voldoening met dit eindeloze vergezicht waren voldoende om de weg terug te nemen. En zeg nu zelf, terugkeren na La Mirador de la Reina, het uitzichtspunt van de Koningin, is toch meer dan voldoeninggevend. Ik zie net op de kaart dat we toen halverwege de weg naar de meren waren. Mocht u ooit in de buurt zijn, het is absoluut een aanrader en rem vooral op de motor, blijf in het midden van de weg, dat doen de tegenliggers ook, en neem een goede levensverzekering en negeer vooral uitspraken van de medereizigers die u zenuwachtig kunnen maken zoals daar zijn 'amaai dat is hier stijl, zouden hier veel ongelukken gebeuren en niet zo dicht bij de kant mama'

woensdag 18 december 2013

Cuevas en Picos

We laten vandaag de verstedelijkte omgeving van Bilbao achter. (prikkertjes; we verbleven in Sopelana) Dit deel van de kust lijkt de laatste twintig jaar te zijn volgebouwd en nog steeds blijven wegenwerken en bouwwerven elkaar afwisselen in het landschap. De prachtige heuvels verdwijnen onder een inktvlek van huizen die zich met zekere honger over het landschap uitsmeert en tot in de kleinste dalen spoelt. In de verte zien we de besneeuwde toppen van de Picos de Europa. Na Santander komt er terug rust in het uitzicht en de inktvlek maakt terug plaats voor dorpjes met een begin en een einde (soms zelf hilarisch dicht bij elkaar)(niet omdat we zo snel reden) en in de lieflijke heuvels van Cantabrië gaan we op zoek naar de grotten van Altamira. Het begin van de esthetica volgens de cursus van Rune en een duidelijk terug naar de bron na gisteren, zo zal blijken. De eigenlijke grotten zijn, na wansmakelijke toeristische overconsumptie in de jaren zeventig, niet meer toegankelijk zonder jarenlange wachtlijst maar men heeft een zeer waardige replica gemaakt met een boeiend museum dat belachelijk goedkoop is. (we betaalden in totaal drie euro en het is overduidelijk veel meer waard)(er was op het moment van ons bezoek ook driedubbel zoveel personeel als bezoekers) Joran vond het jammer de echte tekeningen niet te kunnen zien, wat natuurlijk terecht is, maar het alternatief is zo getrouw gemaakt dat ik heel erg onder de indruk ben. We spannen met de beide uitstappen van gisteren en vandaag een boog van twintigduizend jaar kunstgeschiedenis van de cuevas de Altamira tot het Guggenheimmuseum in Bilbao en verdiepen ons in het begrip 'kunst'. Boeiend dat het hedendaags abstracte werk in het Guggenheim dezelfde vragen oproept als de wonderbaarlijke grottekeningen van wat we oermensen noemen. Waarom werd dit gemaakt? Wat drukt het uit? Had de maker er een bedoeling mee of was het vrije expressie van een creatieve geest? Is dit nu kunst en is er voor kunst een 'kunde' nodig? Het levert boeiende gesprekken op en het doet onze vingers ook jeuken om aan de slag te gaan. We dromen even van beroep als grotnabouwer en rijden verder. Ik laat onderweg mijn banden even oppompen bij een lokale garagist waarbij nogmaals blijkt dat met goede wil en veel handen en tanden iedereen elkaar kan verstaan. Hij vindt het zelfs verstandig dat ik langskwam voor ik de bergen inrij. (ik denk dat hij dat bedoelde anders heeft hij nog smakelijk staan lachen met zijn collega's) Die bergen voeren ons helemaal terug naar Glencoe en de mooie tijd die we daar hadden. Ze zijn even rotsig en steil en gekleed in dezelfde tinten alleen zijn ze puntig en scherp en duidelijk jonger. Ze heten Picos de Europa omdat de bergen van ver op de oceaan te zien zijn door schippers en een soort geruststellend baken waren op weg naar huis. Veel bochten en massa's schitterende bergriviertjes later komen we aan op onze camping. De vriendelijke uitbater 'ontvoert' ons naar zijn grote passie; een lokale grot met een tentoonstelling van dieren uit de ijstijd. In zijn enthousiasme nodigt hij ons uit te poseren naast de mamoet en de sabeltandtijger en toont hij ons de zelfgevonden prehistorische botten. Knap uitgewerkte expositie die we gratis mogen bezoeken. Met heel wat verontschuldigingen voor zijn beperkte Engelse woordenschat, en dat viel reuze mee, word ik beschaamd over mijn totaal gebrek aan Spaanse vocabulair. Fantastisch hoe deze dag steeds verder en verder in de tijd lijkt terug te gaan en hoe boeiend dat is voor ons alle drie. Nadat we in het restaurantje van de camping, waar we de enige gasten zijn, een gigantische maaltijd van heerlijk gegrild rundsvlees hebben binnengewerkt, kruipen we ons busje in en zegt Rune; 'Amaai dit was een topdag' en hij had het niet over de grillige punten van de Picos. Genieten zo met koeien met bellen op de achtergrond en regen op ons dakje. (prikkertjes; Avin in Picos de Europa)

Guggenheimlig

Met de zonsopgang wordt duidelijk hoe ver je de kust kan volgen met je ogen. We horen de indrukwekkende golven zich achthonderd meter verder op het strand gooien en zien het schuim even opbollen. Vandaag bezoeken we Bilbao met een focus op het wereldbekende museum voor hedendaagse kunst. Voorafgaande aan het bezoek aan het Guggenheim bekeek ik een documentaire over Frank Gehry, de architect ervan. Met een open en speelse blik vertrekt hij voor zijn ontwerpen van maquettes die gebouwd en verbouwd worden in papier en karton. Ik herken het bouwen van Rune en Joran met zand op een rots eergisteren en met stokjes en zwerfhout een paar dagen eerder. Ik ben benieuwd wat dit bekende gebouw zal doen met onze twee architecten/vormgevers. Met de metro rijden we naar het centrum. Een avontuur op zich omdat we niet weten waar we moeten afstappen en niemand van ons spaans spreekt. Het boeiende aan het gebruik van openbaar vervoer is dat je niet enkel de stad te zien krijgt zoals in de reisgidsen bedoeld is maar dat je ook de achterkant ziet. De verpauperde industriegebieden waar graffitispuiters zich uitleven op dichtgemetste voormalige fabrieksgebouwen, de familievriendelijke woonwijken met aangelegde speeltuintjes, de kleurige buurten met eetgelegenheden uit de hele wereld die de voedselinspectie niet zouden overleven, de saaie flats met de kleurige wasrekjes, de glimmende kantoorgebouwen, de winkelcentra met herkenbare merken als Decathlon, mediamarkt, .... Een half uur op de Metro en ik kan een demografisch onderzoek publiceren over deze wereldstad. Met een verwonderde blik schudt de bejaarde Bask naast mij zijn hoofd wanneer hij begrijpt dat we zijn taal niet spreken. We hebben onze bestemming met de hulp van een andere reiziger nadat we lukraak ergens 'op het gevoel' afgestapt waren.(maar een halte te vroeg) Het moet gezegd worden dat het museum een indrukwekkend gebouw is. Het past totaal niet in de oorspronkelijke architectuur van de stad, met smalle straten en kleurige gevels die als lagen op elkaar gepakt staan, maar het vloekt er op een of andere manier ook niet mee. Het past voor mij een beetje in de Spaanse volksaard waarbij iedereen tegelijk erg aan elkaar hangt en ook geen schrik heeft van indivualisme. (wat je vooral bewezen ziet in het parkeergedrag dat zich echt in geen enkele vorm laat dwingen, parkeren doen we overal, ook met de bocht van de hoek mee, op het zebrapad en desnoods dwars in een parkeerplaats) Het lijkt of Bilbao de laatste jaren heel wat architecten op de stad heeft losgelaten en dat enige samenhang van het geheel vooral gevormd wordt door de straten en de Metro en de mensen die de stad bewonen wat het geheel een uitsraling van moderne chaos geeft. Zo anders dan de strak geplande Britse steden. Hoe indrukwekkend we het gebouw van Gehry ook vinden, en knap en origineel en speels en vrolijk en... het doet ongetwijfeld wat met ons en toch kan ik niet zeggen dat het mooi is. Mooi is blijkbaar van een andere orde. Ik weet niet wat het is maar het raakt me meer in mijn hoofd dan in mijn hart. Ik word wel vrolijk van zoveel gedurfde zotheid in een stad maar ik word er niet door ontroerd. Het geeft me niet dat nederige gevoel van bijvoorbeeld Chartres maar anderzijds opent het wel een gevoel van mogelijkheden. Chartres, om er maar een van de velen te noemen, bezorgd me een meditatieve rust, een koestering van wat is en een vrede met het Al. Gehry daagt uit. Er is méér mogelijk, alles kan, we zijn nog niet klaar met scheppen... De binnenkant van het gebouw maakt ons duizelig en ik mis harmonie. Er zit een showelement aan, 'we pakken eens uit met wat allemaal kan' verwondering gaat over in verzadiging. Met een stralend zonnetje is de stad lekker warm en spiegelt zich in het water van de rivier en de metalen bekleding van het museum. We ontmoeten nog meer moderne kunst voor we verdwalen in de oude stadswijken die een boeiende mengeling van pittoreske charme en louche vuiligheid charmant doen samengaan. Moe van zoveel indrukken vinden we een ingang van de Metro en sporen terug naar ons busje. 's Avonds vallen we in slaap met het geluid van de zee in een licht meningsverschil over eb en vloed. Het drukke geronk van de drankautomaat op een paar meter afstand kan niet tippen aan de golfslag in de verte.

zondag 15 december 2013

tweehonderdeenendertig treden naar de hemel

Tweehonderdeenendertig treden over de kam van een smalle klif brengen ons van het vasteland naar een eiland. Tweehonderdeenendertig treden en honderden haarspeldbochtjes met adembenemende dieptes en wonderbaarlijke uitzichten. Bovenaan de treden ligt een kleine kerk uit het jaar duizend, een plegrimsdoel voor veel zeelieden die hun lot dankten aan het aanroepen van de heiligen. Onderaan beuken huizenhoge golven woest tegen rotsen. Ze rollen van ver aan en graven met luid gebulder de kust verder af. Het is een prachtige klim naar deze bijzondere plek en terwijl we in de verte vogelrosten zien die krachtig overeind blijven in deze eindeloze aanval van water en wind en vuurtorens die de schepen daar ver weg van moeten houden proberen we die ultieme foto te trekken die de pracht van dit geheel kan vatten. Zonlichtbundels beschijnen de hoogopspattende golfslag en de miljoenen druppels vormen een mistige sluier boven de verre stranden. Onderweg langs de trappen staan kruisjes om de stadia van de calvarieberg aan te geven. De soberheid van de kerk en de kruisjes en de indrukwekkende locatie maken een diepe indruk. Van op dit eiland kijk je terug naar het immense vasteland. Blijkbaar mag je de kerkklok zelf luiden en het wordt ons duidelijk dat je een wens mag doen en dan drie keer aan het touw trekt. Wat kunnen we ons nog wensen; twintig graden in december op deze mystieke plek met een uitzicht dat beter is dan welke film  ook in het gezelschap van mensen die je graag ziet. Het wordt een grote dankjewel en een vette knipoog vanuit het hart naar San Juan de Gaztelugatxe en dan drie rukken aan de bel. Iedereen mag het horen ...tot ver op zee.

