woensdag 11 december 2013

van Muscadet tot Pineau

De donkerroze zon maakt zich langzaam los van de horizon om op te klimmen in de heldere pasteltinten van de vrieslucht. Zes vliegtuigen hebben letterlijk een witte notenbalk getekend en de kleine vogeltjes in de boom naast me componeren er hun ochtendlied op. Het grasveld is wit, de wijngaard is leeg, een gigantische tractor rijdt uit om te ploegen. De bestuurder rookt zijn eigen adem en staat later fluitend in zijn wijngaard. Gisteren hebben we Nantes achtergelaten. We vingen met ons hart nog een paar laatste blikken op de prachtige witte kathedraal, le chateau des ducs de Bretagne, de schilderachtige bootjes bij la Motte Rouge en zeiden tegen elkaar dat we hier nog veel niet gezien hebben en het naar meer smaakt. Nantes heeft lucht, wat ik een bijzondere eigenschap voor een stad vind, en water, wat altijd charmeert. Maar bovenal biedt Nantes een goede mix tussen oud en nieuw, tussen bewaren en vernieuwen en er hangt hier een heel creatieve energie. Ik denk dat de ziel van Jules Verne en les Machines de l'Ile elkaar hier ontmoeten en een zekere uitnodiging inhouden. Bij het verlaten van de stad kiezen we op een crusiale plek toch maar voor zekerheid en rijden niet door onder een lage brug (niets genanter dan gescalpeerd worden met een busje in een druk stadscentrum) en raken daardoor even het Zuiden kwijt. Met de hulp van een snelle co-piloot richten we ons terug op een uitweg en even later ruilen we langzaam de Muscadet voor de Pineau de Charentes en de Cognac. Een zacht landschap met streelzachte bermen, uitgestrekte wijngaarden en hardwerkende boeren met veel vogels in hun kielzog trekt aan ons voorbij. (ik denk niet dat tractors een kielzog hebben maar de voren die ze ploegen hebben dezelfde aantrekkingskracht op vogels als het zog van een vissersboot) De huizen in dit decor worden met hun lage daken met  bolle terracottapannetjes duidelijk Zuiders, de kerken romaanser en van op de kant worden we nagekeken door gigantische roofvogels en in de verte een hinde op een weiland. In een zachte rozige avondgloed zagen we de mooie torens van Saint Jean d'Angelie, waar we slapen.

