woensdag 13 november 2013

liefdevol Arundi

Het is 12 november en we laten ons meest noordelijke punt en een aantal onwaarschijnlijk hartelijke en lieve mensen (en dieren) achter. Het is een beetje dubbel, jammer om hier weg te gaan en tegelijk ook fijn om weer te reizen. We hebben een mooie week achter de rug in Arundi, zo heet het huis van Arden, Kune en Frodi, nabij Thurso. De jongens en ikzelf hebben geholpen met het betimmeren van de laatste vrije gevel van het huis zodat hij beter bestand is tegen de niet aflatende wind en de regen. Ik heb met de engelse wagen van Kune gereden naar een buurvrouw met paarden om de wagen te vullen met vijf kruiwagens paardenmest voor de groententuin en Rune en Joran hebben stevig meegewerkt. We hebben een kamp gebouwd met Arden in een klein bosje omdat Kune dat nu met de kleine Frodi niet mee kan doen en Arden heeft ons de oren van het hoofd gepraat terwijl we takken versleepten en zij een mandarijnvisvijvertje aanlegde. Ik had nog veel meer willen helpen en hoop maar dat die paar afwaskes enz iets hebben kunnen betekenen. Het is een mooi maar hard leven hier. Hout hakken voor de kachel om te verwarmen en water op te warmen, honden verzorgen en mee wandelen, kindjes verzorgen en opvoeden, het weer bewonderen maar vaker trotseren.... We rijden met Kune naar de Ben Dorrery en wandelen de kale berg op. Bomen zijn niet thuis in dit landschap, ze zijn eerder uitzonderingen tussen de grassen en kruidige struikjes en miljoenen mossen. De paar bomen die we later toch zullen zien hebben een winterjasje aan, heel bijzonder. Bovenop de berg hebben we een eindeloos uitzicht over een glooiend landschap dat heel wat grote en kleine Lochs herbergt en hier en daar een eenzaam huisje. Rune en ik zijn vanop de top naar Arundi terug gewandeld. Een heerlijke doorsteekwandeling waar we vaak diep wegzakten in de veengrond en we met rode wangen van de wind thuis aankwamen. Afstanden zijn een vreemd gegeven hier. Omdat er zo weinig referentiepunten zijn lijkt eindeloos niet zo ver en omgekeerd. De volgende dag zijn we de rivier achter het huis overgestoken om 'even' naar een ruïne te wandelen waar we mogelijk hertegeweien en schedels konden vinden. De game-keeper, jachtopziener, gebruikt de plek als dumpplaats voor jachtafval. Tot de knieën in het slijk en balancerend op bubbels veengrond en graspollen genieten we van het buitenzijn en de aanblik van schitterende langharige gallowayrunderen die Arden de stuipen op het lijf jagen. Kune, met Frodi op de rug, Arden en ik geraken op een bepaald moment niet meer verder over de drassige grond en de jongens vinden een weg naar de gezochte plek. We vatten de terugweg aan en vertrouwen erop dat de jongens straks wel door modderland teruggeraken. Stralend, en in het bezit van een paar herteschedels met gewei, halen ze ons toch nog in. We volgen het paadje dat de koeien voor ons gemaakt hebben naast de rivier die er in dit seizoen diep donker, snel en vooral ijskoud uitziet. Terug thuis maken we de beloofde warme chocomelk die veel natte en koude voeten doet vergeten. Missie geslaagd. Zaterdagavond hebben we het jaarlijkse bonfire vuurwerk in Thurso gezien. Er is in deze regio niet echt sprake van een bruisend cultureel leven zoals wij gewend (en verwend) zijn dus gelegenheden als dit zijn uniek. Om er helemaal een avond-uit van te maken tracteert Kune ons op fish en chips. Na het vuurwerk is er nog een gigantisch kampvuur op het strand. Een mooie avond na wat onze jongens (nog steeds plannen aan het maken met hun geweien) een topdag noemen. Zondagavond hebben we na vakkundig onderzoek van het weerbericht zelf een kampvuur gedaan met zalige zelfgemaakte pizza's onder een schitterende sterrenhemel. In het donker vliegt een vlucht wilde ganzen over, we horen hen roepen. Volgens ons was het onderling overleg of er iemand nog zag naar waar ze vlogen, haha. Maandag hebben we ons gericht op het vertrek en schoolwerk. Met dit laatste hebben we na een aantal crisissen en een 'ondersteunende' mail van papa thuis toch een werkzame verhouding gevonden. Het blijft niet zo makkelijk om op een kleine ruimte te werken en vaak hebben we essentiële informatie van bepaalde vakken plotseling niet of nodig via het internet dat er niet altijd is. We kunnen niet meer doen dan ons best hou ik mezelf maar voor. We nemen afscheid van iedereen voor een onduidelijke tijd. Dorpjes zijn hier dun gezaaid en diegene die er zijn omvatten de spreekwoordelijke twee man en een schapenkop dus toen we dinsdagochtend doorreden en dringend moesten tanken gebeurde dit; 'ja, sorry de diesel is op, ik wacht op een nieuwe levering vandaag, het volgende station is 10 mijl naar ginder,' zei de krantenboer-postkantoor-drogist-bakker-beenhouwer-toerische informatie all-in-one Schot. (en ik verstond hem!) We zijn vertrokken vanuit Shebster richting Tongue om langs een wonderschone eenvaksbaan dwars door Sutherland te rijden naar Lairg. We maakten een korte omweg langs Dunrobin Castle en hebben in de omgeving van Inverness geslapen. We zetten de tocht voort met een boek vol tips voor ons traject van Kune naar Aviemore vandaag. (toch weer wat info voor de prikkertjes!) We keren ons van de prachtige Beauly Firth af en wenden de steven richting A9 en het Zuiden.