havens en hammen

Diepe dalen omhelzen de grillig gevormde bergen vol bomen en groene weitjes met donkere ezels met heel lange oren. Een robuuste kust met loodrechte kliffen met hier en daar een heerlijk zonovergoten zandstrand vormt hier het landschap. Metershoge golven galloperen als wilde paarden het strand op en slaan te pletter op rotsen en kaaimuren. Onwaarschijnlijk kleurige en pittoreske havenstadjes bieden schippers van alle maten een veilig onderkomen voor de nacht of de dag. In Lekeitio zien we het begrip 'voor het donker thuis' vorm krijgen in een heerlijk getuf van kleine vissersbootjes die met de klok van zes op de achtergrond zich de haven in haasten. Het donker valt hier als een doek eens de zon achter de bergen verdwijnt en de lichten van de vuurtorens en de maan zijn dan verder de enige bakens op zee. Het is een ruige kust hier waar we veel surfers zien van genieten en met een grote glimlach op de lippen proberen we de tegen de kaai slaande golven te ontwijken. (voor alle duidelijkheid het surfen is op een andere plek dan de rotskust) In gedachten rijden we zelf op de golven. Op een bankje in de haven zien we de zee ademen met de jachtjes op haar buik. In en uit... de bootjes rijzen en dalen, de stijger doet mee. Zondag is duidelijk familiedag en massa's gezinnen wandelen en spelen samen op de gezellige pleintjes. De nationale dracht op zondag blijkt unisex een zwarte leggingachtige broek met een windblokker, wie fiets draagt rood. We verbazen ons over de warme kledij die de mensen hier dragen terwijl wij laag voor laag afpellen. De bontbeschilderde gevels steken vrolijk af tegen het diepe kobaltblauw van het water in de haven. Van op de terrasjes komen de heerlijkste geuren. De Basken staan bekend om hun heerlijke keuken en in de supermarkt gisteren vergaapten we ons aan hammen, kazen, verse vis en gedroogde vruchten. De ham die we proefen was duidelijk een must-have voor de feestdagen en hij was ook een feest voor de smaakpapillen. Ik zag mezelf niet meteen met een volledige varkensbil, zelfs niet van deze kwaliteit, van rond de honderd euro in mijn busje rondrijden maar we hebben de mevrouw van de proefstand duidelijk een compliment bezorgd met onze reactie op het aangeboden stukje. We zagen ook dingen die we helemaal niet kennen (in de reisgids blijken het glasaaltjes te zijn) en dan vind ik het jammer dat ik het niet kan proeven. Ik zou niet weten hoe ik het moet klaarmaken dus dat moet ik nog eens navragen in een of andere taal. Overdonderd door zoveel lekkere smaken, geuren,... kwamen we terug bij het busje waar een gigantische spijker of vijs in de voorband blijkt te zitten en er is een roostertje kapot aan de buitenkant. (oke dat roostertje heb ik er zelf afgereden toen ik door de zeer smalle ingang van de supermarktparking, voor het neergaan van de slagboom, een korte bocht moest maken naar de camperparkeerplek)(die spijker daar heb ik niets mee te maken) Het roostertje bleek nergens te vinden en is wel belangrijk en ik maakte me zorgen over de voorband want toen ik eraan begon te prutsen ontsnapte er lucht. Huilen dan maar (volkomen logische reactie lijkt me) en naar huis bellen (de jongens staan op dat moment het stokbrood al te beleggen en voeren een of andere discussie over iets triviaals) waar een medevolwassene dan toch even kan luisteren. Meer dan iemand om even tegen te zagen heb ik dan niet echt nodig voor de actiemodus het terug overneemt. We rijden naar de camping waar we net vertrokken zijn en de onwaarschijnlijk behulpzame receptionist wil mijn wiel wel vervangen en belt zelfs naar een garage voor reparatie van het verwijderde wiel. Met een wiel in de bagageruimte (er zou dus wel plaats genoeg geweest zijn voor zo'n gigantische ham) rijden we door. Ik hoop dat ze het thuis zo snel kunnen loslaten als ikzelf. De jongens aten rustig verder.

zaterdag 14 december 2013

la Dunne de Pyla van Rune

hallo iedereen 't is Rune is, ik wou ook eens iets op de blog zetten dus...   De grote duin van Pyla : Joran en ik beklommen de duin langs een van de steilste kanten, eerst kwamen we een grijs- witte, dode boom tegen, half ingegraven in de machtige zandberg. Ik probeerden stukken te lopen maar na tien seconden was ik dan zo uitgeput dat ik me op mijn knieen liet vallen, het leek alzof we verdwaald waren in een woestijn en onszelf moesten voortsleuren op zoek naar water en beschutting. Ik stak mijn handen in het losse zand als schupjes om mezelf zo naar boven te hijsen en strompelde en kroop voort op de steile zandhelling. Joran was nog een eind verder naar beneden toen ik de rand van de top bereikte en ik liet me zowat naar voor vallen na deze korte maar zeer intensieve inspanning, ik nam het eerste schelpje dat ik zag liggen op en stak het in mijn zak terwijl ik begon rond te kijken, het uitzicht was prachtig, met aan de ene kant een blauw, groene oceaan van water en aan de andere een zee van groene bomen. Bij elke windvlaag stoof er zand op dat als duizenden kleine naalden pijnlijk tegen je gezicht sneed. We liepen rond op de drie kilometer lange duin en keken verwonderd rond, het was prachtig.  :)

donderdag 12 december 2013

gracias

Het was meteen duidelijk vanaf de eerste blik in de verte op de bergen en de kust; Spanje heeft mijn, en bij uitbreiding ons, hart gewonnen. Dat we hier binnenrijden met een zalig zonnetje en buiten kunnen eten (onze laatste croissants voorlopig, met dank aan de bakker in het prachtige Urrugne), dat we uitkijken op de zee en op het strand kunnen spelen en een zonovergoten ruïne hebben bezocht, dat het hier prachtige mannen zijn die de meest sexy dingen kunnen zeggen of net niet want ik versta er geen woord van,... het speelt allemaal mee.
Ontroert, alweer, door diepe dalen tussen bijzonder gevormde bergen, schapen die er acrobatisch tegenaan grazen (of klampen ze zich met hun tanden vast om er niet af te vallen?)en zoveel groen en kleur maken we kennis. De muziek van Lhasa doet ook zijn deel en ik kan echt niet geloven dat we nu in Spanje zijn. We rijden per ongeluk de autostrade op en betalen daar tol. De eerste Spanjaard die we zien zit zich stierlijk te vervelen in zijn tolhokje en ons enthousiasme en grenzeloze verwondering over alles wat we zien en horen en ruiken (lang leve de waterzuiveringsinstallatie van San Sebastian) zal de man een worst wezen (chorizo waarschijnlijk) hij lijkt aan een lange innerlijke siesta begonnen.
En wat doen wij;
Een heerlijke dag op het strand waarvoor we met alle plezier het steile weggetje langs de klif afdaalden. In de verte maakt een wit zeiltje zich los uit de haven en laat steile rotsen achter om het azuurblauw te versieren. Deze zee geeft een nieuwe betekenis aan het woord blauw en het is indrukwekkend hoe de bergen hier met bos en al in het water duiken. In de verte dobberen bootjes die hun vriendjes in de haven vragen om ook buiten te komen spelen en op de voorgrond tonen surfers aan elkaar hun kunstjes. We kijken graag mee hoe ze over de golven dansen. We rollen onze broeken op en spelen in het water van de oceaan en proberen of we Amerika niet kunnen zien liggen. Ik zing een beetje terwijl ik door de ondiepe plassen waad en de jongens proberen een dam te bouwen. Met kletsnatte jeansbroeken vatten we de klim terug aan en bekijken de ondergaande zon in alweer een ander blauw. Op een afgesplitste rots staat een vuurtoren te seinen naar de eindeloze horizon. Spanje is reusachtig groot maar we omarmen het nu al.


zeventien graden

Het kamp wordt afgewerkt en daarvoor wou iedereen zelfs vroeger opstaan. Heerlijk vind ik dat, die liefde voor natuur en architectuur en de blozende wangen die dat meebrengt. Wanneer het niet zo koud was hadden we er vast in gegeten. (in het kamp) Om in de sfeer te blijven bezoeken we de dune de Pyla, de hoogste duin van Europa. Op de kaart en volgens de reisgids lijkt het een prachtige lagune waar vogels en ornitologen elkaar kunnen ontmoeten op een eiland en waar oesterkwekers hun eigen zeeakkers hebben. Ik kijk er heel erg naar zoveel natuur uit en ben op de heenweg een beetje van mijn sokken geblazen van de drukke aanloop vol vakantiepretparken en toeristengetto's. Gelukkig moeten we daar niet zijn en parkeren we in een prachtig duinenbos om de steile klim naar de superduin te maken. Drie kilometer lang is deze gigant en ik weet niet hoe hoog maar ze domineert duidelijk het hele boslandschap errond. Ik geraak amper boven en dat heeft deels met een irrationele hoogtevrees te maken die af en toe de kop opsteekt en deels met wijlen mijn conditie. De jongens rennen naar boven, duiken van de duin, rollen naar beneden, komen mij een beetje 'ondersteunen' en spurten terug naar boven, heerlijk om ze bezig te zien. Het is een fantastisch uitzicht naar verre zandbanken en een wonderschone lagune (van hierboven zie je het massatoerisme als een mierenhoop) en een eindeloos dennenbos. De bossen van de Landes blijken inderdaad eindeloos en gaan af en toe over in een heidegebied waarbij de Kalmthoutse Heide slechts een voorschoot groot blijkt. Met Johnny Cash op de achtergrond rijden we door dit prairieachtige gebied en genieten van de enorme uitgestrektheid. Ademruimte. Er zijn hier geen boeren van France Passion en geen enkele camping of camperplek, jammer want hier had ik wel een lange wandeling willen maken. Een tuincentrum verkoopt hier olijfbomen, cypressen en palmbomen, kiwiplanten zijn in de aanbieding. Tweehonderd kilometer lager verschijnen de Pyreneeën in beeld en worden op veel enthousiasme onthaald. Borden en wegwijzers zijn hier in twee talen en ik krijg vragen over het hoe en waarom van grenzen. Waarom Gaelic in Wales en Baskisch in  Frankrijk en Spanje en Vlaamsch in Frankrijk ... waarom mensen dan verplicht worden om in een land te wonen en een taal te spreken die niet de hunne is en wie dan beslist dat grenzen op een bepaalde plaats lopen. Grote vragen die ik niet allemaal kan beantwoorden en die ik mezelf vaak ook wel stel. Een waardevol gesprek, ook voor de lessen aardrijkskunde, dat er samen met een weerspannige GPS voor zorgt dat we de camping niet vinden en per geluk aan de kust uitkomen met een spectaculair uitzicht op de cornische Basque. De Atlantische oceaan ,vandaag voor een tweede keer, maar ditmaal niet van op een duin maar met een kliffenkust met zandstranden. Bijzondere kliffen die als met een reusachtig broodmes in rotsige boterhammen zijn gesneden die keer op keer gesmeerd worden met zeewater. We zoeken verder en mogen een werkman volgen die ons het laatste stukje zal voorrijden naar een luidruchtige camping naast een weg in Urrugne (prikkertjes vlakbij Saint Jean de Luz). Het is hier zeventien graden en we slapen zonder verwarming, de bergen op de achtergrond en het zonnetje in ons gezicht. Een fel gebezigde uitdrukking intern tegenwoordig is; ''k zeg het, er zijn ergere plaatsen om wakker te worden'.