zaterdag 7 december 2013

nos rèves

Een prachtige ochtend om naar Nantes te rijden. Ik ben een beetje nerveus want ik haat rijden op ringwegen rond en grote straten in steden met deze bus en vooral met de degoutante manier waarop franse chauffeurs zich achter het stuur gedragen. (la douce france slaat niet op de automobolisten en bovendien heb ik begrepen dat verkeersregels en snelheidsaanduidingen niet voor de fransen zelf zijn. Ze zijn bedacht door de franse regering om de bewoners de kans te geven zich af te reageren op nietsvermoedende buitenlanders die denken die regels te moeten volgen) Ik weet ook niet goed wat ik van de overnachtingsplek in de stad moet verwachten en ik heb niet zo'n zin om straks weer de stad uit te rijden naar een boer in de omgeving. Maar op deze heerlijke ochtend zit alles mee; een zuivere rit met een milde Gps en relaxte medeweggebruikers, geen ingewikkeld parcour door een onoverzichtelijke stad, een gloednieuwe stadscamping met alle voorzieningen voor de helft van de normale prijs (lees schandalige prijs) omdat ik een kortingkaartje heb en ruime douches, een wasmachine en internet voor zo lang we willen voor slechts een euro. Het is bijna een sprookje. En het blijft sprookjesachtig vandaag want we bezoeken Les Machines de l'ile de Nantes. (bezoek zeker de website) We gaan met de tram en het is heerlijk daarvoor niet in een rijtje te moeten staan maar gewoon primitief erop te wringen. Het laatste stuk wandelen we langs het water en het winkelwandelgedeelte waar we ons op een kerstmarkt laten gaan met chichi de noël. (bij ons heet dat churros want het is Spaans). Deze uitstap is echt iets voor ons; met onwaarschijnlijk en niet genetisch te traceren Da Vinci bloed in onze aderen en met een wonderlijke fascinatie voor Panamarenko en François Schuiten en verder alles wat met natuur, wetenschap, poëzie en verbeelding te maken heeft laten we ons betoveren door de wereld van Les Machines de Nantes en Royal de Luxe. Hier schept de mens zijn wereld en raakt meteen het hart van ons drie (en aan de gezichten van de andere bezoekers te zien raakt het nog meer harten en dromen) Dromen komen hier in hout en metaal tot leven, grote schetsen en levensgrote prototypes voeren ons naar een andere dimensie. Bij het voorstellen van het nieuwe project, een gigantische boom in metaal vol hangende tuinen en wonderlijke bewegende insecten, dat klaar zal zijn in 2019 worden Rune en Joran in een toestel omhoog gehesen om beter te kunnen kijken. Op een paar meter van de grond zien ze een reusachtige bewegende houten vogel voorbijvliegen met mandjes onder waarin mensen zitten. Nu kunnen er twee mensen in het model maar in het uiteindelijke werk zullen er twintig mensen op vijfendertig meter boven de grond een rondje vliegen onder een vogel met een vleugelspanwijdte van dertig meter. De tranen staan me in de ogen bij het zien van zoveel schoonheid. Rune verontschuldigd zich en zegt dat wat we nu zien toch echt wel met kop en schouder boven al de rest tot nog toe uitstijgt. Ik kan hem geen ongelijk geven. Het is bijzonder om te zien na zoveel kerken en steden dat de middeleeuwse mens nog schiep als eerbetoon aan een hogere macht maar dat de hedendaagse mens zijn plaats als mens die schept durft innemen. En het is Goddelijk om te zien. Uiteraard maken we ook een rit op de gigantische mechanische olifant een genieten, oh wat genieten we. Ik hoor de jongens, alweer, plannen maken voor een eigen bureau later, waar ze zelf zo'n dingen willen gaan maken en in hun ogen blinken dromen en plannen en rijpen ontwerpen. Ik gun het ze zo en ik droom met hen mee. We kunnen niet anders dan aan de sympathieke gids vragen wat ervoor nodig is om hier te komen werken, plannen voor stages worden gemaakt. We vragen ons af of dit nu kunst is of wetenschap en we stellen vast dat zoveel wonderlijks ook bewondering oproept voor de natuur waarop het geïnspireerd is en ik kan alleen maar blij zijn dat projecten als dit de grenzen doen vervagen tussen vakgebieden. Ik moet dringend weer aan de slag met mijn handen merk ik, het jeukt als ik dit allemaal zie. Mocht u nog geen vakantieplannen hebben voor 2019 zet dan Nantes zeker op de agenda. De onwaarschijnlijke carrousel met drie verdiepen die alle niveaus van de zee verbeeldt in mechanismes en creaturen bewaren we voor morgen. Vandaag kan je er alleen naar kijken en niet mee rijden en kinderen als we zijn willen we dat natuurlijk wel doen! Joepie morgen nog spelen, danku Nantes