donderdag 7 november 2013

passing places

De zestig mijl die we reden van Durness tot hier, Shebster, Broubster bij Thurso, behoren tot de mooiste mijlen van onze reis. Rune en Joran kiezen ongeveer per afgelegde mijl wel een nieuwe plek om een mogelijk kasteel of fort te bouwen, een eiland om met een bootje naartoe te roeien of een vlak plekje om een huis te bouwen. We laten ons helemaal verwarmen door de goudrode gloed van struiken en bomen en verbazen ons over de eindeloze kleurtinten tussen beige en bruin. De hellingen zien er even ruig en donzig uit als de langharige koeien die erin grazen en alles wat groter is dan een struik levert duidelijk en dagelijks gevecht tegen de eeuwige wind. We zien meeuwen zich in de lucht gooien en stuntige capriolen uithalen om tegen de wind in te vliegen en een vermoeide reiger die hard moet werken om van de ene plas naar de andere te geraken. Het is duidelijk waar ontwerpers van camouflagekledij hun inspiratie halen, de ruwe hoogvlaktes lijken één groot legerdeken. Uitgestrekte graslanden met heide- en bremstruiken wuiven ons wiegend voorbij. We dansen over de eenvaksbaan en doen exact wat er om de tweehonderd meter staat; passing places. We zijn nu in het huis van Kune, mijn schoonzus, en het doet goed nog eens in een huis te zijn en mensen te ontmoeten. Een bed dat we niet moeten ombouwen tot tafel en de mogelijkheid om een paar meter bij elkaar vandaan te kunnen zitten. De jongens spelen met hun neefje en nicht en aanhoren trots en vol bewondering hoe ze oefent voor engels lezen en op een fluit die later een onderdeel van een doedelzak kan worden en hoe de kleine Frodi zijn eerste stapjes probeert te zetten. We zitten aan een echte tafel voor huiswerk waar iedereen plaats genoeg heeft en straks timmeren we planken tegen de gevel (met een heel stoer apparaat dat nagels kan schieten)met een blik op een eindeloos uitzicht. Ik zou best gewoon kunnen worden aan dit leven hier, zeker nu er geen midgets zijn. Grappig wel dat ik bij het slapengaan mijn praatje met de sterren miste. Het leek plots mijn bed niet meer zo zonder dakraampje om de dag te beginnen en af te ronden.

het einde van de wereld

Voorbij Glencoe wordt het roestkleurige landschap steeds ruiger en achter elke bocht ontvouwt zich een nieuw wonder. Antracieten linten schrijven hun eigen naam in de veengrond alvorens zich krachtig uit te storten in grotere rivieren of Lochs. We genieten van de bijna buitenaardse uitzichten en kijken uit naar de herten die ons door de verkeersborden beloofd worden. We worden beloond met een paar prachtexemplaren die van ver of dichtbij achter struiken opduiken. Plots is er een zo dichtbij dat we stoppen om een foto te trekken. Hij, met een prachtig gewei, kijkt ons even verrast aan en het is bijzonder om even letterlijk oog in oog te staan met zo'n prachtdier. Na een aantal seconden draait hij zich om en zoekt hogergelegen bosjes op. Dankbaar zetten we de weg voort waarop we de volgende dagen nog meer van dat moois zullen zien. Het is een absolute aanrader om de Noord-West route te rijden. De rustige, bij momenten desolate, route tovert je tussen Loch en Broch langs hagelwitte huisjes door niemandsland. Mijn hoofd wordt alsmaar leger terwijl mijn hart volloopt met schoonheid. Voor ons vertrek vroegen mensen wel eens naar het waarom van deze reis. Enya, die ons muzikaal begeleidt vandaag, zingt dat ze het niet weet. En toch;ik hoef maar buiten te kijken, mijn ogen vullen zich met tranen van ontroering en mijn hele lijf roept; hierom. Ik kocht in Ullapool een boek met kortverhalen van mensen over landschappen en de editor vond het boeiend om te onderzoeken wat het effect is van verschillende landschappen op mensen. Ik weet niet wat ik heb met deze omgeving maar ik voel ontzettend veel verbinding en mijn ziel krijgt eindeloos veel ruimte. In de fysieke nietigheid van een mens in dit geheel schuilt een enorm gevoel van verbondenheid met het grotere. Hier zijn is bidden in het kwadraat. Ergens zag ik een bumpersticker 'Nature is my church' welja, dat dus ongeveer. Voor de mensen met de prikkertjes het vorige deel situeert zich tussen Ullapool en Durness. We sliepen op de parking van de school in Ullapool (en aten crabclaws in the seafort wat echt zalig lekker was) en boven op een klif in Durness (wat dan weer niet zo'n aanrader was met de wind, gelukkig stonden er nog een paar moedige busjes die me dan toch een gevoel van vertrouwen deden krijgen). Het uitzicht vanuit ons busje van boven op de klif is met stip tot nu het beste om mee wakker te worden (al zijn er een paar concurrenten). Onder ons de rotsen in de branding waar we gisteren nog op gespeeld hebben. De golven die aan komen rollen op het 'award winning' zandstrand zijn metershoog en rollen zich af als in een surfersdroom.