van Pineau tot Bordeaux tot soupe de Topinambours

Met een busje dat ondertussen rinkelt met de oogst van een paar Franse boeren rijden we verder naar het Zuiden. De temperatuur klimt langzaam op met een paar graden en het landschap bekoort ons met zijn uitgestrekte wijngaarden en bossen. De kleuren steken prachtig af tegen de blauwe hemel en de zonnebril die we dragen, omdat de lage zon ons anders verblindt, overgiet het geheel met een warme zomergloed. Bij Bordeaux slapen we bij een heus chateau dat naast een schitterende camperplek ook twee gites, een manège en een oenologisch pad door het kasteelbos biedt. (oenen, de 'aanhangers' van de oenologie zijn wijnproevers) Joran duikt onmiddellijk het bos in en bouwt een prachtig kamp, hij heeft daarbij niet alleen oog voor technisch vernuft maar ook ruim voor gezelligheid. We spreken af dat de volgende ochtend nog tijd voorzien wordt voor de afwerking. Omdat de kennis van Franse werkwoorden van de twee leerplichtigen nogal blijkt tegen te vallen en de leerkracht Frans ons op het hart drukte dat het tweede middelbaar het jaar van de vervoegingen en werkwoordstijden is heb ik een spel bedacht dat blijkt aan te slaan. Twee jongens, twee zaklampen, een blad papier en een pen, een anti-afkijksysteem en een timer zijn de ingrediënten en het opzet is dat wie, na een korte voorbereidingstijd, het snelt kan afdrukken met de lamp eerst mag antwoorden. 'Is het nu al gedaan?' bevestigt dat het aanslaat en ik heb al plannen voor het langzaam opbouwen van de moeilijkheidsgraad. Om niet met een drankprobleem of een foie gras moi-meme naar huis te rijden, sorrry wijnboer, kies ik in het assortiment produits regionaux voor een fles soep

woensdag 11 december 2013

van Muscadet tot Pineau

De donkerroze zon maakt zich langzaam los van de horizon om op te klimmen in de heldere pasteltinten van de vrieslucht. Zes vliegtuigen hebben letterlijk een witte notenbalk getekend en de kleine vogeltjes in de boom naast me componeren er hun ochtendlied op. Het grasveld is wit, de wijngaard is leeg, een gigantische tractor rijdt uit om te ploegen. De bestuurder rookt zijn eigen adem en staat later fluitend in zijn wijngaard. Gisteren hebben we Nantes achtergelaten. We vingen met ons hart nog een paar laatste blikken op de prachtige witte kathedraal, le chateau des ducs de Bretagne, de schilderachtige bootjes bij la Motte Rouge en zeiden tegen elkaar dat we hier nog veel niet gezien hebben en het naar meer smaakt. Nantes heeft lucht, wat ik een bijzondere eigenschap voor een stad vind, en water, wat altijd charmeert. Maar bovenal biedt Nantes een goede mix tussen oud en nieuw, tussen bewaren en vernieuwen en er hangt hier een heel creatieve energie. Ik denk dat de ziel van Jules Verne en les Machines de l'Ile elkaar hier ontmoeten en een zekere uitnodiging inhouden. Bij het verlaten van de stad kiezen we op een crusiale plek toch maar voor zekerheid en rijden niet door onder een lage brug (niets genanter dan gescalpeerd worden met een busje in een druk stadscentrum) en raken daardoor even het Zuiden kwijt. Met de hulp van een snelle co-piloot richten we ons terug op een uitweg en even later ruilen we langzaam de Muscadet voor de Pineau de Charentes en de Cognac. Een zacht landschap met streelzachte bermen, uitgestrekte wijngaarden en hardwerkende boeren met veel vogels in hun kielzog trekt aan ons voorbij. (ik denk niet dat tractors een kielzog hebben maar de voren die ze ploegen hebben dezelfde aantrekkingskracht op vogels als het zog van een vissersboot) De huizen in dit decor worden met hun lage daken met  bolle terracottapannetjes duidelijk Zuiders, de kerken romaanser en van op de kant worden we nagekeken door gigantische roofvogels en in de verte een hinde op een weiland. In een zachte rozige avondgloed zagen we de mooie torens van Saint Jean d'Angelie, waar we slapen.

zaterdag 7 december 2013

nos rèves

Een prachtige ochtend om naar Nantes te rijden. Ik ben een beetje nerveus want ik haat rijden op ringwegen rond en grote straten in steden met deze bus en vooral met de degoutante manier waarop franse chauffeurs zich achter het stuur gedragen. (la douce france slaat niet op de automobolisten en bovendien heb ik begrepen dat verkeersregels en snelheidsaanduidingen niet voor de fransen zelf zijn. Ze zijn bedacht door de franse regering om de bewoners de kans te geven zich af te reageren op nietsvermoedende buitenlanders die denken die regels te moeten volgen) Ik weet ook niet goed wat ik van de overnachtingsplek in de stad moet verwachten en ik heb niet zo'n zin om straks weer de stad uit te rijden naar een boer in de omgeving. Maar op deze heerlijke ochtend zit alles mee; een zuivere rit met een milde Gps en relaxte medeweggebruikers, geen ingewikkeld parcour door een onoverzichtelijke stad, een gloednieuwe stadscamping met alle voorzieningen voor de helft van de normale prijs (lees schandalige prijs) omdat ik een kortingkaartje heb en ruime douches, een wasmachine en internet voor zo lang we willen voor slechts een euro. Het is bijna een sprookje. En het blijft sprookjesachtig vandaag want we bezoeken Les Machines de l'ile de Nantes. (bezoek zeker de website) We gaan met de tram en het is heerlijk daarvoor niet in een rijtje te moeten staan maar gewoon primitief erop te wringen. Het laatste stuk wandelen we langs het water en het winkelwandelgedeelte waar we ons op een kerstmarkt laten gaan met chichi de noël. (bij ons heet dat churros want het is Spaans). Deze uitstap is echt iets voor ons; met onwaarschijnlijk en niet genetisch te traceren Da Vinci bloed in onze aderen en met een wonderlijke fascinatie voor Panamarenko en François Schuiten en verder alles wat met natuur, wetenschap, poëzie en verbeelding te maken heeft laten we ons betoveren door de wereld van Les Machines de Nantes en Royal de Luxe. Hier schept de mens zijn wereld en raakt meteen het hart van ons drie (en aan de gezichten van de andere bezoekers te zien raakt het nog meer harten en dromen) Dromen komen hier in hout en metaal tot leven, grote schetsen en levensgrote prototypes voeren ons naar een andere dimensie. Bij het voorstellen van het nieuwe project, een gigantische boom in metaal vol hangende tuinen en wonderlijke bewegende insecten, dat klaar zal zijn in 2019 worden Rune en Joran in een toestel omhoog gehesen om beter te kunnen kijken. Op een paar meter van de grond zien ze een reusachtige bewegende houten vogel voorbijvliegen met mandjes onder waarin mensen zitten. Nu kunnen er twee mensen in het model maar in het uiteindelijke werk zullen er twintig mensen op vijfendertig meter boven de grond een rondje vliegen onder een vogel met een vleugelspanwijdte van dertig meter. De tranen staan me in de ogen bij het zien van zoveel schoonheid. Rune verontschuldigd zich en zegt dat wat we nu zien toch echt wel met kop en schouder boven al de rest tot nog toe uitstijgt. Ik kan hem geen ongelijk geven. Het is bijzonder om te zien na zoveel kerken en steden dat de middeleeuwse mens nog schiep als eerbetoon aan een hogere macht maar dat de hedendaagse mens zijn plaats als mens die schept durft innemen. En het is Goddelijk om te zien. Uiteraard maken we ook een rit op de gigantische mechanische olifant een genieten, oh wat genieten we. Ik hoor de jongens, alweer, plannen maken voor een eigen bureau later, waar ze zelf zo'n dingen willen gaan maken en in hun ogen blinken dromen en plannen en rijpen ontwerpen. Ik gun het ze zo en ik droom met hen mee. We kunnen niet anders dan aan de sympathieke gids vragen wat ervoor nodig is om hier te komen werken, plannen voor stages worden gemaakt. We vragen ons af of dit nu kunst is of wetenschap en we stellen vast dat zoveel wonderlijks ook bewondering oproept voor de natuur waarop het geïnspireerd is en ik kan alleen maar blij zijn dat projecten als dit de grenzen doen vervagen tussen vakgebieden. Ik moet dringend weer aan de slag met mijn handen merk ik, het jeukt als ik dit allemaal zie. Mocht u nog geen vakantieplannen hebben voor 2019 zet dan Nantes zeker op de agenda. De onwaarschijnlijke carrousel met drie verdiepen die alle niveaus van de zee verbeeldt in mechanismes en creaturen bewaren we voor morgen. Vandaag kan je er alleen naar kijken en niet mee rijden en kinderen als we zijn willen we dat natuurlijk wel doen! Joepie morgen nog spelen, danku Nantes

la tempète

Ik had niet gedacht dat berichtjes van het thuisfront die ons moesten waarschuwen voor een grote storm in Europa en voorzorgsmaatregelen niet zo zeer op een meteorologische storm dan wel om een opvoedkundige crisis zouden slaan. Ik had dus geen voorzorgen genomen en zandzakjes hadden hier niet echt geholpen. We zijn er zonder kleerscheuren uitgekomen en wanneer we uiteindelijk bij de wijnboer nabij Nantes arriveren is er terug klank bij het beeld. Het beeld is verder erg stereotiep frans; een wijngaard met een bos naast, een laag zonnetje dat zich verzet tegen het ondergaan en jagers die ons onduidelijke dingen toeroepen wanneer we de idylle proberen vast te leggen op ons toestel. Wanneer de wijnboer later op de avond zegt dat op donderdag de jagers altijd uittrekken, hij doet nogal neerbuigend over het feit dat ze op duiven jagen, moet ik aan Le petit prince denken. De jagers en hun vaste gewoonten. Als goede gasten kunnen we niet anders dan de cave van onze gastheer te bekijken, zijn wijnplukmachine (daar gaat de magie) te bewonderen die na vijf jaar afbetaald is, en uiteraard een proeverij te ondergaan. Daar gaan mijn pedagogische principes over alcohol onder de zestien. Na twee vingerhoedjes Muscadet (met gouden medaille) (de wijn niet de vingerhoedjes)en iets roods waarvan ik de naam helaas niet meer weet zeggen de jongens al dat ze het voelen een schakelen ze over op druivensap met prik, wat overigens niet slecht is. Ik laat me vijf proefsels later charmeren tot de aanschaf van een bekroonde fles en een alcoholvrije versie voor de jongens. We slapen diep                  die nacht maar zullen er niet ziek van worden want we weten uit een trotse mond dat het allemaal puur natuur is.