la tempète

Ik had niet gedacht dat berichtjes van het thuisfront die ons moesten waarschuwen voor een grote storm in Europa en voorzorgsmaatregelen niet zo zeer op een meteorologische storm dan wel om een opvoedkundige crisis zouden slaan. Ik had dus geen voorzorgen genomen en zandzakjes hadden hier niet echt geholpen. We zijn er zonder kleerscheuren uitgekomen en wanneer we uiteindelijk bij de wijnboer nabij Nantes arriveren is er terug klank bij het beeld. Het beeld is verder erg stereotiep frans; een wijngaard met een bos naast, een laag zonnetje dat zich verzet tegen het ondergaan en jagers die ons onduidelijke dingen toeroepen wanneer we de idylle proberen vast te leggen op ons toestel. Wanneer de wijnboer later op de avond zegt dat op donderdag de jagers altijd uittrekken, hij doet nogal neerbuigend over het feit dat ze op duiven jagen, moet ik aan Le petit prince denken. De jagers en hun vaste gewoonten. Als goede gasten kunnen we niet anders dan de cave van onze gastheer te bekijken, zijn wijnplukmachine (daar gaat de magie) te bewonderen die na vijf jaar afbetaald is, en uiteraard een proeverij te ondergaan. Daar gaan mijn pedagogische principes over alcohol onder de zestien. Na twee vingerhoedjes Muscadet (met gouden medaille) (de wijn niet de vingerhoedjes)en iets roods waarvan ik de naam helaas niet meer weet zeggen de jongens al dat ze het voelen een schakelen ze over op druivensap met prik, wat overigens niet slecht is. Ik laat me vijf proefsels later charmeren tot de aanschaf van een bekroonde fles en een alcoholvrije versie voor de jongens. We slapen diep                  die nacht maar zullen er niet ziek van worden want we weten uit een trotse mond dat het allemaal puur natuur is.

de draak en de sandaal

Tussen Mayenne en Mont Saint Michel is het landschap minder glad (heuvels is dan weer een groot woord) dan we dachten en we hobbelen verder langs veel mooie uitzichten. Het is een bewolkt maar droog en het vriest niet. Onderweg zien we een bord dat melding maakt van de het grootste middeleeuwse kasteel van Europa, het oudste belfort,...Fougeres lokt. We volgen de borden, het is slechts een kleine omweg, en vergapen ons aan de schitterende vestingsmuren en torentjes van le Chateau. Na een microoverleg willen de jongens (en de zeer opdringerige GPS) toch liever naar de berg in de zee en zetten we een lange uitstap in deze middeleeuwse pracht op de lijst voor de terugweg. Achteraf bleek dat niet zo'n slecht idee want tussen oktober en februari is de helft niet zichtbaar. Een paar jaar geleden zijn Rune en ik ook al in Mont Saint Michel geweest, toen met Stefan erbij, dus ik was een beetje in choq door de grote veranderingen toen we nu aankwamen. Door de grote landbrug die men, omwille van het autoverkeer, ooit had aangelegd was de baai rond de berg helemaal aan het verzanden waardoor de charme van Mont Saint Michel als eiland in de zee langzaam verloren dreigde te gaan. Met een gigantisch project breekt men nu de landbrug af en bouwen ze een elegante, landschapsvriendelijke, ijzeren brug waar het water onderdoor spoelt en getijden weer verder door kunnen werken. Het onbedoelde gewonnen land wordt met indrukwekkende machines afgegraven en terug aan de zee gegeven. (ik vraag me af wat een Nederlander daarvan denkt) Waar we een paar jaar geleden met de mobilhome op het strand kampeerden is nu niets meer en alle verkeer wordt vakkundig tot stilstand gebracht in een splinternieuwe reuzeparking met pendelbusjes. Ik heb met mijn parkeerticket duidelijk een ruime bijdrage geleverd aan dit monsterproject. We staan zo ver van de ingang (men vindt het nodig om met dit belachelijk lage aantal voertuigen toch de spreidingsbeleid van busjes en auto's aan te houden) dat ik me afvraag of er ook een penseldienst is van de ene kant van de parking naar de andere. Het blijft toch indrukwekkend en het zal nog mooier zijn zonder stellingen en werkzaamheden. Van ver in het mistige landschap zie je de specifieke vorm opdoemen en even ben je een paar eeuwen terug in de tijd. Eindeloos lijkt de baai waar het eiland voor ligt en in bijzondere patronen trekt het ebwater zich terug. We proberen foto's te trekken zonder japanners (en vragen ons af of ze hun mondkapjes afdoen voor de groepsfoto) en genieten van de wonderen van deze plek. Vier hartaanvallen later spreek ik met Rune af dat hij zijn voeten op de grond laat staan wanneer hij over een muur wil kijken naar de indrukwekkende diepte eronder. Het is fijn te zien met hoeveel zorg de huizen hier onderhouden worden en met oorspronkelijke materialen hersteld worden. De benedictijnen in de abdij zien er zielsgelukkig uit en bidden op eenvoudige meditatiebankjes. Zij verslaan de draak (Sint Michael en de draak) met leren sandalen aan en veel innerlijke rust. Na alle hoekjes en kantjes van het eiland gezien te hebben nemen we de bus terug en zoeken een camperplek voor vanavond want de escargots wachten op ons. (en de confiture de lait! en de tartare d'agues) De truk met de pot, een beetje water en een deksel lukt en we hebben alledrie geproefd en met een stuk frans brood erbij bleven enkel de tot de laatste druppel afgelikte schalen nog over. In ruil voor een overnachtingsplaats schaffen wij ons graag iets lekkers aan.