vurige tongen in Glencoe

Gloeiend likken de vurige larikskruinen en zilverberktongen langs de met sneeuw bepoederde bergflanken. Gigantische rotsblokken lijken door reuzenkinderen slordig rondgesmeten in het landschap. De weg slingert zich tussen oh's en waw's naar Glencoe. We stoppen hier en daar voor een foto en de open deur voedt ons verlangen naar mutsen en dikke truien. Het is hier vijf graden en dat voelen we bij elke stop. We slapen aan de Loch en genieten van het postkaartuitzicht over het water. Het is bijna onwezenlijk dat we hier nu zijn. Een paar jaar geleden hebben we dit traject in de andere richting gereden rond pasen en we beslissen dat de herfstkleuren en de poedersneeuw op de toppen een extra waarde geven aan deze omgeving. Een Loch is verbonden met de zee en daardoor heeft hij ook getijden. De volgende ochtend blijkt dat er heel wat speelruimte is vrijgekomen die dringend moet verkend worden door de jongens. Terwijl ik afwas met een prachtig uitzicht verdwijnen Rune en Joran in het landschap. Ik ben ze even kwijt en iemand merkt op; 'the boys are upstream', ik ben benieuwd hoe ver upstream en krijg een paar minuten later twee buitenluchtblozende kerels in het vizier die hun ontdekkingsreis moeten onderbreken voor schoolwerk. Geen nood, na de middag verkennen we het landschap verder. Glencoe heeft niet alleen een adembenemende natuur maar ook een straf verleden van strijd en hard labour. We vinden sporen van de verhalen op onze wandeling die we wonderbaarlijk plannen tussen twee gigantische regenbuien. De zee, en waarschijnlijk ook een beetje de regen, hebben de Loch weer gevuld wanneer we 's avonds thuiskomen. De volgende ochtend zien we het water spiegelglad ontwaken vanonder een mistig deken dat zich langzaam terugtrekt en zonnige toppen onthult. We ontmoeten een vogelsoort die we bij ons niet kennen. De Hooded Craw is familie van de kraaien en kauwen maar heeft een grijs hemdje aan. We eten een engels ontbijt als lunch maar slaan de zwarte bloedworstschijven maar over. Ze dragen dan wel de naam Black pudding maar dat belooft ons meer een chocoladedessert dan een bloederige schijf vlees, toch maar niet. We proeven wel van het landschap. Het smaakt naar meer!

vrijdag 1 november 2013

zeerover op het strand van Ayr

Waar de klif de zee raakt
en de waaierwieren de rotsen strelen
steelt een zeerover
wokkels van de stenen
met het zicht op de eilanden
drie minuten koken
zilte zaligheid
ah, zoveel
zeevruchten!