de draak en de sandaal

Tussen Mayenne en Mont Saint Michel is het landschap minder glad (heuvels is dan weer een groot woord) dan we dachten en we hobbelen verder langs veel mooie uitzichten. Het is een bewolkt maar droog en het vriest niet. Onderweg zien we een bord dat melding maakt van de het grootste middeleeuwse kasteel van Europa, het oudste belfort,...Fougeres lokt. We volgen de borden, het is slechts een kleine omweg, en vergapen ons aan de schitterende vestingsmuren en torentjes van le Chateau. Na een microoverleg willen de jongens (en de zeer opdringerige GPS) toch liever naar de berg in de zee en zetten we een lange uitstap in deze middeleeuwse pracht op de lijst voor de terugweg. Achteraf bleek dat niet zo'n slecht idee want tussen oktober en februari is de helft niet zichtbaar. Een paar jaar geleden zijn Rune en ik ook al in Mont Saint Michel geweest, toen met Stefan erbij, dus ik was een beetje in choq door de grote veranderingen toen we nu aankwamen. Door de grote landbrug die men, omwille van het autoverkeer, ooit had aangelegd was de baai rond de berg helemaal aan het verzanden waardoor de charme van Mont Saint Michel als eiland in de zee langzaam verloren dreigde te gaan. Met een gigantisch project breekt men nu de landbrug af en bouwen ze een elegante, landschapsvriendelijke, ijzeren brug waar het water onderdoor spoelt en getijden weer verder door kunnen werken. Het onbedoelde gewonnen land wordt met indrukwekkende machines afgegraven en terug aan de zee gegeven. (ik vraag me af wat een Nederlander daarvan denkt) Waar we een paar jaar geleden met de mobilhome op het strand kampeerden is nu niets meer en alle verkeer wordt vakkundig tot stilstand gebracht in een splinternieuwe reuzeparking met pendelbusjes. Ik heb met mijn parkeerticket duidelijk een ruime bijdrage geleverd aan dit monsterproject. We staan zo ver van de ingang (men vindt het nodig om met dit belachelijk lage aantal voertuigen toch de spreidingsbeleid van busjes en auto's aan te houden) dat ik me afvraag of er ook een penseldienst is van de ene kant van de parking naar de andere. Het blijft toch indrukwekkend en het zal nog mooier zijn zonder stellingen en werkzaamheden. Van ver in het mistige landschap zie je de specifieke vorm opdoemen en even ben je een paar eeuwen terug in de tijd. Eindeloos lijkt de baai waar het eiland voor ligt en in bijzondere patronen trekt het ebwater zich terug. We proberen foto's te trekken zonder japanners (en vragen ons af of ze hun mondkapjes afdoen voor de groepsfoto) en genieten van de wonderen van deze plek. Vier hartaanvallen later spreek ik met Rune af dat hij zijn voeten op de grond laat staan wanneer hij over een muur wil kijken naar de indrukwekkende diepte eronder. Het is fijn te zien met hoeveel zorg de huizen hier onderhouden worden en met oorspronkelijke materialen hersteld worden. De benedictijnen in de abdij zien er zielsgelukkig uit en bidden op eenvoudige meditatiebankjes. Zij verslaan de draak (Sint Michael en de draak) met leren sandalen aan en veel innerlijke rust. Na alle hoekjes en kantjes van het eiland gezien te hebben nemen we de bus terug en zoeken een camperplek voor vanavond want de escargots wachten op ons. (en de confiture de lait! en de tartare d'agues) De truk met de pot, een beetje water en een deksel lukt en we hebben alledrie geproefd en met een stuk frans brood erbij bleven enkel de tot de laatste druppel afgelikte schalen nog over. In ruil voor een overnachtingsplaats schaffen wij ons graag iets lekkers aan.

slow down escargot

De bedoeling van het concept "France Passion" is dat je bij boeren en sympathisanten gratis kan verblijven voor een nacht als gast. Je gedraagt je dan als een gast op het erf van de gastheer en toont daarbij interesse in het bedrijf (zonder aankoopverplichting van aangeboden goederen) en neemt gepast afscheid. Toen we vertrokken wou ik dan ook, geheel volgens het boekje, dag gaan zeggen aan de microbrasseur/microbrasserist/microbrasser/eigenaar maar zijn hond had het duidelijk niet zo op gastvrijheid. Er zijn een paar dingen waar ik niet van hou bij honden; dat ze extreem naar natte hond ruiken, dat ze zichzelf dichtbij komen afschudden na een duik in een modderpoel en dat ze agressief blaffend en diep grommend naar me toe gerend komen. Om tussen zijn kaken uit te blijven (het was niet om de andere twee redenen) ben ik met een verre groet naar een weinig geïnteresseerde man maar verdergereden. Iedereen wil graag naar Mont Saint Michel en dat ligt weer veel dichter bij de kust dus we zakken nog even niet af naar het Zuiden. Onder een prachtig zonnetje slingeren we tussen Normandië en le Pays de Loire met links een stoppelbaard en rechts een vers geploegde akker, met momenten is het andersom en vaak ook zijn het recent gezaaide velden en tussendoor veel bos. Mooie grote bossen die verleidelijk roepen maar ons toch niet van de baan afkrijgen. Dat lukt wel de wegomlegging wel. Ik begin te vermoeden dat het niet louter een Belgisch maar een heus Europees complot is met wegomleggingen. Een of ander duister subartikel in een handleiding voor gemeenteambtenaren waarbij de wet hen verplicht niet meer dan vijf borden te gebruiken waarbij de eerste hoopvol dicht bij elkaar staan en pas als het logische vervolg ontbreekt ook de borden wegblijven. Dat wordt dan uiteraard ondersteund door een GPS die halsstarrig vraagt om terug te keren naar het stuk dat afgesloten is. Om een lang verhaal kort te maken blijken alle wegen niet alleen naar Rome maar ook naar de buurt van Mayenne te rijden (hoe kan dat eigenlijk?) en hebben we een prachtig stukje van het Franse platteland gezien. Er blijken ook hier herten over de wegen te springen (helaas niet gezien), maar volgens de verkeersborden hebben ze een beduidend kleiner gewei dan hun Britse collega's, en er hangen tienduizenden maretakbollen in de kalende bomen. Het rijden door het golvende landschap kriebelt in onze buiken wanneer we de zoveelste glooing op en afrijden tot bij de escartgotkweker. (prikkertjes; buurt van Mayenne vandaar de naam escargot Mayenaisse)(niet Mayonnaisse want dat gaat echt niet samen met escargots) Na een tijdje schoolwerk en een wandelingske naar de kwekerij ,waar geen slak te zien is in deze tijd van het jaar, mogen we gaan luisteren naar een uitleg over het leven, welzijn en de bereiding van 'le grand gris'. We hebben genoten van de bevlogen uitleg van de duidelijk gepassioneerde française en we hebben veel bijgeleerd; in het juiste tempo is frans best verstaanbaar voor ons alle drie, slakken doen een winterslaap (klinkt superlogisch alleen nooit bij stilgestaan, leken me al niet zo'n trekdieren) en vooral; je kan ze op heel wat manieren klaarmaken en dat is bewonderenswaardig veel werk. Ik bespaar u de technische details maar zo'n schaaltje in de winkel daar gaan uren werk aan vooraf. We eindigden de avond met een vacuüm getrokken schaaltje met twaalf escargots met lokboter en drie tandenstokers en de tip dat we ze konden warmstomen in onze pot bij gebrek aan een oventje.