slow down escargot

De bedoeling van het concept "France Passion" is dat je bij boeren en sympathisanten gratis kan verblijven voor een nacht als gast. Je gedraagt je dan als een gast op het erf van de gastheer en toont daarbij interesse in het bedrijf (zonder aankoopverplichting van aangeboden goederen) en neemt gepast afscheid. Toen we vertrokken wou ik dan ook, geheel volgens het boekje, dag gaan zeggen aan de microbrasseur/microbrasserist/microbrasser/eigenaar maar zijn hond had het duidelijk niet zo op gastvrijheid. Er zijn een paar dingen waar ik niet van hou bij honden; dat ze extreem naar natte hond ruiken, dat ze zichzelf dichtbij komen afschudden na een duik in een modderpoel en dat ze agressief blaffend en diep grommend naar me toe gerend komen. Om tussen zijn kaken uit te blijven (het was niet om de andere twee redenen) ben ik met een verre groet naar een weinig geïnteresseerde man maar verdergereden. Iedereen wil graag naar Mont Saint Michel en dat ligt weer veel dichter bij de kust dus we zakken nog even niet af naar het Zuiden. Onder een prachtig zonnetje slingeren we tussen Normandië en le Pays de Loire met links een stoppelbaard en rechts een vers geploegde akker, met momenten is het andersom en vaak ook zijn het recent gezaaide velden en tussendoor veel bos. Mooie grote bossen die verleidelijk roepen maar ons toch niet van de baan afkrijgen. Dat lukt wel de wegomlegging wel. Ik begin te vermoeden dat het niet louter een Belgisch maar een heus Europees complot is met wegomleggingen. Een of ander duister subartikel in een handleiding voor gemeenteambtenaren waarbij de wet hen verplicht niet meer dan vijf borden te gebruiken waarbij de eerste hoopvol dicht bij elkaar staan en pas als het logische vervolg ontbreekt ook de borden wegblijven. Dat wordt dan uiteraard ondersteund door een GPS die halsstarrig vraagt om terug te keren naar het stuk dat afgesloten is. Om een lang verhaal kort te maken blijken alle wegen niet alleen naar Rome maar ook naar de buurt van Mayenne te rijden (hoe kan dat eigenlijk?) en hebben we een prachtig stukje van het Franse platteland gezien. Er blijken ook hier herten over de wegen te springen (helaas niet gezien), maar volgens de verkeersborden hebben ze een beduidend kleiner gewei dan hun Britse collega's, en er hangen tienduizenden maretakbollen in de kalende bomen. Het rijden door het golvende landschap kriebelt in onze buiken wanneer we de zoveelste glooing op en afrijden tot bij de escartgotkweker. (prikkertjes; buurt van Mayenne vandaar de naam escargot Mayenaisse)(niet Mayonnaisse want dat gaat echt niet samen met escargots) Na een tijdje schoolwerk en een wandelingske naar de kwekerij ,waar geen slak te zien is in deze tijd van het jaar, mogen we gaan luisteren naar een uitleg over het leven, welzijn en de bereiding van 'le grand gris'. We hebben genoten van de bevlogen uitleg van de duidelijk gepassioneerde française en we hebben veel bijgeleerd; in het juiste tempo is frans best verstaanbaar voor ons alle drie, slakken doen een winterslaap (klinkt superlogisch alleen nooit bij stilgestaan, leken me al niet zo'n trekdieren) en vooral; je kan ze op heel wat manieren klaarmaken en dat is bewonderenswaardig veel werk. Ik bespaar u de technische details maar zo'n schaaltje in de winkel daar gaan uren werk aan vooraf. We eindigden de avond met een vacuüm getrokken schaaltje met twaalf escargots met lokboter en drie tandenstokers en de tip dat we ze konden warmstomen in onze pot bij gebrek aan een oventje.