schilderij

Siënna heb je nodig, gebrande en ongebrande, oker en amber en heel veel tinten groen, een paar tonen grijs voor de stammen van de bomen en de dramatische luchten en vooral ook voor de schitterende waterslierten die zich door dit geheel kronkelen. Een paar toetsen van een dieprood voor de overvloedige meidoornbessen en oranjerood voor de lijsterbessen en rozebottels. Enige dramatiek in het aanbrengen van de kleuren mag wel en gebruik veel water en een lage zon met lichtbundels. Als je het gevoel krijgt dat je borstkast opengetrokken wordt omdat er zoveel ruimte komt en zuurstof dan zit je op de goede weg. Accentueer het geheel met rotskleurige huisjes, maar zuinig, en met schapen in alle mogelijk kleuren die ze kunnen hebben. Met de schapen mag je gul zijn. Zo ongeveer ziet het eruit sinds de Cumbrian mountains en zeker sinds The Border. Zoals men hier nog steeds over de grens tussen Engeland en Schotland spreekt. We rijden door onze eigen National Geographic afleveringen en bekijken ze op een scherm van minstens 2 vierkante meter in 3D Full color en vooral met een zelfgekozen soundtrack. Over die laatste hebben we al wel eens wat discussie. Als chauffeur liggen mijn wensen soms anders dan die van de passagiers.   We zijn nu in Ayr en kunnen van op het strand en zelfs vanuit ons busje Arran zien liggen.   We staan hier op een van onze laatste campings, ze sluiten vanaf 4 november, en deze heeft veel weg van een hedendaags hi-di-hi gegeven. Je kan het zo gek niet bedenken of het is in dit vakantiedorp aanwezig. We gaan voluit voor het indrukwekkende zwembad waar voor de verandering kinderen welkom zijn en er niet meteen een lifeguard staat te roepen dat je niet mag springen. De spectaculaire glijbanen zijn helaas gesloten voor het einde van het seizoen en kokhalzend drogen we ons af in de vuile kleedhokjes. Er is geen scheiding tussen een droog en een nat gebied waardoor je je staat af te drogen in een modderpoel van de botinnen. Wat zijn wij toch verwend thuis! Het is Halloween vanavond en voor het eerst sinds onze kinderen er zijn hollen we geen pompoenen uit. We zien andere tourers die dat wel gedaan hebben maar zo'n pompoen voor een caravan en later op de hoedenplank in een bepakte auto doen toch ook wat vreemd aan. Ik maak voor het eerst geen pompoensoep met spookykaastoastjes en de griezelgehaktballen (je maakt gehaktballen en steekt er rauwe spaghettieslierten door, kookt ze en dan kan je er bloederige tomatensaus bij eten waardoor je iets eet dat lijkt op harige of organige ballen in eigen sap, lekker griezelig) zijn er ook niet deze keer. Unaniem wordt er beslist om dat morgen toch op het menu te zetten in een aangepaste reisversie. Tijd om naar het strand te wandelen nu. Ik wil Arran wel vanop de oever eens bekijken en ik heb genoeg gezien van de string van de buurvrouw (sommige mensen vergeten ook wel dat ze in een caravan redelijk zichtbaar zijn wanneer ze de gordijnen openlaten en vlak naast je staan) om even te gaan uitwaaien.

the real quest

We worden wakker op de parking en kijken hoopvol uit naar deze dag. De superhelden van Todds motorhomes zullen ons vandaag aan warmte helpen en sturen ons met de bus naar Preston om rustig te kunnen werken. Terwijl we net in de stemming komen van het shoppen in een studentenstad en besluiten toch ook naar de naaldscherpe Minster te gaan kijken, krijgen we een verlossend telefoontje dat de werken klaar zijn. We snellen terug en worden onderweg slachtoffer van het zeer doorgedreven wachtsysteem aan bushaltes. Braaf aansluitend in de rij laten mensen ons niet door wanneer onze bus eraan komt omdat we dan voorsteken terwijl zij gewoon op een andere bus wachten! We vragen ons af of doorgedreven rechtvaardigheid niet weer tot irritatie en conflicten kunnen leiden en de jongens merken op dat ons chaotisch wachtsysteem toch ook niet voor rellen zorgt. Eenmaal terug blijkt dat de knop waarmee de verwarming bedient wordt de boosdoener was en met een nieuwe knop kunnen we verder. We schaffen ons voor de zekerheid, en omdat het niet veel kost, een miniatuur electrisch vuurtje aan dat ons warm kan houden wanneer we aangesloten zijn aan de electriciteit. Ik had het al over de opdrachten die helden in verhalen uit te voeren hebben. Ons kleine kacheltje is van het merk QUEST, hoe kan het ook anders. We hebben hem uit dankbaarheid voor de vakmannen van het motorhomecenter Todd gedoopt en we koesteren hem als een goede vriend. Ik ruim voor de laatste keer het hele bedgedeelte op en dweil de werkmanssporen weg en we rijden door naar Hadrian's Wall. Waar we in de zeer agrarische omgeving van Brampton een hol van Pluto ontdekken waar we een winderige nacht doorbrengen. Voor de mensen met de prikkertjes 'hol van Pluto' is niet de letterlijke naam van de plaats waar we verbleven maar die vind je toch niet terug op een kaart zonder dat we de coördinaten erbij zetten. Het moet maar volstaan met 'buurt van Brampton'. We gingen slapen met een paar uilen op de achtergrond en ik werd wakker toen er een vlucht ganzen in volledige v-formatie overvloog. Ik lachte hen toe, die fellow-trekvogels.