vrijdag 6 december 2013

moment supreme

Terwijl de zon zich langzaam losmaakt van een licht krokant berijmde horizon blaast onze verwarming met een rustgevend geluid warme lucht in ons busje. Ik lees, in dit unieke solomoment, een boek tot de medereizigers vinden dat 'nog efkes blijven liggen' lang genoeg geweest is. We zijn gaan slapen met het geluid van een jagende uil ergens in het donker en worden wakker van een competitie hanengekraai. Naast ons lopen de twee wollige miniponies zich warm voor ze crispy witgerand gras grazen.  We staan bij een microbrasserie in Sour. Ik heb me lang afgevraagd wat dat wou zeggen; een microbrasserie maar ik denk dat het op de minimale openingsuren slaat.   Gisteren hebben we Chartres bezocht met een zwaar accent op de kathedraal. Met een lage herfstzon konden we de kathedraaltorens al van ver naar de hemel zien wijzen. Het moet een machtig gevoel zijn voor de pelgrims vroeger en nu. Chartres ligt een kleine 1600 kilometer van Santiago vandaan maar wel op de route ernaartoe. We hebben de laatste tijd wel meer kerkelijk patrimonium bezocht en ik vroeg me op een avond af wat me nu zo trekt naar die gebouwen, tenslotte ben ik niet echt een kerkelijk mens. Voor mij belichaamt een kerk de driehoek denken, voelen en handelen of hoofd, hart en handen, tenminste idealiter. Mensen wilden,zochten en bedachten een vorm of ruimte die ze konden scheppen  en bouwen om een bepaalde ervaring te beleven of er in ieder geval toe uit te nodigen. Zo klopt het voor mij. Een gedachte krijgt een vorm, een gevoel krijgt een ruimte, een handeling een betekenis enz. Het werkt in alle richtingen. Alleen niet in de praktijk. De wonderschone Roslynn chapel was in de eerste plaats een manier om zijn bouwheer van een plaats in de hemel te voorzien. Hij had zelfs testamentair een groep monnikken voorzien die voor zijn hemelse welzijn bleef bidden na zijn dood. Veel kerken zijn vooral uitingen van macht en protserige pronkerij die de mens geen ruimte geeft voor een beleving maar een plek geworden is om mensen klein en bang te maken. Het aantal graven van welgestelde hoogwaardigheidsbekleders in grote kerken zegt veel over de macht van de kerk en het belang zich met die macht te verbinden. En dan was er Chartres. Een vrij sober gebouw in zijn soort maar met een weelde aan kleurige glasramen. Hier zijn geen graven en staan geen voorbeeldheiligen de mensen de les te spellen van op groteske kansels. Er zijn veel bloemen in de versiering, kleur en een zachte energie. Hier ligt de nadruk toch op de beleving. Diep onder de Kathedraal ligt een bron en was ooit een groot centrum van de druïden. Hier werd de vrouwelijk kant van het goddelijke voorgesteld met eenvoudige beelden en rozen. Dit gebouw staat op een bijzondere plek en is ook anders georiënteerd dan de andere kerken. En dan is er het labyrinth waardoor Chartres zo bekend is; de 666 stappen door een bloem naar introspectie. Een plaats om naar het centrum te gaan van jezelf en verbonden met het Al. Het moet zijn dat deze kerk nog massaal veel mensen trekt tijdens de diensten want er staan eindeloos veel stoelen waarvan er ook een deel heel het labyrinth bedekken. Blijkbaar is het tussen februari en oktober op vrijdagen wel vrij maar nu dus niet, wat ik wel jammer vind. De crypte is vandaag ook enkel op een onmogelijk uur open dus we missen de echte schatten wel. Toch vond ik het een indrukwekkend gebouw met een heel subtiele en bijzondere energie. Ik kwam er helemaal tot rust en had er mogelijk nog wat langer willen blijven maar de, alweer, japanse medebezoekers met gids en fototoestel braken de stemming wel een beetje. Chartres zelf lijkt ons ook wel een leuk stadje en herbergt nog een paar andere architecturale parels. Er is een mooi herdenkingsplein voor de mensen van het franse verzet onder de oorlogen wat ons op boeiende gesprekken brengt over de rol die je zou willen hebben in een oorlog en ik kan er niet aan doen maar bij het woord 'resistance' krijg ik automatische beelden van Allo Allo op mijn netvlies. Soms liggen heel pijnlijke dingen en humor gelukkig dicht bij elkaar.                                                                             Er komt weer gekibbel uit de achterkant van het busje over ongewenste aanrakingen met klamme handen en er worden dagelijkse wraakacties met gebruikte onderbroeken ingezet dus de dag is begonnen, koffie!

zondag 1 december 2013

nous arrivons

Het ouderlijk bezoek heeft ons wat nieuwe energie gegeven en na een stikdure internetsessie heeft iedereen weer even zijn hart kunnen ophalen met facebook en skype en het opzoeken van allerlei info over frankrijk...
Het blijkt dat vooruitkijken en doelen pinnen mij weer wat bodem onder de voeten geeft en het zwerven ook een richting biedt. We slapen twee nachten in de buurt van Evreux en hebben daar met onze kersverse verdeelstekker alle elecriciteit van de camping gebruikt om alle toestellen op te laden om weer terug bij de boeren terecht te kunnen de volgende dagen. Gelukkig zijn er weinig (lees slechts een andere) kampeerders en dat is maar een geluk want toen ik vanochtend onder de douche stond (waarbij het gebrek aan een gordijntje of iets dergelijks ervoor zorgde dat mijn hokje onder water stond en bij uitbreiding het hele douchegebouw) ging het licht uit (er zijn nadelen aan ecologisch denken) en nadat ik in de hoop op een bewegingsdetector nog een tijdje met de armen heb staan zwaaien ben ik maar met een handdoekje rond door het zwembad naar de lichtknop gewaad. Niet dat ik niet kan genieten van een douche in het duister maar het gebouw was zo donker dat ik mijn kleding niet kon vinden en ik wou ook niet dat ze in het water viel.
Toen we naar de winkel reden, door een dorpje met de hilarische naam Croth, zagen we onderweg overal mannen met een baguette onder de arm lopen, we hebben er zelf dan ook maar een gegeten.
Met de kaart van Frankrijk voor ons, een reisgids, een campinggids en de adressen van de boeren van France Passion hebben we een soort van verlanglijstje gemaakt dat ons verder naar het Zuiden zal voeren en Joran heeft al beslist dat hij bij het binnenrijden van Spanje vooraan wil zitten. Morgen bezoeken we de kathedraal van Chartres en daarna rijden we nog even Westwaarts om Mont Saint Michel mee te pikken.
Blijkbaar is doelloos rondzwerven iets dat me makkelijker te voet afgaat dan met de auto en  mogelijk ook aangenamer in de zomer.  Met een beetje zon ziet vermoedelijk elke afgebladerde muur met zongebleekte luikjes er charmant en pittoresk uit. Het is wel fijn dat met een paar richtingen de reizigersblues nu wegebt en ik heb ook schitterende boeken gekregen om mij verder te verdiepen in de geschiedenis van de groene man en vrouw, de katharen en tempeliers en Agnes Obel heeft het me nog eens goed ingepeperd; I'll keep a close watch to this heart of mine... (en van die twee gasten natuurlijk)

zaterdag 30 november 2013

een franse colère

Tussen twee krijtkusten beuken stevige golven die het schip en mijn maag heen en weer doen rollen. Achter ons een zonovergoten kust die duidelijk mijn liefde nog draagt en voor ons regen en wind en het onbekende dus ook nog onbeminde. Ik voel me een beetje verloren, in een niemandsland. Het lijkt de boot naar huis en we gaan nog niet naar huis en tegelijk lis het of ik thuis net achterlaat. Bovendien ben ik nogal misselijk en maak me de bedenking dat het de derde keer in twee maanden tijd is dat ik het uur moet aanpassen op mijn gsm en vooral in mijn bioritme. Aankomen in Calais in de miezerige regen is echt een kale kermis. We zijn dan ook blij dat we naar onze eerste boerderij van 'France Passion' kunnen rijden en hopen daar op een warmer onthaal. De boerin heet ons welkom en we mogen tegen zes uur naar het melken van de koeien gaan kijken  wat we dan ook graag doen. Het is boeiend om de vrouw bezig te zien met de machinale melkinstallatie en in mijn beste frans stel ik een paar vragen en probeer ik haar antwoorden in mijn hoofd te vertragen om ze te vertalen. Het wordt pas echt geweldig wanneer een van de koeien ,ze staan op heuphoogte met hun poten dus u kan zich een beeld vormen van waar hun staart begint, kakt en het effect wordt absoluut versterkt door de vloeibaarheid van die substantie en de hoogte waar het vandaan komt. 'Het maakt geen vlekken, het ruikt alleen',zegt de ervaringsdeskundige en met mijn middelbare schoolfrans had ik dat toch begrepen! Onze eerste week in Frankrijk was verder niet zo'n topper. Ik ben het zelf precies even kwijt. Het weer valt tegen, alles is grijs en vooral nat en slijkerig, alles is gesloten, de chauffeurs zijn arrogant en vooral aggressief, gasfles twee heeft de geest gegeven waardoor we niet meer kunnen koken en verwarmen. Het is een reizigersdip waar ik niet zo goed uit geraak en we hebben nog een paar normale moeder-tieneraanvaringen die dat niet echt makkelijker maken. Ik zou liefst in een warm bad gaan liggen om eens goed uit te huilen en zielig te zijn of met een boek om daarna weer even helemaal mezelf te zijn maar hier is  geen warm bad en ik huil dan genant zichtbaar en dan ben ik bang een labiele moeder te zijn. Ik stel het hele plan in vraag, heb enorme last van het communicatieprobleem met de school, wordt helemaal stressy omdat er bezoek komt en straks iemand mee naar huis wil,... ik wil terug naar Engeland want daar was alles leuker,... Mistroostig lijkt het woord van deze week. Het is een hele omschakeling van het verzorgde Brittanië naar het nonchalante Frankrijk, van alles-gaat-hier-om-vijf-uur-dicht (behalve de Tesco die blijft 24 uur open) naar hoezo-u-wil-voor-zeven-uur-een-restaurant-vinden-dat-open-is? (de gas is op dus we moeten uit eten en zelfs een fritkot is hier voor halfacht niet open), van bekend naar onverstaanbaar,... Maar dan komt er bezoek met vier (vier!)gasflessen en een boel lekkernijen zowel culinair als litterair en met heel veel warmte (niet alleen door de gasflessen) en gerustelling en plots trekt de Franse hemel toch open. De prachtige baai van de Somme doet daarbij wonderen en het schitterende Saint Valerie Sur Somme biedt ons heel veel lekkers. We eten verse mosselen en proeven een oester, we zien zeehonden en eindeloos veel vogels en we na twee dagen ouderlijke bepampering met knuffels en gesprekken en tractaties en vissoep en warme wijn ben ik bereid mijn hart ook voor Frankrijk te openen. (dat was ik al maar we hadden toch wat tijd nodig en we hadden natuurlijk al een uur gemist bij de kennismaking!) We zijn klaar voor het vervolg van onze route.
Voor wie klaarzat met de prikkers; Calais, Leubringhen, Wimereux, Saint Valery sur Somme. Een aantal boeidende gesprekken als; wie heeft dan de grenzen van België getrokken en waarom ligt dit Vlaamse deel dan in Frankrijk, Hoe krachtig moet de zee niet zijn dat ze hele bunkers uit het land lostrekt en vinden mensen Oesters echt lekker, Waarom staat Napoleon op deze enorme zuil met zijn gezicht landinwaarts terwijl hij eigenlijk Engeland wou aanvallen? Is het veel warmer in Spanje en gaat de gas zo snel op omdat ik  een kop koffie drink in de ochtend?