vrijdag 6 december 2013

moment supreme

Terwijl de zon zich langzaam losmaakt van een licht krokant berijmde horizon blaast onze verwarming met een rustgevend geluid warme lucht in ons busje. Ik lees, in dit unieke solomoment, een boek tot de medereizigers vinden dat 'nog efkes blijven liggen' lang genoeg geweest is. We zijn gaan slapen met het geluid van een jagende uil ergens in het donker en worden wakker van een competitie hanengekraai. Naast ons lopen de twee wollige miniponies zich warm voor ze crispy witgerand gras grazen.  We staan bij een microbrasserie in Sour. Ik heb me lang afgevraagd wat dat wou zeggen; een microbrasserie maar ik denk dat het op de minimale openingsuren slaat.   Gisteren hebben we Chartres bezocht met een zwaar accent op de kathedraal. Met een lage herfstzon konden we de kathedraaltorens al van ver naar de hemel zien wijzen. Het moet een machtig gevoel zijn voor de pelgrims vroeger en nu. Chartres ligt een kleine 1600 kilometer van Santiago vandaan maar wel op de route ernaartoe. We hebben de laatste tijd wel meer kerkelijk patrimonium bezocht en ik vroeg me op een avond af wat me nu zo trekt naar die gebouwen, tenslotte ben ik niet echt een kerkelijk mens. Voor mij belichaamt een kerk de driehoek denken, voelen en handelen of hoofd, hart en handen, tenminste idealiter. Mensen wilden,zochten en bedachten een vorm of ruimte die ze konden scheppen  en bouwen om een bepaalde ervaring te beleven of er in ieder geval toe uit te nodigen. Zo klopt het voor mij. Een gedachte krijgt een vorm, een gevoel krijgt een ruimte, een handeling een betekenis enz. Het werkt in alle richtingen. Alleen niet in de praktijk. De wonderschone Roslynn chapel was in de eerste plaats een manier om zijn bouwheer van een plaats in de hemel te voorzien. Hij had zelfs testamentair een groep monnikken voorzien die voor zijn hemelse welzijn bleef bidden na zijn dood. Veel kerken zijn vooral uitingen van macht en protserige pronkerij die de mens geen ruimte geeft voor een beleving maar een plek geworden is om mensen klein en bang te maken. Het aantal graven van welgestelde hoogwaardigheidsbekleders in grote kerken zegt veel over de macht van de kerk en het belang zich met die macht te verbinden. En dan was er Chartres. Een vrij sober gebouw in zijn soort maar met een weelde aan kleurige glasramen. Hier zijn geen graven en staan geen voorbeeldheiligen de mensen de les te spellen van op groteske kansels. Er zijn veel bloemen in de versiering, kleur en een zachte energie. Hier ligt de nadruk toch op de beleving. Diep onder de Kathedraal ligt een bron en was ooit een groot centrum van de druïden. Hier werd de vrouwelijk kant van het goddelijke voorgesteld met eenvoudige beelden en rozen. Dit gebouw staat op een bijzondere plek en is ook anders georiënteerd dan de andere kerken. En dan is er het labyrinth waardoor Chartres zo bekend is; de 666 stappen door een bloem naar introspectie. Een plaats om naar het centrum te gaan van jezelf en verbonden met het Al. Het moet zijn dat deze kerk nog massaal veel mensen trekt tijdens de diensten want er staan eindeloos veel stoelen waarvan er ook een deel heel het labyrinth bedekken. Blijkbaar is het tussen februari en oktober op vrijdagen wel vrij maar nu dus niet, wat ik wel jammer vind. De crypte is vandaag ook enkel op een onmogelijk uur open dus we missen de echte schatten wel. Toch vond ik het een indrukwekkend gebouw met een heel subtiele en bijzondere energie. Ik kwam er helemaal tot rust en had er mogelijk nog wat langer willen blijven maar de, alweer, japanse medebezoekers met gids en fototoestel braken de stemming wel een beetje. Chartres zelf lijkt ons ook wel een leuk stadje en herbergt nog een paar andere architecturale parels. Er is een mooi herdenkingsplein voor de mensen van het franse verzet onder de oorlogen wat ons op boeiende gesprekken brengt over de rol die je zou willen hebben in een oorlog en ik kan er niet aan doen maar bij het woord 'resistance' krijg ik automatische beelden van Allo Allo op mijn netvlies. Soms liggen heel pijnlijke dingen en humor gelukkig dicht bij elkaar.                                                                             Er komt weer gekibbel uit de achterkant van het busje over ongewenste aanrakingen met klamme handen en er worden dagelijkse wraakacties met gebruikte onderbroeken ingezet dus de dag is begonnen, koffie!