canterbury of de kers op de taart

Als kers op de spreekwoordelijke taart rijden we nog een laatste keer door een met bomen omsloten weg naar het schone Canterbury. Soms zijn de wegen in Engeland letterlijk omsloten door bomen die aan beide kanten hoog naar elkaar toegroeien en waar vakkundig met heggescharen een tunnel in weggeschoren is. Prachtig. We bezoeken deze middeleeuwse schat en ik had mezelf beloofd deze keer het eiland niet te verlaten zonder de gezangen in de kathedraal bij te wonen dus we gaan meteen op ons doel af. Verontschuldigend meldt de kassajuffrouw dat een deel van de kathedraal op dit moment niet toegankelijk is omdat er een dienst doorgaat en dat we daar pas binnen een half uurtje kunnen kijken. Ik schuif dankbaar op een kerkbank in het openbare gedeelte, waar ooit de toevloed aan pelgrims aankwam, om het koor in het nu afgesloten gedeelte te horen zingen en ik ben even in de hemel. Het is een gebouw met een groots verleden en een indrukwekkende architectuur en ik vraag me af of zoiets voortkomt uit godsvrucht dan wel uit godsvrees. Onder de indruk van zoveel hoogte en verfijning dalen we af naar de werkelijke pracht in de crypte. In contrast met de grootsheid van de gotische gewelven boven verstillen we van de eenvoud van dit, duidelijk veel oudere, gedeelte waar, ontdaan van alle luister, een eenvoudig Madonnabeeld tot bezinning oproept. Hier hangt iets dat voor mij veel meer het wezen van religiositeit raakt. In een zijbeuk een kunstwerk van Anthony Gormley die ik regelmatig verwacht en onverwacht tegenkom. Een menselijke figuur opgetrokken uit verroeste kerknagels die uit een dakrestauratie kwamen.  'Het menselijk lichaam is net als een kathedraal een tijdelijke plek waar voor een bepaalde tijd gedachten, gevoelens, verlangens en smart een tijdelijk onderdak vinden zoals dat in de loop van eeuwen ook in een kathedraal gebeurd voor wie daar komt.' Hier, in de kelder van een roemrijk gebouw, lijkt het of men veel meer de essentie vat. Dankbaar voor zoveel moois lopen we nog even door de sfeervolle straatjes en slapen nog een laatste nachtje in dit bijzondere land.

maandag 25 november 2013

is there a reason?

de reis
Op een dag wist je ten slotte
wat je te doen stond, en begon,
ofschoon de stemmen om je heen
hun slechte raad
bleven schreeuwen-
ofschoon het hele huis
begon te beven
en je het oude trekken
aan je enkels voelde.
'Maak mijn leven in orde!'
riep elke stem.
Maar je bleef niet staan.
Je wist wat je te doen stond,
al rukte de wind
met zijn stijve vingers
aan de fundamenten zelf -
al was hun droefenis
verschrikkelijk.
Het was al laat
genoeg, en de nacht was wild,
en de weg vol gevallen
takken en stenen.
Maar stukje bij beetje,
terwijl hun stemmen achterbleven,
begonnen de sterren fel te schijnen
door de wolkenflarden heen
en er klonk een nieuwe stem
die je langzaam
als je eigen stem herkende,
die je gezelschap hield
terwijl je steeds dieper
de wereld binnen beende
vastbesloten om het enige
te doen wat je doen kon -
vastbesloten om het enige
leven te redden dat je redden kon.  

Mary Oliver, Dream Work (uit Op weg naar Avalon)

Risk more than others think is safe.
Dream more than others think is practical.
Care more than others think is wise.
Desire more than others think is possible.

zaterdag 23 november 2013

prikkertjes update

Ik weet niet hoe fanatiek de volgers zijn maar voor de volledigheid.
na Grantham hebben we een lange rit gedaan tot in Maidstone en morgen sluiten we dit hoofdstuk af in Canterburry. Maandag varen we van Dover naar Calais.
Ik kan het eigenlijk nog bijna niet geloven, we hebben het gewoon gedaan, al bijna twee maanden en we gaan nog verder. We zijn geen lid geworden van noch de caravanningclub, noch the camping and caravanningclub (the friendly one)maar mochten steeds bij hen camperen wanneer we dat wilden en vaak kregen we een ledenkorting en de voordelen van campings zijn duidelijk;
je kan douchen zonder ongewenste intimiteiten met het douchegordijn of onhebbelijk achtergrondgekibbel van de twee tieners
je kan de laundryruimte gebruiken om stinkkleding te wassen en bij het rustgevende geluid van ritsen tegen de droogkastwand ongestoord een boek lezen.
je kan de jongens wegsturen met een bak afwas en even alleen zijn in het busje met een kop thee of wat dan ook.
je kan eens goed kakken zonder commentaar op de geluiden of zonder een gesprek verder te moeten zetten omdat het nu eenmaal kan.
je staat veilig en gerust en kan daardoor goed slapen.
je kan je aansluiten aan de electriciteit en daardoor je verwarmingstoestelletje heet laten worden en allerlei dingen opladen.
maar het is duur en je ontmoet niet altijd mensen, je bekijkt ze en wordt door hen ook bekeken en je bent het snel gewoon.

hier staat tot afscheid...

Na een kleine twee maanden rondreizen in en door uw landschap wil ik u bedanken. We hebben genoten van de lieflijke heuveltjes in het Zuiden, afgeboord met ferme kliffen en parels van keienstrandjes, van de grote vruchtbare vlaktes in het Oosten omzoomd door hagen, van de ruwe ongerepte schoonheid van uw bergland in het Noorden en daar voorbij het veenland. We hebben uw rivieren en meren gesmaakt en uw schitterende beukenbossen vol heerlijk wild hebben ons doen vollopen van ontroering. Uw volk heeft me verwonderd met zijn doorgedreven regels en waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften, met zijn vatberaden bewaardrang van erfgoed, landschap en gebruiken. Het heeft me gefascineerd in zijn heroïsche drang naar grootheid en macht en in zijn middeleeuwse gevoel voor heraldiek en rangorde. Het heeft me geërgerd in zijn behoudsgezindheid en vasthouden aan eigen systemen, maateenheden, sociale geplogenheden en beheerste vriendelijkheid. Het heeft me ontroerd met zijn prachtige verhalen, mytische wezens en legenden die met alle respect in leven worden gehouden. (en waar flink wat merchandising mee gepaard gaat) Ik kan het voor mezelf niet helemaal verzoenen; de ruimte die men bereid is te geven aan een solitaire eik in het midden van een veld zodat hij in al zijn glorie kan groeien tot een maximum van wat hij is en hoe tegelijk er een beperking ligt op hoeveel ruimte mensen soms mogen innemen. Je springt hier niet uit de band en wacht beleefd je beurt af. Er is weinig ruimte voor chaos. Ik vond het vreemd hoe enerzijds overal public footpaths de mensen uitnodigen over weideafsluitingen te kruipen en de natuur in te trekken en anderzijds het ook heel duidelijk is dat het alleen dát pad is dat mag gevolgd worden. Ik ben onder de indruk van uw verleden en de pijn en woede die hier heeft geheerst tussen volkeren en stammen, kerken en mensen en die zijn zichtbare sporen in het landschap heeft nagelaten in typische kerken (grijs met op de hoeken van de platte toren een puntje), wonderlijke abdijruïnes en ontelbare kastelen. Ik ben geraakt geweest, en daar ben ik u diep dankbaar voor, voor de subtiele fijnheid van mytische Engel(l)and waar heel wat fijnbesnaarde energie in bronnen en stenen opgeslagen ligt, al dan niet door mensen ooit geplaatst. Het is duidelijk dat uw geschiedenis eindeloos ver terug gaat en dat meerdere goden en godinnen hun plaats hier hebben tussen natuurwezens en sprookjes. Hemels zoveel energie! Ik ben op adem gekomen in het aardse Schotland en heb gevoeld hoe het landschap mij gedragen heeft. Ik ben er niet mijn hart verloren, dat zou er onrecht aan doen, ik heb het er voelen groeien en ik hoef mijn ogen maar te sluiten of ik ben er weer thuis. Ik heb het gevoeld, de aanwezigheid van aardse en hogere sferen, bij bronnen, in abdijen en op bergen en ik kan alleen maar zeggen, dat allemaal samen, het is een Verenigd Koninkrijk. We hebben gesmuld van uw scones en de curd die erop gesmeerd wordt, van uw ruwe oatcakes, van venison-filets, van cornisch pastries, van uw cider en cranberriesap, van uw chips en frieten met vinegar, van uw kleine appeltjes en uw grote parsnips (daar waren we niet allemaal even zot van moet ik eerlijkheidshalve zeggen) van uw schotse zalmen en uw haddock en vooral van de verse zeeschelpjes in Ayr. Ik ben veel lichter nu ik u verlaat, er zijn pakken van jaren van mijn schouders gevallen en ik heb weer ademruimte gekregen en ik ga met een voldaan gevoel weer naar het vasteland maar ik beloof u nu al dat ik terugkom omdat bovenal u mijn ziel heeft geraakt, Groot-Brittanië en ik nu al weet dat ik soms een heel hoogland nodig heb om weer bij mijn kleine zelf te zijn. Tenslotte is dat de essentie; to be or not to be I am Grateful

jorvik en de rest

De schaduwen worden dan wel steeds langer, de dagen doen dat niet en om een goede werk-reisbalans te vinden én tijdig terug de boot op te kunnen leggen we wel wat kilometers af. Het Zuiden begint te trekken en ik vermoed dat dat net is wat ganzen en zwaluwen en ooievaars ervaren voor ze het Noorden de staart toekeren. We hebben een nachtje bij Durham geslapen en schandalig genoeg dit prachtige middeleeuwse pronkstuk niet bezocht. We zijn er ooit geweest en het was echt de moeite, de kathedraal is echt een aanrader, maar het wordt al snel donker en we wilden gewoon een plek om te slapen vinden en wat voedsel inslaan. Het klinkt barbaars maar op dat moment had de Tesco superstore meer prioriteit dan het nabije werelderfgoed. Na het nodige schoolwerk zijn we verder afgezakt naar York. We hadden een camping op het oog met de naam Wagtail (kwikstaart).(De totem van Joran bij de scouts is Kwikstaart dus daar konden we niet echt aan voorbijgaan)  Hoe levendig en gezellig de opgewekt de kwikstaart in totemtaal dan mag zijn, nietsvan dit alles vonden we terug in deze kale camping waar geen levende ziel te bekennen was. We hebben dan maar verder gezocht  bij de caravan-club onderdak vonden. Onderdak hebben we natuurlijk sowieso, dat we bodem vonden. (a pitch in vakjargon) We halen met ons drie de gemiddelde leeftijd van de medekampeerders drastisch naar beneden en een paar vriendelijke grijsaards vinden zichzelf heel europees gezind wanneer ze me met Bonjour aanspreken. Ik vond het wel lief en heb de verleiding hen op de hoogte te brengen van onze taalgrens en bijhorende complexiteit maar daar gelaten. Fascinerend te zien wat grenzen met mensen doen, zeker in een land waar men in het Zuiden niet eens overal Schotse ponden wil aannemen die nochthans exact dezelfde waarde hebben en in dezelfde natie zijn uitgebracht. Aan de grens met Schotland waren we ook nog getuige van Schotse vlaggen en oproepen tot onafhankelijkheid nochthans trokken de schapen zich van dit alles helemaal niet aan. Voor hen is het gras misschien groener aan de ander kant van de draad, waar die draad staat zal hen een worst wezen. De schapen hebben in Schotland zelfs niet eens draad rond hun weides maar lopen lekker in het midden van de baan. Gisteren hebben we York bezocht en genoten van de middeleeuwse sfeer die in de kleine straatjes nog duidelijk hangt. Rune zou hier best kunnen wonen zei hij en ik kan hem geen ongelijk geven. Het is iets met stadjes uit de middeleeuwen en de vikingtijd. Het lijkt alsof het typische stratenplan en de afwezigheid van hoogbouw (en de mooie vakwerkhuizen) een bepaalde rust en veiligheid geven en meer op mensenmaat zijn. We lieten ons meevoeren in de geschiedenis van deze vikingparel en zagen gelijkenissen in taal, cultuur en architectuur tussen Jorvik en Scandinavië. 'Het enige grote verschil tussen Vikingen en Angel-Saksen was het feit dat Vikingen nooit gekerstend zijn' zegt de gids in het formidabele Jorvikcentrum. Hij heeft het over de kerstening die in het kielzog van de romeinse overheersing overduidelijk een grote impact had op de keltische bevolkingsgroepen in het oude europa en ik zie in zijn ogen en gebaren het vuur van een Noorman nog nagloeien. De welvarende en bloeiende handelsstad die York ooit was lokt ons nog steeds langs winkels en eetgelegenheden en tracht ons te verleiden tot de aanschaf van vanalles en nog wat, zolang het maar geld uit onze zakken oplevert. We genieten van deze korte stadsuitstap en wandelen naar de York Minster, de grootste gotische kerk ten Noorden van de Alpen. De indrukwekkende buitenkant geeft echt een goed beeld van de klassieke opbouw van een gotische kerk en een glimp binnenin werpt een verre blik op de buitengewone glasramen die zo karakteristiek zijn voor deze kerk. De inkomprijs is niet mals en ik hou dat bedrag dan liever opzij voor het bezoek van de Canterburry Cathedral waar ik graag de gezangen zou bijwonen op zondag. We zijn met Rune nog gaan rondsnuffelen in een parfumerie, een opdracht voor chemie op school, en maakten deze gezellige dag rond met het geheimzinnig meegegeven sushipakket van een vriend thuis. Lekker! Vandaag rijden we verder richting Zuiden en vermoedelijk stoppen we in Grantham. Samenvatting voor de prikkers Durham, York, Grantham.

woensdag 20 november 2013

120 mile visitors attractions

Feestelijke blaadjesconfetti
dwarrelt als Schots afscheid,
 langgerekte schaduwen
bevriezen het mooie landschap
 terwijl
witgerande schaapjes
 krokant gras grazen
en paarden met geruite jassen
flank tegen flank
in ommuurde weides
staan te dampen,
het kan niet altijd
een eenzame boom zijn.
Langzaam
worden bergen
 weer heuvels,
muren
weer hagen,
heide
 weer bos.
Kniediepe riviervissers
oefenen geduld
naast donkerrode abdijen.
De engel van het Noorden
ontvangt ons met wijd open armen
en wijst ons
de beukenbossen
en de meidoorns.

maandag 18 november 2013

green Woman

Na lang in de natuur zijn en ons daar ook echt thuis gevoeld te hebben was de stadse omgeving bijna het andere uiterste. Ik merk dat ik uit evenwicht geraak. Een bezoek aan de prachtige Rosslyn Chapel brengt me terug in het midden; een schitterend voorbeeld van een geslaagde ontmoeting tussen cultuur geïnspireerd door natuur. Hier vullen het schone, het goede en het ware elkaar aan en overstijgen zichzelf. De bouwers van deze overvloedig gedecoreerde kapel hadden duidelijk heel wat esoterische kennis en waren ook niet vies van een portie humor. Ze laten de bezoeker achter met een heleboel raadsels, een glimlach en veel om over na te denken. We kwamen werkelijk ogen te kort om alle kunstig uitgehakte ornamenten te bekijken en lieten ons vollopen met verhalen , en er zijn er massa's, die elk nog meer kleur en mysterie geven aan dit gebouw. Zo is er de pilaar die de leerlingsteenhouwer het leven kostte omdat de meester niet kon verkroppen dat zijn pupil beter werd dan hijzelf. Het moet gezegd dat die pilaar echt adembenemend is. Het verhaal raakt me wel omdat nog steeds zoveel leraren, werkgevers, ouders,... zo moeilijk aannemen dat het een compliment is dat leerlingen, werknemers, kinderen op hun schouders verderbouwen en mede dankzij de gekregen wortels hun eigen vleugels uitslaan. De chapel heeft een onwaarschijnlijk boeiende geschiedenis familiaal, religieus en politiek in de geschiedenis van Schotland en de tempeliers en het geslacht van de St. Clairs en de vrijmetselarij en dat werd nog gekruid door de verhalen van de Da Vinci code (die voor zoveel extra bezoekers zorgden dat de toiletten het niet konden verwerken maar de restauratie in een versnelling terecht kwam). Zelf ben ik vooral gefascineerd door de Green Man die hier in grote getale afgebeeld werd. Waarschijnlijk heeft iedereen onbewust al wel ergens een Green Man ontmoet, zelfs in de Kathedraal van Antwerpen (geen prikkertje plaatsen) is er een terug te vinden. Green Man zijn figuren met een menselijk gelaat waar plantendelen uit de gezichtsopeningen komen of die met planten vergroeit lijken in kledij of houding. Het is een figuur waar heel wat raadsels rond bestaan maar die met zekerheid voorchristelijk is. We vinden hem net zo goed terug in India en Mexico en Borneo. We zijn niet meer gewoon om in een eindeloze bosrijke omgeving te leven waardoor de levendigheid van woudwezens ons vreemd geworden is maar de bezieling die ervan uitgaat is heel groot. Uiteraard is er een Christelijke uitleg voor maar het blijft een raadsel waarom hij zo veelvuldig verwerkt wordt in houtsnijwerk en stenen ornamenten. Ik ben altijd blij als ik hem zie omdat hij een levendige herinnering is aan onze wilde natuur en onze onbestwistbare band met planten, bomen en andere boswezens. Ik herken, na weken in bos, berg en heide, maar al te goed het gevoel dat de Green Man oproept. Misschien is deze figuur wel diegene die me terug in het midden tussen natuur en cultuur bracht. Hij schijnt ook mogelijk aan de basis te liggen van de verhalen van Robin Hood en komt voor bij Shakespeare en we herkennen ook wel Pan,...Ik ben duidelijk niet de eerste die door hem geïnspireerd word. We leren over de geschiedenis van Schotland en Robert the Bruce en bouwen een spitsboog met een sluitsteen en reizen met de tempeliers en de kruisvaarders mee naar Spanje waar we de strijd met de Moren zien en het is bijzonder hoe onze 'kleine' reis in een groot historisch en cultureel geheel lijkt te passen. Ik heb zoveel energie gekregen van deze opmerkelijke kapel en alle rijkdom dat ik alleen maar opnieuw kan vaststellen hoe helend schoonheid is voor de mens. We keren voldaan en onder de indruk terug naar de camping om met veel inspiratie schoolwerk te maken en het busje aan een heel grondige poetsbeurt te onderwerpen (het gevolg van zoveel schoonheid deed de stoffige buitenkant erg opvallen en binnen een week zien we mijn ouders op wie ik blijkbaar toch een propere indruk wil nalaten)(vond ik wel grappig om mezelf daarop te betrappen) Een busje wassen met een piepklein emmertje, zonder laddertje en bij 8 Cº voelde verbazend goed en gezond en met blozende wangen kijk is terug op een wonderschone dag. De net niet volle maan klimt aan de hemel, de jongens kijken in bed naar een filmpje, morgen rijden we richting Durham,... Ik voel me helemaal vredig en na zoveel architecturale pracht kijk ik al uit naar de meetkunde die we op de planning hebben. Wat leren we veel onderweg en hoe past veel daarvan niet echt binnen het onderwijsprogramma. Misschien was dat die pilaar van de Chapel wel daarstraks.

citytrip Edinburgh

De new-age muziek die de warme waterstraal in de douches begeleidt doet me wegdromen en roept een zalig wellness gevoel op. De plotse  bediening van een handdroger zet me terug in de realiteit van de camping in Edinburgh. We hebben zaterdag met het openbaar vervoer het stadscentrum van deze machtige Schotse hoofdstad bezocht. Na een paar weken van pittoreske gehuchtjes en agrarische gemeenschapjes (mijn oprechte verontschuldigingen voor alle gemeentes met meerdere straten en een paar honderd inwoners die zichzelf de naam stad toeeigenen) is de adelijke uitstraling van deze grootstad overweldigend  en vergapen we ons aan majestieuze gebouwen, kerken, kastelen en straten. Een barrok gevoel krijg ik hier, overladen met zoveel indrukken. We wandelen over de royal mile die ons langs duizend kleine toeristenwinkels en attracties naar het kasteel voert. Daar, naast de ingang, moet de winkel zijn waar we een paar jaar geleden niet alleen getuige waren van het weefproces van de echte schotse tartans en kilts maar ook een echt keltisch zwaard kochten voor Rune. Vol verwachting stappen we binnen en hopen nog meer 'armery' te zien te krijgen...helaas is de winkel van het betere wapenwerk overgestapt naar kitscherige voorwerpen die van verre een verbeelding van een heilige graal zouden kunnen zijn, plastic doodshoofden en toeristenprut.    We kijken dan maar tussen de stoffen en clanspullen of er niet een Mc Joran ofzo is is maar helaas zijn er geen verwante Macs. De Tuerlinckxen en Cassiersen hebben andere roots.     Om helemaal te onderstrepen dat we in de Schotse hoofdstad zijn staat er ook nog een doedelzakspeler die duidelijk nog wel wat toonvastheid mistte. We sloegen een rustig steegje in dat ons weer naar de voet van de berg moest brengen en merken dat deze smalle doorgang wel meer gebruikt wordt door mensen die er even de buik van vol hadden. Helaas niet alleen figuurlijk en we proberen tussen de herkenbare restanten van overvolle buiken door naar beneden te geraken zonder in horecaresultaten vast te komen zitten. Zondag hadden we een rustdag op de camping met schoolwerk en boodschappen doen, een filmpje kijken en facebooken met de vrienden. Een skypegesprek met het thuisfront soepeerde ons internetrantsoen op maar het was wel leuk om papa nog eens te spreken en zien. Het is een aangename luxe van lang reizen dat niet elk moment moet volgepropt worden met bezienswaardigheden en activiteiten maar dat je ook gewoon in een andere omgeving even de dingen kan doen zonder iets te moeten.