zondag 1 december 2013

nous arrivons

Het ouderlijk bezoek heeft ons wat nieuwe energie gegeven en na een stikdure internetsessie heeft iedereen weer even zijn hart kunnen ophalen met facebook en skype en het opzoeken van allerlei info over frankrijk...
Het blijkt dat vooruitkijken en doelen pinnen mij weer wat bodem onder de voeten geeft en het zwerven ook een richting biedt. We slapen twee nachten in de buurt van Evreux en hebben daar met onze kersverse verdeelstekker alle elecriciteit van de camping gebruikt om alle toestellen op te laden om weer terug bij de boeren terecht te kunnen de volgende dagen. Gelukkig zijn er weinig (lees slechts een andere) kampeerders en dat is maar een geluk want toen ik vanochtend onder de douche stond (waarbij het gebrek aan een gordijntje of iets dergelijks ervoor zorgde dat mijn hokje onder water stond en bij uitbreiding het hele douchegebouw) ging het licht uit (er zijn nadelen aan ecologisch denken) en nadat ik in de hoop op een bewegingsdetector nog een tijdje met de armen heb staan zwaaien ben ik maar met een handdoekje rond door het zwembad naar de lichtknop gewaad. Niet dat ik niet kan genieten van een douche in het duister maar het gebouw was zo donker dat ik mijn kleding niet kon vinden en ik wou ook niet dat ze in het water viel.
Toen we naar de winkel reden, door een dorpje met de hilarische naam Croth, zagen we onderweg overal mannen met een baguette onder de arm lopen, we hebben er zelf dan ook maar een gegeten.
Met de kaart van Frankrijk voor ons, een reisgids, een campinggids en de adressen van de boeren van France Passion hebben we een soort van verlanglijstje gemaakt dat ons verder naar het Zuiden zal voeren en Joran heeft al beslist dat hij bij het binnenrijden van Spanje vooraan wil zitten. Morgen bezoeken we de kathedraal van Chartres en daarna rijden we nog even Westwaarts om Mont Saint Michel mee te pikken.
Blijkbaar is doelloos rondzwerven iets dat me makkelijker te voet afgaat dan met de auto en  mogelijk ook aangenamer in de zomer.  Met een beetje zon ziet vermoedelijk elke afgebladerde muur met zongebleekte luikjes er charmant en pittoresk uit. Het is wel fijn dat met een paar richtingen de reizigersblues nu wegebt en ik heb ook schitterende boeken gekregen om mij verder te verdiepen in de geschiedenis van de groene man en vrouw, de katharen en tempeliers en Agnes Obel heeft het me nog eens goed ingepeperd; I'll keep a close watch to this heart of mine... (en van die twee gasten natuurlijk)