zondag 17 november 2013

call 999

Het vriendelijke personeel van het visitorscentrum in Bankfoot, de spectaculaire roze zonsondergang en de beloftevolle commentaren in mijn campinggids en op de app creeërden een beeld van deze gratis camperplek dat erg geruststellend was. Een rustige nacht moest het worden met de mogelijkheid om desgewenst te ontbijten in het centrum. Niemand vermeldde de nabijheid (lees 'in de achtertuin') van de grote baan als een storend element en dat bleek ook nog het minste aan deze horrible night. Na een lekker maaltje kropen we wat rond om ons bed op te bouwen en onder de wol te gaan. Met de gebruikelijke ;'Slaapwel, ik zie jullie graag en tot morgen' gleden we dromenland binnen om rond middernacht in een nachtmerrie wakker te worden. Gierende banden, lichten, optrekkende auto's, gegil en geroep, rondrennende mensen, nog meer geroep,... op onze afgelegen en onverlichte parking. Ik gluur naar buiten en durf geen licht aandoen en zie onduidelijke dingen die ik niet kan plaatsen in deze nachtelijke context en ik word heel bang van zoveel onduidelijkheid en lawaai en chaos... Plots blijk je toch ook heel kwetsbaar als mama alleen (waar is die grote breedgeschouderde William Lawson die je op zo'n moment buiten wil kunnen sturen al dan niet met kilt aan) in een busje. De jongens worden wakker terwijl ik de politie bel en zijn helemaal in paniek. De dame die ik aan de lijn krijg weigert te verstaan wat er aan de hand is en blijft hangen op camper on a parking,... ze zal iemand sturen. Tien panische minuten later bel ik terug omdat ik echt vrees dat ze er niets van begrepen heeft (en ook omdat ik vind dat de politie moet kunnen opgebeamd worden als je hem nodig hebt)(paniek en geduld gaan niet goed samen) en ik krijg een man aan de lijn die duidelijk al eerder een telefoon via de 999 spoedlijn heeft aangenomen en mij rustig door de procedure helpt en iemand stuurt. Het gevolg is dat ik tweemaal bezoek krijg van politie maar het kan op dit moment niet genoeg zijn! De eerste keer zijn het twee agenten die duidelijk niet echt zin hadden om te komen. 'Het zijn lokale jongeren die rondjes komen rijden op de gravelparking en ze doen niets, ze zullen niet terugkomen,.'.. De jongste agent was nog wat nat achter de oren maar duidelijk heel blij met de machtige uitstraling die zo'n politieuniform geeft en volgens ons had hij zelf ook nog zo'n weekendactiviteit gehad. Hij wees naar Rune en Joran en zei dat ze dat binnen een paar jaar ook wel gingen doen, zijn collega was toen al terug naar de auto. Het tweede bezoek was meer wat we nodig hadden; een vaderlijke agent die zelf ook een motorhome had. Hij zei dat er een groot verschil is tussen stadsjongens in het weekend en countryboys en dat dit countryboys waren die tussen twaalf en twee onnozel gingen doen met hun auto. Ze gingen wel niet terugkomen maar ik mocht bellen als ze dat wel deden en hij ging regelmatig wel eens terug langs rijden tijdens zijn dienst en het doorgeven aan wie na hem kwam. Het was niet nodig om ongerust te zijn. Dat is zo'n dooddoener natuurlijk want ook al is het niet nodig, het zit gewoon zo in je lichaam dat we geen van drie nog een oog hebben dichtgedaan en elk geluid een beeld vroeg om betekenis te kunnen geven en rust te brengen. (Rune heeft wel een oog dichtgedaan en Joran en ik hebben een infuus van rescuedruppels aangelegd) Op zich was er dus niets ernstig en het was ook niet tegen ons gericht maar het zorgt er nu wel voor dat ons vertrouwen in camperplekken en commentaren erover een deuk heeft gekregen. We herstellen van de onrust en het slaapgebrek op de camping in Edinburgh en ik merk dat het nog in ons lijf zit wanneer een auto optrekt in de buurt van ons busje. Welkom mensen, we zijn terug uit de natuur. Met de aankomst in de stedelijke wereld kregen we ook voor het eerst weer bericht van het wereldnieuws en na een paar beelden van de Fillipijnen is onze bange nacht weer relatief. Het is een beetje raar reizen in de wereld en leven van dag tot dag met al je zintuigen open en tegelijk heel belangrijke dingen in de wereld missen. Zijn we dan al reizend net heel verbonden met de wereld of zijn we weg? Voor het thuisfront; we gaan het nog moeten doen zo'n plekken maar we doen het voortaan wel anders. Je mag een grijs prikkertje zetten op Bankfoot.

zaterdag 16 november 2013

mum (ford) en sons

Het is duidelijk dat we het 'hoge Noorden' achter ons hebben gelaten. Eerst kwamen er terug bomen, daarna meer en meer mensen en menselijke invloeden en later terug bergen. We zakken in afstand maar zeker niet in hoogte voorlopig.      We houden halt in het nationaal park van The Cairngorms om nog van wat te smullen van de ruige natuur daar. In Aviemore merken we dat we in het mekka (of een van de vele hier in Schotland) van de buitensport terechtgekomen zijn. Je kan hier klimmen, wandelen, mountainbiken, skieën, raften, kanovaren, vissen, kleiduifschieten (!), een rendiertrekking (In Glenmore heeft een zweed zestig jaar geleden het rendier geherintroduceert), en shoppen voor materiaal voor een van de vele sporten want hier zijn alle grote outdoormerken duidelijk voorzien van een etalage. We verwachten veel van het visitorscentrum wanneer ze ons een wandelkaart geven met een keure aan wandelingen in deze spectaculaire omgeving. Na een blik op de kaart en onze energie kiezen we voor een 'muscle builder' die stevig schoeisel vraagt en enige ervaring maar een prachtig uitzicht beloofd en naar een elfenberg voert met een groen meertje. Het weer is redelijk geschikt en we vertrekken na het schoolwerk. We ontdekken een achterkant van het rendiercentrum waardoor we vlakbij de rendieren kunnen komen die in de paddock staan en wurmen armen en fototoestellen door de draad voor een blik op deze prachtige dieren. We zijn het erover eens dat het een unieke ervaring moet zijn om hier in de zomer een dagwandeling met je eigen rendier te maken met zicht op de hoge rotsige bergen. Mogelijk zijn we hardcorestappers geworden maar op de wonderlijke omgeving na viel het pad enorm tegen. Je kon werkelijk met een electrische rolstoel tot aan het meer geraken, de discussie over stevig schoeisel was echt totaal overbodig geweest en dat werd me onderweg regelmatig met een blik duidelijk gemaakt. Bij het meertje gekomen vallen onze monden open van bewondering. Stijle rotswanden omsluiten een smaragdgroen helder water waarin afgebleekte boomstammen als geweien opreizen (of ondergaan), een klein keienstrandje doet verlangen naar warme zomerdagen. Al vrees ik dat het meditatieve geheel dan omwille van de extreme bereikbaarheid (stevige wandeling!) overladen wordt met mensen en picknicks. Hoog boven de berg en het water cirkelen een paar grote roofvogels en we vragen ons af of het de visarenden zijn waar ze in dit park zo trots op zijn. Het vervolg van de wandeling is meer ons ding (werd als gevaarlijk en smal slingerpaadje naast stijle helling omschreven en veel mensen keren terug voor dit stuk volgens de dame van het visitorscentrum) we klimmen en klauteren tussen boomwortels en grillige bomen, stappen over stenen en trapjes en houten vlondertjes en kijken ons de ogen uit het hoofd naar vergezichten, watervalletjes en fantasierijke plekjes. Regelmatig trekt een boomarm een jongen van de grond om hem hoog op de schouders te trekken voor nog meer uitzichten en boomhutplannen. Ik kan me voorstellen dat de schemering trollen en boomwezens hier  tot leven laat komen en lange winteravonden (en een scheut brandy bij de kachel) die ontmoetingen nog aandikken. We komen er helemaal in en zien in de verte de skipistes van Aviemore en komen terug op de rolstoelvriendelijke weg (helaas). Een frisse neus en zoveel zuurstof doen verlangen naar iets als warme chocomelk maar de Pine Marten Pub is duidelijk nog niet winterklaar. Een theetje dan maar. Na een ongelooflijk diepe slaap waaruit we allemaal moeizaam wakker geraakten (teveel berglucht?) besloten we te ruilen. 'We doen vandaag geen schoolwerk en spelen nog even in het bos en morgen, op de parking van een gratis overnachtingsplaats werken we extra hard.' Vijf herten later, onverwacht ontmoet in het bos op een paar meter afstand, staan de jongens blozend terug aan ons busje. Wat een wonderlijk begin van de dag! Onze reis zet zich verder naar Bankfoot (prikkertje! langs de A9) waar we gratis kunnen overnachten. De weg slingert ons door schitterende decors en prachtige vergezichten al heeft het wolkendek de hoogste bergen afgetopt. Kune had ons een andere route aanbevolen, langs hun vroegere woonplaats, maar omdat we een wandeldag hebben ingelast gisteren en de lage wolken zoveel uitzichten versluieren hebben we maar besloten de grote baan te volgen. Er zijn minder aangename uitzichten denkbaar van op een autoweg en ik denk daarbij met veel medeleven aan iedereen die dagelijks de E19 ofzo moet nemen. Een uitzicht heeft zoveel invloed op je inzicht en je welbevinden merk ik. De gouden gloed van een paar weken geleden is zijn glans verloren en de bomen hebben enkel nog een gloeiend kroontje van laatste blaadjes alsof ze ze met vereende krachten naar de zon duwen die er al even niet meer is. Hun collega's naast de weg doen me even denken aan de gele weg naar smaragdstad uit de tovenaar van Oz. Het is duidelijk dat terwijl wij in Caithness en Sutherland waren de herfst stillaan plaats is beginnen ruimen voor meer winterse taferelen. Al vonden we het vanochtend lekker zacht buiten en hebben we alles eens goed laten doorluchten. Het was toen 10 graden. De seizoenen schuiven op, schoenen worden te klein, haren worden grijs, stemmen doen al eens raar, schriften geraken gevuld, boeken raken uit,... het lijkt tegelijk in dit oeroude landschap niets te betekenen. Een oud gebergte, gevormd toen het Britse eiland nog ergens vasthing aan een ander werelddeel. Het heeft zoveel al doorstaan dat het niet anders kan dan rust uitstralen en oproepen. Morgen rijden we door naar Edinburgh. Rune wil daar dolgraag (na 1,5 maand verlangend uitkijken) naar een winkel waar hij drie jaar geleden een zwaard heeft gekocht. Ik ben benieuwd wat zo'n grote stad met me gaat doen na zoveel rust in de eindeloze natuur.